Elham

Foto: Frank Ruiter

‘De sluier beschermt tegen kwade dingen, zoals de lust van mannen’

Nikab Elham (19) draagt sinds haar vijftiende een nikab. Ze trekt zich weinig aan van de ‘boerkawet’ en wordt op straat vaak lastiggevallen. „De sluier beschermt tegen kwade dingen.”

Als ze naar buiten gaat, maakt ze áltijd iets vervelends mee. Elham (19) draagt sinds haar vijftiende een nikab. Alleen haar ogen zijn zichtbaar. Op straat wordt ze bespuugd, uitgescholden of krijgt een elleboogje, vertelt ze. De bus rijdt vaak door als zij de enige bij de halte is. Mensen gooien weleens dingen naar haar – een blikje bier, flesje frisdrank of propjes. Ze hebben dan niet met elkaar gesproken, het gaat volgens Elham om wat ze draagt – een lang zwart gewaad, een zwarte hoofddoek en een gezichtssluier. Ze is één van de circa 200 vrouwen in Nederland die een nikab of boerka draagt.

Mensen vinden dat eng, merkt ze. Ze associëren het met Islamitische Staat, met bomgordels, met terroristen. Ondernemer en columnist Annemarie van Gaal zei afgelopen maand in Jinek dat ze er een „unheimisch” gevoel bij krijgt. Dat begrijpt Elham wel, en toch betwijfelt ze of je dan bang bent voor de juiste mensen. „Wij zijn juist rustige personen.”

Elham is niet bang. Ze trekt zich weinig aan van de ‘boerkawet’ die op 1 augustus inging, de wet die zegt dat zij zo gekleed niet met het openbaar vervoer mag reizen en niet het ziekenhuis, politiebureau of gemeentehuis in mag. Ze gaat – met gezichtssluier – voor haar opleiding vijf dagen per week met de trein en bus van Roosendaal naar Rotterdam.

Vanwege haar veiligheid wil ze niet met haar achternaam in de krant. Ze woont bij haar moeder en broertje en wil hen niet belasten. „Straks gaat iemand de muren bekladden of spullen tegen de ramen gooien. Ik wil niet dat mijn familie door mij in de problemen komt.”

Ze wil niet te veel zeggen over hoe ze eruitziet onder haar nikab. Wat ik kan zien: zwarte Adidas-gympen en een felroze tasje met gouden motief. Volle wimpers en donkere ogen. Geen make-up. Op WhatsApp en Instagram is haar profielfoto een foto van haar kat.

Haar ouders komen uit Marokko, ze ontmoetten elkaar in Nederland

Elham is geboren in Roosendaal, ze heeft een zus en een broertje. Toen zij een peuter was, gingen haar ouders uit elkaar. Met haar vader heeft ze sporadisch contact. Haar moeder werkt bij een kledingbedrijf in Bergen op Zoom, haar vader werkt niet. Beiden zijn islamitisch, maar zijn het niet eens met haar keuze om een nikab te dragen. Haar moeder wil niet met haar over straat; ze zijn al vijf jaar niet meer samen de stad in geweest.

Haar moeder, gekleed in een spijkerbroek, slippers en een trui, zegt: „Ik vind het gevaarlijk dat ze zo naar buiten gaat. Mensen worden er boos van.” Haar moeder heeft het wel geprobeerd, samen naar de Jumbo. „Maar als iemand mijn dochter uitscheldt, scheld ik terug. Als ze haar slaan, zou ik terugslaan. Ik heb in de 38 jaar dat ik in Nederland woon, nooit problemen gehad, maar zij is mijn kind, snap je, daar vecht ik voor.” Ze mist het wel, dat ze niet samen op stap kunnen.

Waarom wil Elham zo graag gesluierd door het leven? „Door me zo te kleden aanbid ik mijn schepper, Allah, en kom ik dichter bij hem te staan.” Ze voelt zich er prettig bij, zegt ze. „Ik geloof dat een vrouw zich moet bedekken als ze begint te puberen. De sluier beschermt tegen kwade dingen, zoals de lust van mannen.” Mannen die aandacht willen, flirterig zijn, haar achtervolgen, iets van haar willen – ze heeft er genoeg ervaring mee, voordat ze zich bedekte en nu nog. Ze is er niet van gediend. Haar toekomstige man mag haar zien, verder niet.

Nakijken, sissen en wijzen

Als we samen vanaf haar huis in Roosendaal naar haar opleiding in Rotterdam reizen, zie ik onderweg hoeveel mensen haar nakijken, wijzen, sissen.

In de metro zit een man met een geruit overhemd, een spijkerbroek, kort grijs haar en een bos bloemen op schoot. Hij zegt: „Doe dat lapje van je gezicht. Je bent hier in Nederland.” Als Elham lacht, zegt hij: „Ik lach jou uit, met je tafelkleedje.”

Meestal gaat ze er lacherig mee om, zegt ze. Alleen als ze chagrijnig is, kan ze fel reageren. Scheldwoorden gebruikt ze niet. „Ik let op mijn taalgebruik. Het hoort niet bij een moslim om grove woorden te gebruiken. Maar ik kan wel pittig zijn in mijn statement.”

Thuis gaat de nikab af, familie en vriendinnen mogen haar onbedekt zien. Ze is thuis veel op haar kamer, speelt met haar twee katten, leest jeugdboeken van Helen Vreeswijk (titels als Vermist, Eerwraak, De stalker, Loverboys), tekent, zingt of kijkt op Netflix naar La casa de papel en Vis a vis. Ze chat met vriendinnen, maakt foto’s van eten en zet deze op Instagram. Soms gaat ze met een vriendin naar de bioscoop of een hapje eten. Binnenkort wil ze naar een Escape Room.

Haar moeder wil niet met haar over straat

Haar vriendinnen kleden zich niet zoals zij. Sommigen hebben een hoofddoek, anderen niet. Zij heeft er geen oordeel over, zegt ze. Iemand met een zomers truitje en een korte broek kan evengoed een vriendin van haar zijn. „Zij accepteren mij zoals ik ben, dus ik accepteer hen ook. Wie ben ik om te bepalen hoe zij zich kleden?” „Adviseren” doet ze soms wel. „Aan een moslima kan ik wel uitleggen waarom het niet goed is om er zo bij te lopen, maar ik zal haar niets opdragen. De islam kent geen dwang.” Ze heeft een keer een vriendin overgehaald om langere, wijdere kleding te dragen. De jonge vrouw droeg eerst strakke kleding, na een paar keer praten paste ze haar stijl aan. „Dat is dan een opluchting voor mij, ik heb haar geholpen om dichter bij God te staan.” Er zijn geen vriendinnen of klasgenoten die niet met haar over straat willen, zegt ze. „Ze zijn eerder trots, dat ik mijn eigen keuze maak.”

Vlak voordat ze de straat op gaat, bereidt ze zich mentaal voor. „Dan zeg ik tegen mezelf: er gaat sowieso weer iets gebeuren. Laat maar komen, ik kan het hebben.” Sinds de wet is veranderd en het AD schreef dat het burgerarrest ingezet mag worden (bij ontdekking van een strafbaar feit is iedereen bevoegd om een verdachte aan te houden), gaat ze niet meer naar buiten op slippers (met zwarte sokken erin). „Sneakers en een jogging broek, voor het geval ik voor mezelf moet opkomen.” Ze heeft nu een enkelblessure, maar normaal traint ze vijf keer per week – fitness, krachttraining (in een Ladies Only sportschool) en thaiboksen. Ze wil maar zeggen: ik laat me niet zomaar tegen de grond werken.

Is de nikab misschien ook een vorm van rebellie? Een manier om te zeggen: ik kies mijn eigen pad?
„Misschien wel. Ik weet het niet. Ik ben altijd zo geweest. Vastberaden. Als ik iets wil, ga ik ervoor en maakt het me niks uit wat anderen vinden.”

Zo was het ook met haar opleiding. Ze zit in het tweede jaar van de opleiding ‘allround medewerker mode’ aan het Albeda college in Rotterdam. Dat ze zich bedekt, zegt niks over haar gevoel voor stijl of dat ze niet van mooie kleding houdt, zegt ze. „Mijn mind is colourful.” Tijdens de toelatingsgesprekken werden volgens haar vragen gesteld als: ‘Is mode echt iets voor jou?’ en ‘Weet je wel zeker dat je deze studie wilt doen?’ Ze moest vaker op gesprek komen dan klasgenoten, ontdekte ze later. Daar heeft ze niets van gezegd, ze wil geen problemen.

‘Dat ding’ willen we hier niet zien

Toen ze haar toelieten, vertelt ze, wees de docente naar haar nikab en zei: „dat ding” willen we hier niet zien. Ze dacht: het zal wel bij de regels horen. En: ik wil die opleiding doen, dus ik ga niet tegenstribbelen. Vanuit de overheid was er toen nog geen verbod, maar scholen mogen een eigen gedragscode hebben. Frans Roozen, woordvoerder van het Albeda College: „Gezichtsbedekkende kleding staan we al heel lang niet toe, we vinden het niet prettig in de les. Voor iedereen die hier binnenkomt, gelden dezelfde regels, voor studenten, docenten en gasten.” Met Elham maakten ze een afspraak: op school vervangt ze haar nikab voor een jilbab (gezicht zichtbaar, lichaam bedekt).

Meteen in het eerste jaar kreeg ze een reprimande. Ze heeft een spiegel nodig om haar nikab na een schooldag weer op te zetten. Dat doet ze in het toilet, zo’n tien meter van de uitgang. Op weg naar buiten sprak een docent haar aan, later werd ze er door haar mentor op aangesproken. Nu gaat Elham aan het eind van de dag op een drafje het gebouw uit, hopend dat ze dat kleine stukje niemand tegenkomt.

Lees ook: Stevig doorlopen, oogcontact vermijden

Na de studie wil ze een bedrijf opzetten, een eigen merk, of kleding importeren. Dat plan heeft met de nikab te maken: van haar „zusters” (andere nikab-draagsters) weet ze dat solliciteren weinig zin heeft.

Ze wil ook trouwen en kinderen krijgen. Stel dat ze over een paar jaar kinderen heeft, neemt ze die dan mee in de trein, terwijl ze het risico loopt bespuugd, geduwd of uitgescholden te worden? „Daar wil ik mijn kinderen niet aan blootstellen. Ik zou alleen met mijn gezin reizen als mijn man erbij is.” Als ze dringend ergens naartoe moet en hij is er niet, neemt ze oppas, zegt ze.

Over de rolverdeling tussen man en vrouw in een islamitisch huwelijk hoor je vaak: als vrouw moet je je man gehoorzamen. Klopt, zegt Elham. Het klinkt alsof dát moeilijk gaat zijn voor haar. Zij komt meer zo over: ik ga voor wat ik wil en als het je niet bevalt, jammer dan. „Klopt. Dus ik ben benieuwd hoe dat gaat uitpakken.” Haar ogen lachen.