Pensioenkorting volgend jaar bijna onvermijdelijk

Dekkingsgraad De dekkingsgraad van de vier grote pensioenfondsen ligt onder de 100 procent. Als de rente zo laag blijft, lijkt korten onvermijdelijk.

Ouderen net buiten de stadsmuur van Harderwijk. Alle vier de grote pensioenfondsen dreigen hun pensioenen volgend jaar te moeten verlagen.
Ouderen net buiten de stadsmuur van Harderwijk. Alle vier de grote pensioenfondsen dreigen hun pensioenen volgend jaar te moeten verlagen. Foto iStock

Augustus was een buitengewoon slechte maand voor pensioenfondsen, vooral door de gedaalde rente en deels door tegenvallende beursresultaten. Als de rentetarieven zo laag blijven, is het bijna onvermijdelijk dat volgend jaar miljoenen pensioenuitkeringen en opgebouwde rechten van werknemers moeten worden verlaagd.

Deze maandag publiceren de vier grootste pensioenfondsen wat hun financiële situatie op 31 augustus was. Bij het grootste fonds ABP, voor ambtenaren en onderwijspersoneel, daalde de zogenoemde dekkingsgraad vorige maand van 94 naar 89 procent. Dat betekent dat het fonds nu ruim 11 procent te weinig geld in kas heeft om de toekomstige uitkeringen te kunnen uitbetalen.

Pensioenfonds Zorg en Welzijn had eind augustus ruim 10 procent te weinig in kas, Pensioenfonds van de Metalelektro (PME) kwam 8,5 procent tekort, Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) 7,4 procent.

Voor pensioenfondsen is de rentestand cruciaal. Als de rente daalt, moeten ze ervan uitgaan dat hun geld langzamer aangroeit. Dus moeten ze nú al meer geld in kas hebben, om de toekomstige uitkeringen zeker te stellen.

Het kabinet komt steeds verder onder druk te staan om verlaging te voorkomen

De impact van de rentestand wordt duidelijk door te vergelijken met eind 1999, toen pensioenfondsen nog profiteerden van een relatief hoge rente. Om een uitkering van 100 euro over twintig jaar te kunnen beloven, moest een pensioenfonds toen 29 euro in kas hebben. Dat is nu, voor precies zo’n zelfde toezegging, 91 euro.

Lees meer over de lage rente: De economie als witte plek op de landkaart

Alle vier de grote fondsen dreigen hun pensioenen volgend jaar te moeten verlagen. Maar ze hebben te maken met twee verschillende wettelijke regels die hen daartoe dwingen. De twee metaalfondsen moeten waarschijnlijk korten omdat ze er langdurig te slecht voor staan. ABP en PFZW staan er minder lang te slecht voor. Maar zij zijn wel onder de ‘kritische dekkingsgraad’ gezakt van ongeveer 95 procent.

Het kabinet komt steeds verder onder druk te staan om verlagingen te voorkomen. De voltallige Tweede Kamer riep minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) onlangs per motie op om „onnodige pensioenkortingen” te voorkomen. Overigens zonder duidelijk te maken welke pensioenkortingen nodig of onnodig zijn.

Ook vakbondsvoorzitter Han Busker (FNV) voert de druk op. Koolmees heeft zijn steun nodig om de pensioenhervorming uit te voeren die in juni werd afgesproken in het pensioenakkoord met vakbonden en werkgevers. Pensioenverlagingen zijn „dramatisch voor het draagvlak” van die hervorming, zei Busker vrijdag in het AD.

Lees ook: De ECB, de rente en bingo op de Titanic

Koolmees zegde de Tweede Kamer toe dat hij de komende weken „serieus” zal bezien of de kortingsregel rondom de ‘kritische dekkingsgraad’ te versoepelen is. Voor die andere kortingsregels, voor fondsen met langdurig slechte cijfers, is al een versoepeling afgesproken in het pensioenakkoord. Zij moesten eerst al korten bij een dekkingsgraad onder de 104,2 procent. Die grens is verlaagd naar 100 procent.

Het liefst willen de vakbonden dat Koolmees de pensioenfondsen toestaat om hun dekkingsgraad met een hoger rentetarief te berekenen. Dan zullen de fondsen er direct beter voor staan, op papier althans. Koolmees is tegen zo’n verhoging, omdat pensioenfondsen zich dan onterecht rijk zouden rekenen.