VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff: „Een element in mijn verhaal is: hoe kun je de economie zo vormgeven dat die werkt voor de middenklasse.”

Foto Andreas Terlaak

‘Ik snap dat je denkt: daar staat een heel andere Dijkhoff’

Klaas Dijkhoff De VVD wilde vorig jaar grote bedrijven bevoordelen. „Maar dat ze hier komen met een postbus en twee parttimers was nooit de bedoeling.”

Er zijn ondernemers die tegen Klaas Dijkhoff zeggen: de VVD was er toch voor ons? Een jaar geleden kwam de VVD-fractievoorzitter in de Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag nog op voor de afschaffing van de dividendbelasting. Dat zou grote bedrijven een voordeel geven van zo’n 2 miljard euro. Het nieuws van deze Prinsjesdag? Multinationals kunnen niet langer onder de winstbelasting uit en voor alle bedrijven wordt de winstbelasting minder verlaagd dan was toegezegd door het kabinet-Rutte III.

Wat is er met de VVD gebeurd? En wat is er aan de hand met Klaas Dijkhoff (38)? Een jaar geleden was zo’n beetje de hele Tweede Kamer nog opgewonden en boos over zijn plan om misdrijven in moeilijke wijken dubbel te bestraffen. Nu wordt zijn boodschap bij de Politieke Beschouwingen, zegt hij in zijn werkkamer, dat Nederland voorop moet gaan lopen met technologie. Dat het kabinet beter moet bedenken hoe we in de toekomst ons geld verdienen.

Er staat een andere Klaas Dijkhoff?

„Ik snap dat je dat kunt denken, van buitenaf gezien. Zo voel ik het niet. Ik benoem problemen en niet altijd op de subtielste wijze. Daarna werk ik in stilte aan een oplossing.”

Wat is er van het wijkenplan terechtgekomen?

„We zijn als fractie met het voorstel gekomen om straatschoffies harder aan te pakken, om op te komen voor vrouwen en meisjes in die wijken en om salafistische invloeden te beteugelen. Maar we zeggen niet steeds: dit is onderdeel van het wijkenplan. Voor ons was het een groot nummer en dat kan voor anderen een aanmoediging zijn om er juist niet in mee te gaan. Zo gaat dat in Den Haag.”

En dus noemt u het maar niet meer?

„Het is geen taboe of zo. Het is meer zo: in die periode werden veel van onze voorstellen, vooral als ik ermee kwam, gezien als proefballonnen. Dan blies iedereen hoog van de toren. Later kregen we toch veel voor elkaar, zoals het afschaffen van de regel dat de staatssecretaris van asiel asielzoekers toch een verblijfsvergunning kan geven. Bij het wijkenplan kijken we nu per onderdeel waarvoor we in de Tweede Kamer een meerderheid kunnen krijgen.”

Zo’n meerderheid krijgt u niet voor de dubbele straffen?

„Dat idee heb ik niet, nee. Ik heb wel gezien dat rechters het nu zelf doen. Wapenbezit in Amsterdam wordt zwaarder bestraft en Rotterdam wil dat ook. Dat komt niet door mijn voorstel, het bevestigt wel mijn idee dat het in onze rechtsstaat past.”

Lees ook: het interview met Dijkhoff na de Politieke Beschouwingen van vorig jaar

Zijn plan voor moeilijke wijken had Dijkhoff afgekeken van Denemarken. Daar was hij op werkbezoek geweest. Dit jaar ging Dijkhoff niet verder weg dan Drenthe, met vakantie met zijn gezin. In juli werd zijn tweede dochter geboren. En nee, zegt hij. In de ballenbak was hij niet op nieuwe, opzienbarende plannen gekomen.

Misschien was dat ook niet nodig? Uw idee voor de wijken werd gezien als een manier om de aandacht af te leiden van de dividendbelasting.

„Ik weet niet of ik dat moet tegenspreken. Strategisch zou het geniaal zijn geweest. Maar soms zijn dingen niet zo strategisch. Ik had vorig jaar net mijn eerste jaar als fractievoorzitter achter de rug, ik vond dat ik op thema’s die voor ons bepalend zijn, moest laten zien wat ik belangrijk vind. Over integratie, de arbeidsmarkt, bevolkingsgroei, onderwijs. We hebben nu een begroting waarin de vruchten van het regeerakkoord te plukken zijn. Ik kan benoemen waar we blij mee zijn, dat we niet voor niks meedoen aan dit kabinet.”

De VVD lijkt het afgelopen jaar ook nogal veranderd te zijn, hoe zit dat?

„Een land zonder gezond bedrijfsleven is knap waardeloos, dus begrijp me niet verkeerd. Maar als je ziet dat bedrijven soms geen binding hebben met Nederland en hier alleen zijn omwille van de fiscaliteit, dan is het cherry picking. Ik vind het prima om belastingverlaging te geven als een bedrijf hierheen komt en honderden of duizenden mensen in dienst neemt. Maar het was nooit de bedoeling dat ze alleen een postbus openen en twee parttimers aan het werk zetten.”

De VVD hield te lang vast aan de afschaffing van de dividendbelasting?

„Ik vind van wel, ja.”

Jullie hadden het nooit moeten voorstellen?

Met een schamper lachje: „Ik heb in elk geval niet het idee dat het erg lonend voor ons is geweest.”

U schreef daarna een essay dat draait om de middenklasse die beter moet worden beschermd. Had de middenklasse door die dividendbelasting het idee gekregen: van de VVD moeten we het niet hebben?

„Ik heb zelf nooit de link gelegd tussen de dividendbelasting en mijn discussiestuk voor de partij. Ik schrijf daarin wat ik vind. Nu is het aan de partij om te bepalen hoe we verder gaan.”

Wat vinden VVD’ers van uw aandacht voor de middenklasse?

„Ik krijg vaak vragen over mensen die het, zonder dat ze er iets aan kunnen doen, minder goed hebben dan de middenklasse. Of we die dan niet laten vallen? Maar dat zullen we nooit doen. Een of twee keer begon iemand over mensen die méér verdienen. Dat is natuurlijk ook niet fout. Ik gun het ze van harte.”

Wie is die middenklasse?

„Een grote groep mensen. Van modaal tot twee of drie keer modaal, afhankelijk van je gezinssamenstelling. De zwijgende meerderheid die veel met de overheid te maken heeft. Niet zoals de onderkant, waarbij alles erop gericht is om mensen te helpen. Of de bovenkant, die zoveel geld hebben dat ze zich aan van alles kunnen onttrekken. De middenklasse moet de eindjes aan elkaar knopen, een huis kopen, huur betalen, kinderopvang regelen, mantelzorg verlenen.”

De middenklasse is opeens populair. CDA-minister Wopke Hoekstra begon er in zijn HJ Schoo-lezing ook al over. Wat dacht u van zijn verhaal?

„Het zou raar zijn als ik als enige die probleemanalyse zou maken. Het is ook niet voor het eerst dat we in dezelfde richting denken. In de coalitie heb je veel overleg, het is niet gek dat je analyses deelt. Bij de keuzes zul je verschillen zien.”

De inleiding van het regeerakkoord ging over ‘kloven’, de grote verschillen tussen bevolkingsgroepen. Zou het kabinet dat nu weer opschrijven?

„Nee, wat mij betreft niet. Het is heel geleerd om het op die manier samen te vatten, maar het heeft als effect, als risico, dat mensen die iets te klagen hebben denken dat het komt door de ander, die niets te klagen heeft. Maar mensen die het goed hebben zitten niet op de bank te lachen om mensen die het minder hebben. En ik ben vóór verschillen. Niet als doel op zich, je moet mensen gelijke kansen geven. Maar je moet niet alles platslaan tot gelijkheid.”

Wat is nu het urgentste probleem in Nederland volgens u? Wat gaan we deze week van u horen?

„Een element in mijn verhaal is: hoe kun je de economie zo vormgeven dat die werkt voor de middenklasse. Dat bedrijven van harte welkom zijn en dat je ze op een voetstuk zet als ze verantwoord omgaan met hun omgeving en hun personeel, maar dat je bedrijven meer laat betalen als ze dat níet doen. En over onze identiteit: ik zal erop blijven hameren dat onze vrijheid niet besmettelijk is. Dat zie je aan het nieuws over de salafistische scholen. Wij moeten normen stellen.”

Veel partijen denken al na over de volgende lijsttrekker. Bij het CDA hoor je: als de VVD de laconieke, nonchalante Dijkhoff kiest, steekt Hoekstra er als ‘staatsman’ tegen af.

„Daar moet ik een beetje om lachen.”

Werkt u aan uw optreden?

„Natuurlijk, alles kan beter. Maar als ik mezelf nu zou analyseren gaat iedereen dáárop letten. En als ik met een hele waslijst aan gebreken kom worden ze bij het CDA helemaal gek van de macht.”

Wat vindt u van die kwalificaties: laconiek en nonchalant?

„Vorig jaar werd ik ruig en wild genoemd. Of lomp en onbehouwen. Ik heb geaccepteerd: je hebt nauwelijks in de hand hoe mensen je zien. Mijn doel is niet dat heel Nederland weet wie ik echt ben. Ik ga ook niet carnaval overslaan voor een ander imago. Ik luister naar kritiek, maar op een gegeven moment is het zoals het is. Mijn articulatie zal niet ineens tien keer zo goed worden. Vroeger had ik logopedie omdat ik sliste. Ik kan het elk kind aanraden. Maar stel dat ik nu mijn Brabantse tongval kwijtraak, dan komt dat toch raar over?”

Hoe klinkt dat?

Met geaffecteerde stem: „Ik zou best kunnen gaan proberen om met een harde g te praten en consultancy-taal uit te slaan.” Hij lacht hard. „Zo ben ik niet. En elke politicus die denkt dat hij níet zichzelf moet zijn, wens ik heel veel sterkte.”