Minister waarschuwt joods-orthodoxe school Cheider

Onderwijs Op de Amsterdamse school Cheider speelde in 2012 een misbruikzaak. Na onderzoek van de inspectie kreeg de school de tijd verbeterplannen door te voeren. Dat gaat te langzaam.

De joodse school Cheider in Amsterdam
De joodse school Cheider in Amsterdam Foto Olivier Middendorp

De Amsterdamse joods-orthodoxe school Cheider wordt financieel gekort als ze geen werk maakt van de verbeterplannen van de Onderwijsinspectie. Dat schrijft minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) maandag in een brief aan de Tweede Kamer. De inspectie heeft zogenoemde bekostigingsmaatregelen in voorbereiding.

Eind 2018 was de Inspectie van het Onderwijs in een rapport zeer kritisch op de school en eiste ze verbetering. Aanleiding daarvoor was een zaak uit 2012: een docent maakte toen seksueel misbruik van een 13-jarige leerling. Daar is hij in 2018 voor veroordeeld. De school weigerde lange tijd aangifte te doen en zette ouders onder druk om dat ook niet te doen, bleek eerder uit onderzoek van NRC.

De inspectie schrijft in een maandag gepubliceerd tussentijds onderzoek dat het bestuur van het Cheider „ruim de tijd” heeft gehad om te werken aan de herstelopdrachten die het na dat onderzoek eind 2018 kreeg. „We constateren echter dat de tekortkomingen niet volledig zijn hersteld, waardoor de school op essentiële punten nog steeds niet voldoet aan de wet.”

Te langzaam

Het schoolbestuur neemt naar de mening van de inspectie „onnodig veel tijd” om aan de herstelopdrachten te voldoen. „De potentiële risico’s die eerder vastgesteld zijn bestaan nog steeds, terwijl de school op het punt van de sociale veiligheid juist kwetsbaar is, vanwege onder andere de geringe omvang van de scholen en de sociale controle (die door sommigen wordt ervaren als sociale druk) binnen de kleine gemeenschap.”

Het Cheider – met ongeveer honderd leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs – zo schrijft de inspectie ook, voldoet niet aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van aandacht voor seksualiteit en seksuele diversiteit. Als voorbeeld wordt het kerndoel ‘leren respectvol om te gaan met seksualiteit, diversiteit en seksuele diversiteit’ genoemd: dat laat het Cheider weg uit de lesstof. Bovendien wordt er bij het burgerschapsonderwijs lesgegeven door onbevoegde docenten.

Er is volgens de inspectie sprake van een „principieel verschil van inzicht” met het bestuur. Dat heeft aangegeven de joodse wetgeving te laten prevaleren boven de Nederlandse onderwijswetgeving. Slob: „We doen geen gram af aan wat Joden aan wetgeving hebben, maar als je een bekostigde school bent dan geldt de Nederlandse wet- en regelgeving.”

Waarschuwing

Het Cheider heeft geen ultimatum gekregen waarbinnen het aan de vereisten moet voldoen. De aankondiging van de Onderwijsinspectie geldt als waarschuwing. Volgens een woordvoerder van de inspectie gaat het om een „voornemen tot inhouden van de bekostiging”. Hoeveel procent van het budget zou worden ingehouden, is ook nog niet bekend. De waarschuwing is dus niet vergelijkbaar met die aan het adres van het Haga Lyceum uit Amsterdam. Dat kreeg maandag te horen dat het bestuur binnen een maand moet opstappen. Gebeurt dat niet, dan krijgt de school geen geld meer van de overheid.

Twee bijzondere scholen die op één dag een reprimande krijgen. Wat zegt dat over artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs garandeert? Slob: „Er zijn duizenden scholen die behoren tot het bijzonder onderwijs. Als je die vrijheid krijgt, dan moet je verantwoordelijkheid die erbij hoort ook waarmaken. Doe je dat niet, dan moeten we optreden. Of het nou een joodse, islamitische of protestants-christelijke school is. Als we dat niet doen, hollen we die vrijheid van binnen uit en dat is niet wat ik beoog of wat het kabinet beoogt. Want die vrijheid vinden we nog steeds een heel groot goed.”