Het waren zijn pony’s – snotverdikkie

Wie: Stefan Baauw

Kwestie: verdenking: diefstal van pony’s

Waar: politierechter Utrecht

De Zitting

Na afloop van de zitting laat Stefan Baauw weten dat hij met naam en toenaam in de krant genoemd wil worden, niet alleen met het initiaal van zijn achternaam, zoals gebruikelijk bij verdachten.

Baauw, een forse man op sneakers en in spijkerbroek, is paardenhandelaar. Hij wil een einde maken aan het gerucht dat hij paarden heeft gestolen. Dat is de verdenking waarvoor hij bij de politierechter in Utrecht terechtstaat.

Hij geeft overigens meteen toe dat hij de paarden zonder toestemming heeft weggehaald bij zijn ex-vriendin, die aangifte van diefstal heeft gedaan. Hij had geen toestemming nodig, want het waren „snotverdikkie” zijn pony’s.

Dat verbaast de rechter. Op papier zijn ze van uw ex, zegt die. Zij had de identiteitsbewijzen van de paarden in haar bezit en een aankoopbon van de twee pony’s. Zij heeft aangifte van diefstal gedaan.

Wat het ingewikkeld maakt is dat de paarden door Baauw zouden zijn verkocht aan een man, we noemen hem even ‘z’, die ze enkele dagen later weer zou hebben doorverkocht aan de ex van Baauw. Maar op de bon van de eerste verkooptransactie (van Baauw aan z) staat niet Baauws handtekening.

Die bonnen zijn dan ook vals, zegt Baauw. Hij had de paarden wel gestald bij de vrouw die inmiddels zijn ex is. Zij geeft paardrijles en had wel vaker paarden in bruikleen tot ze werden doorverkocht, legt Baauw uit aan de rechter. Door haar werk wist ze soms kopers voor de paarden. Dat de paspoorten bij de paarden en dus bij haar waren, is volgens de handelaar gebruikelijk. Voor het geval er controles komen van autoriteiten.

De paardenhandelaar wil graag op de zitting een telefoongesprek tussen hem en z laten horen dat hij heeft opgenomen. En dat mag. Meestal legt nieuwe informatie die pas op de zitting gepresenteerd wordt weinig gewicht meer in de schaal. De informatie kan niet worden gecheckt, weersproken of voegt weinig toe. Dit keer gaat het anders. Uit het telefoongesprek, dat is opgenomen enige tijd ná de vermeende transactie, blijkt dat z niet weet wie Stefan Baauw is, de man van wie hij kort daarvoor twee pony’s zou hebben gekocht. Hij vraagt onder meer: „Hoe komt u aan mijn telefoonnummer?”

Dat is natuurlijk raar, vindt politierechter R. van Opstal. „Als je twee paarden hebt gekocht van iemand, dan vraag je niet: hoe kom je aan mijn nummer.” Wat ook raar is, vult Baauw aan, is dat hij de paarden maar met 100 euro winst zou hebben verkocht. Zelf heeft hij ze voor 2.400 euro gekocht (in Ierland) en op de verkoopbon staat dat hij ze aan z zou hebben verkocht voor 2.500 euro. Alleen al het transport van de dieren was duurder, legt Baauw uit. Hij zegt: „Ik ben een handelaar”. Hij bedoelt: ik ben geen dief van mijn eigen portemonnee.

„Waarom zou uw ex de pony's hebben willen... jatten?”, vraagt de rechter. „Omdat we ruzie hadden”, zegt Baauw. „U bent de pony’s gaan halen, daarmee hebt u eigen rechter gespeeld”, merkt de rechter op. „U had er ook beslag op kunnen laten leggen”. Baauw geeft toe dat hij beter had moeten nadenken, maar het waren snotverdikkie... etc.

Voor de officier van justitie staat vast dat de paardenhandelaar de pony’s heeft weggenomen. Maar was dat ook wederrechtelijk – diefstal? Het verhaal van de ex „lijkt aanvankelijk te kloppen”, zegt de officier. Zij heeft de identiteitsbewijzen van de pony’s, en een bon als bewijs dat zij ze van z heeft gekocht. Maar had die de paarden wel in bezit? Wat is een bon waard zonder handtekening van de verkoper? „Ik twijfel, en mijn geloof is aan het wankelen gebracht.” Op de zitting besluit hij vrijspraak te vorderen.

De rechter vindt dat „het stinkt” dat Baauws handtekening niet op de bon staat. Uit het afgespeelde telefoongesprek concludeert hij dat z Baauw „niet lijkt te kennen” en ook dat „stinkt”, wat hem betreft. Hij spreekt de paardenhandelaar vrij.

Die vraagt aan de rechter of hier dan geen „sprake is van valsheid in geschrifte”. De handelaar heeft daarvan eerder geprobeerd aangifte te doen, maar zegt dat de politie die niet wilde opnemen. „U moet aangifte kunnen doen”, zegt de rechter.