Middeleeuws skelet is vroeg slachtoffer van radbraken

Archeologie Symmetrische breuken in armen en benen van een Italiaans skelet wijzen erop dat het slachtoffer is geradbraakt.

Het skelet van een Italiaanse man gevonden op een kerkhof onder de Piazza Sant’Ambrogio in Milaan. De man was 1,57 meter lang.
Het skelet van een Italiaanse man gevonden op een kerkhof onder de Piazza Sant’Ambrogio in Milaan. De man was 1,57 meter lang. Foto Journal of Archeological Science

De breuken zijn perfect symmetrisch. Hier is een vakkundige beul aan het werk geweest. De botten in de linker- en rechteronderarm en het linker- en rechteronderbeen van het skelet zijn op precies dezelfde plek gebroken. Deze ongelukkige, zo concluderen onderzoekers van de universiteit van Milaan in het Journal of Archaeological Science, is waarschijnlijk om het leven gekomen door radbraken. Hij is in Middeleeuws Milaan op het wiel gelegd, waarna met een zwaar voorwerp zijn botten zijn gebroken. Schade aan een ruggenwervel en zijn hoofd laat zien dat hij uiteindelijk stierf door steken in de buik en een – mislukte – poging tot onthoofding. De man is het vroegste tot nu toe aangetroffen slachtoffer van het rad in Italië, aldus de auteurs.

Het skelet dat het Italiaanse team onderzocht, is gevonden op een kerkhof onder de Piazza Sant’Ambrogio in Milaan, nabij de gelijknamige kerk. In totaal lagen er lichaamsresten van 56 mensen, teruggaand tot de eerste eeuw na Christus. De stoffelijke resten van het slachtoffer zijn, zo blijkt uit koolstofdatering, van tussen 1290 en 1430 – de late Middeleeuwen dus. Onderzoek aan de botten wees verder uit dat het ging om een man van tussen de 17 en de 20 jaar oud, die 1,57 meter lang was.

De verwondingen komen overeen, stellen de auteurs, met de gevolgen van radbraken zoals die in historische documenten zijn omschreven. Het slachtoffer werd op een wiel gelegd, waarna met een zwaar voorwerp zijn ledematen werden gebroken. Zijn armen en benen werden vervolgens tussen de spaken van het wiel gevouwen, waarna martelwerktuig en gemartelde bovenop een paal werden bevestigd, om aan de menigte getoond te worden. Hierna maakte de beul met een zwaard of bijl een eind aan het lijden.

Volgens de onderzoekers ligt het niet voor de hand dat deze jongeman tijdens een gevecht of veldslag om het leven is gekomen. Daarvoor zijn de wonden te zorgvuldig toegebracht op zeer specifieke plekken. Verder zijn bij de andere Middeleeuwse skeletten in het graf geen verwondingen aangetroffen, iets wat je zou verwachten als hier slachtoffers van een militair treffen waren begraven.

Het radbraken kent een lange geschiedenis, die in Europa in ieder geval teruggaat op de oude Grieken. Aristophanes schreef erover in zijn komedie Ploutos. In de jaren van het vroege Christendom stierven nogal wat heiligen de martelaarsdood op het rad. In de loop van de Middeleeuwen werd het radbraken een straf voor de ergste misdaden: vadermoord, verkrachting en het verspreiden van dodelijke ziektes. Mogelijk is bij dit skelet sprake geweest van het laatste, vermoeden de onderzoekers.

In de laatste alinea van het artikel speculeren de auteurs waarom de „mensenrechten” van het slachtoffer „geschonden” zijn. Uit zijn geringe lengte (11 centimeter minder dan normaal voor die tijd), afwijkingen aan zijn gebit en verdikkingen van sommige delen van het skelet leiden de onderzoekers af dat zijn bijzondere voorkomen hem mogelijk een „freak” maakte die door een woedende menigte was „geofferd” als een verspreider van de pest. „Vanuit dit standpunt bekeken is deze zaak niet alleen een eenvoudige kwestie van interpersoonlijk geweld, maar is het misschien ook een tragisch geval van discriminatie.”