Opinie

Hoera! Londens oorlogsbeurs was weer een groot succes

las dat de grote Londense wapenbeurs weer druk werd bezocht. Zelf bezocht ze de (anti-)oorlogsmonumenten van Verdun.

Dwars

Vorige week was ik in het Ossuarium van Douaumont, en dat leek me een geschikte inleiding voor een stukje over de internationale wapenbeurs in Londen die zich met trots a world leading event noemt. Douaumont bestaat niet meer, dat is een van de negen dorpen bij het Franse stadje Verdun die in de Eerste Wereldoorlog letterlijk met de grond gelijk zijn gemaakt. Voor wie het niet kent: het Ossuarium is een oorlogsmonument dat de resten van 130.000 onbekende militairen onderdak biedt van de 300.000 die er in 1916 in de 300 dagen van de slag om Verdun zijn gesneuveld. Duizend doden per dag. De Franse en Duitse legers die er tegenover elkaar lagen, vuurden in die periode in totaal tussen veertig en zestig miljoen granaten op elkaar af. De Fransen hielden uiteindelijk stand.

Verdun is honderd jaar na dato één groot oorlogsmonument. Er is – onder veel andere – de ondergrondse citadel waar 10.000 militairen woonden, er is het oorlogsmuseum Mémorial de Verdun, er is bovengenoemd Knekelhuis, er is het Monument van de Overwinning, er zijn de Muur van de Israelieten die de joodse gevallenen herdenkt en het monument voor de 70.000 islamitische soldaten die hier zijn gesneuveld. En er is het Centre Mondial de la Paix.

Vrede. Dit is mijn bruggetje naar de wapenbeurs 2019, Defence & Security Equipment International, die eveneens vorige week in het London ExCeL congrescentrum in Royal Victoria Dock plaatshad. Met de allerlaatste snufjes op het gebied van oorlogvoering in de lucht, op de grond, ter zee, in de ruimte en op internet. Met 1.600 internationale leveranciers en tienduizenden klanten uit 68 landen waaronder Saoedi-Arabië en andere mensenrechtenschenders. Er lag een Brits oorlogsschip, en ook een Nederlands, het patrouilleschip Zr.Ms. Zeeland. Er was trouwens een heel Holland Paviljoen met staatssecretaris Barbara Visser (VVD). Ook de Nederlandse regering wil graag wapens verkopen.

Ik serveer u de gloedvolle keynote van de nieuwe Britse minister van Defensie, Ben Wallace. Hij begint met te zeggen dat hij niet te lang wil spreken, want zijn gehoor is er voor de spullen, niet voor de speeches. En dan spreekt hij twintig minuten, maar ja de Britse wapen- en veiligheidsindustrie is ook zó geweldig. „Een sector die meer dan 19 miljard pond bijdraagt aan onze economie. Die de op een na grootste ter wereld is [...] direct en indirect goed is voor ongeveer 260.000 banen in het Verenigd Koninkrijk.” „In de hal hier staan de meest briljante voorbeelden van Britse expertise.” En wat is er met die wapens niet allemaal voor goeds bereikt! Britse Typhoons hebben geholpen de Islamitische Staat te verslaan, en Britse oorlogsschepen verdedigen de Red Ensign met succes tegen de Iraanse vijand in de Straat van Hormuz. Hm, ik meen me te herinneren dat die tegenpartij voornamelijk de beschikking heeft over speedbootjes.

Wallace vertelde niet wat voor goeds Britse wapens allemaal hebben verricht in Jemen – voorlopig heeft de Britse rechter immers verdere leveranties aan de Saoedische gebruikers verboden, tot verdriet van zijn regering die in beroep is gegaan. Brexit gaat hoe dan ook vóór de Jemenieten die met dank aan Britse en Amerikaanse wapens in de ergste humanitaire crisis ter wereld zijn gestort.

Verdun en Jemen, het is natuurlijk geen vergelijk. Maar zoals Verdun een monument is tégen oorlog, zo is de Londense wapenmarkt een monument vóór.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.