Opinie

Hoekstra’s stille kracht: McKinsey en Van Agt

Menno Tamminga

Soms hoef je geen waarzegger te zijn om een goeie voorspelling te doen. Al voordat de Miljoenennota zou uitlekken, wist je: Prinsjesdag dinsdag staat in het teken van de middenklasse. De hardwerkende middenklasser wordt gevierd als held van de dag. Man van de dag, boodschapper van het blijde ‘nieuws’, is minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA).

In z’n voorwoord van de Miljoenennota noemt Hoekstra de middenklasse niet bij naam, las ik ergens, maar dat zou ook ongepast zijn. Het is tenslotte een nota over ’s lands financiën, niet over de portemonnee van een specifieke doelgroep.

Maar het zou me niks verbazen als de overgrote meerderheid van de Nederlanders zich tot de middenklasse rekent. Dat krijg je met een egalitaire samenleving: de enige klasse is de middenklasse. Omdat ze met zovelen zijn, beslissen zij de verkiezingen. Vandaar ook die aandacht.

De ambitie van Hoekstra? Hij is de populairste minister. Hij is potentieel politiek leider van het CDA, de klassieke middenpartij. Én hij wil de barricades op voor de middenklasse. De ‘ruggengraat van de Nederlandse samenleving’, zoals hij twee weken geleden poneerde in zijn HJ Schoo-lezing.

Lees ook deze achtergrond van het einde van het vooruitgangsgeloof: Zijn kinderen slechter af dan hun ouders?

In die rede vertolkte hij het pessimisme van de middenklasse. Nergens is de angst dat kinderen het slechter zullen hebben dan hun ouders zo groot als in Nederland, bleek vorig jaar uit onderzoek van de Amerikaanse denktank Pew. Die angst dat de toekomst niet meer is wat-ie geweest was, is overigens een typisch westers fenomeen. In Azië is het sentiment het tegenovergestelde. Dus je kunt ook de stelling verdedigen: de burger maakt een rationale taxatie van de gewijzigde economische en machtsverhoudingen in de wereld en dat maakt hem/haar onzeker. Na de 20ste eeuw als de American Century nu de eeuw van China.

Om het Nederlandse pessimisme te illustreren, koos Hoekstra drie thema’s: economische onzekerheid, migratie/integratie en identiteit. Dat laatste is klassiek CDA. Hoekstra’s voorgangers als minister-president voerden vergelijkbare campagnes. Dries van Agt propageerde het ethisch reveil, Jan Peter Balkenende stond pal voor normen en waarden.

De combinatie onzekerheid en migratie laat zich herleiden tot een toonaangevend rapport van de denktank van McKinsey, het internationale adviesbureau waar Hoekstra twaalf jaar werkte voordat hij in 2017 minister werd. In Poorer than their parents (2016) schetst het McKinsey Global institute de wereld deels in dezelfde bewoordingen als Hoekstra. De realiteit van – of de angst voor – stagnerende dan wel dalende reële inkomsten. De toename van onzeker werk (flexibele contracten, zelfstandigen). De sociale welvaartsstaat is aan het eind van zijn Latijn vanwege de hoge schuldenlast. Hoekstra noemt het McKinsey-rapport overigens in zijn lezing niet.

Een fascinerend weetje uit dat rapport: hoe sterker iemands twijfel over inkomensverbetering, hoe meer aversie tegen vrijhandel en immigratie, hoe groter de vrees voor verlies aan eigen identiteit en hoe meer animo om op een nationalistische partij te stemmen.

Is Nederland zo pessimistisch c.q. bezorgd als Hoekstra schetst? Zeker op het thema vluchtelingen en integratie, blijkt uit onderzoek dat het Sociaal en Cultureel Planbureau vorige week publiceerde. Zeker op het thema rijk versus arm, een hardnekkig maatschappelijk ongenoegen dat Hoekstra alleen even aanstipt. En zeker op het thema klimaat, een woord dat Hoekstra één keer bezigt: „Verstandig klimaatbeleid is geen sinecure.” Terwijl de burgers vinden dat de overheid en de industrie juist dáár voorop moeten lopen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.