Opinie

Gesprek aan keukentafel

Frits Abrahams

Als mijn vrouw destijds burgemeester van Amsterdam had willen worden, zou ik haar dat ernstig hebben afgeraden. „Dan moet ik elke dag die hetzerige Telegraaf lezen om te zien wat ze nou weer over je te klagen hebben”, zou ik zeggen, „en bovendien mag ik nooit meer mijn mening geven over zwetsers als die Annabel Nanninga van Krankjorum Democratie.”

Gelukkig was mijn vrouw wel wijzer. Ze besefte dat ze haar handen vol zou hebben aan het redden van haar geliefde PvdA, wat trouwens aardig begint te lukken, al ligt dat iets meer aan Lodewijk Asscher dan aan haar.

Maar als ze haar zin tóch had doorgedreven – wat dan? Er zouden maar twee mogelijkheden zijn geweest: óf echtscheiding óf onderwerping. In het eerste geval zou ik onmiddellijk bij De Telegraaf hebben gesolliciteerd om haar van daaruit als columnist jarenlang te bekogelen met de meest onzinnige verwijten: van gewapende inbraak door mijn 15-jarige zoon tot de niet-marktconforme huur van onze ambtswoning.

Maar als ik mezelf had onderworpen aan haar brandende ambitie, zou ik – een man een man – tot mijn laatste snik voor haar door het vuur zijn gegaan. Ik had een dubbel abonnement op De Telegraaf genomen – één voor op de wc – en desnoods ook een lidmaatschap van Krankjorum Democratie.

Was er dan geen middenweg mogelijk geweest waarbij ik zowel de ambitie van mijn vrouw als mijn trotse ego had kunnen sparen? Ik vrees van niet. Dat zie je aan het gedrag van Robert Oey, de man van Femke Halsema.

Al in haar in 2016 gepubliceerde autobiografie Pluche schreef Halsema over haar periode als Kamerlid van GroenLinks: „Jaloers op mijn snelgroeiende bekendheid of kersverse publieke status is hij niet, alleen wil hij niet in mijn werkende leven worden gezogen. De onvrijwillige devaluatie tot ‘partner van’ bekomt hem slecht. Zonder de relatie te beëindigen duwt hij me wel een beetje weg.”

Ik wil in geen enkel huwelijk, goed of slecht, stoken, maar mijn indruk is dat Oey nu te veel moeite heeft met zijn positie als partner van de burgemeester van Amsterdam. Misschien moet Femke eens een goed gesprek met hem hebben aan de keukentafel van die volgens De Telegraaf niet-marktconform gehuurde ambtswoning.

Lees ook het interview met Robert Oey: ‘Ik dacht nog even: moet ik die revolver beter verstoppen?’

Als hij, opvallend braaf, de koffie heeft opgeschonken, zou ze kunnen zeggen: „Wat gaan we doen, Robert? Eerst laat je een verboden wapen in ons huis slingeren waarover je mij niet inlicht. Als ik door dat wapen en onze zoon in de grootst mogelijke shit beland, blijf je nog twaalf dagen in Bangkok hangen hoewel ik je dringend had gevraagd me te komen steunen. En als je eindelijk terug bent, doe je in een interview met NRC alsof we een soort wapendepot in huis hebben, inclusief een of ander Japans mes. Je beëindigt dat interview met de mededeling dat je af en toe helemaal gek wordt van mijn ‘onvoorstelbare keurigheid’ en dat je van plan bent iedere dag de wet te overtreden. Wat wil je? Als je zo doorgaat, staan we elke dág op de voorpagina van De Telegraaf. Of ben je bereid je vanaf nu gewoon aan de wet te houden en alleen interviews te geven over je films en niet over je huwelijk met de burgemeester van Amsterdam?”

Als Oey vastberaden ‘nee’ antwoordt, hoor ik Femke na een korte aarzeling even vastberaden zeggen: „Dan stap ik op als burgemeester van Amsterdam.”