Gemeenten lijden door gebrek aan uitgaven Rijk

Gemeentefinanciën Op lokaal niveau klinkt in heel Nederland een noodkreet: de rijksbijdragen blijven uit en gemeenten moeten bezuinigen.

G40-voorzitter Paul Depla, burgemeester van Breda.
G40-voorzitter Paul Depla, burgemeester van Breda. Bas Czerwinski / ANP

Wethouder Rob Christenhusz uit Oldenzaal keek vrijdag televisie en hoorde economen zeggen dat de Nederlandse overheid moet investeren. Hij twitterde: „Ik weet het wel: help de gemeenten!”

Wethouder Marinka Mulder uit Renkum twitterde dezelfde dag: „Nederland is nog nooit zo rijk geweest. En de gemeenten worden gedwongen om te bezuinigen alsof we in een diepe economische crisis zitten. Welke fractie repareert met #Prinsjesdag deze systeemfout?”

En wethouder Hans Boerkamp uit Rhenen twitterde: „127 grote Rijksprojecten stilgelegd. Wat betekent dit voor uitkering Gemeentefonds?”

Hij gebruikte de hashtag #trapoptrapaftrapna, een verwijzing naar het ‘trap op, trap af’-principe waarop het fonds, de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten, is georganiseerd. Het houdt in dat als de nettorijksuitgaven groeien, ook de uitkering uit het fonds groeit. Als de nettorijksuitgaven dalen, daalt de uitkering aan gemeenten.

Lees ook over de kabinetsplannen: Het geld is er, maar toch worstelt het kabinet met uitgeven

Uit de uitgelekte Miljoenennota blijkt dat het kabinet deze dinsdag met genoeg plannen komt én genoeg geld heeft. Dat lijkt mooi voor gemeenten. Alleen is het door de krappe arbeidsmarkt lastig personeel te vinden en liggen honderden bouwprojecten stil sinds het sneuvelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De mogelijkheid voor een nieuw investeringsfonds wordt „onderzocht”. Vorig jaar bleef al 2,2 miljard op de plank liggen, dit jaar vermoedelijk nog eens 1,8 miljard.

Gemeentefonds

Op lokaal niveau klinkt in heel Nederland daarom een noodkreet: de rijksbijdragen blijven uit en er moet worden bezuinigd.

De roep klinkt uit de vier grote steden, waarvan Den Haag vorige week als eerste gemeente een begroting presenteerde met een structureel jaarlijks tekort van 70 miljoen euro. Wethouder Rachid Guernaoui (Financiën, Groep de Mos/Hart voor Den Haag), riep het kabinet op het Gemeentefonds anders te organiseren: „Hoe het nu is ingericht, doet gemeenten ontzettend veel pijn.”

De G40, de veertig middelgrote steden, kwamen maandagochtend met eenzelfde boodschap. Zij komen de komende vier jaar „ongeveer een half miljard euro” tekort. „Het cynische is dat je aan de ene kant een jubelende overheid hebt in Den Haag en aan de andere kant lokale gemeenten die moeten korten op voorzieningen”, zegt G40-voorzitter Paul Depla, burgemeester van Breda.

Hij zegt dat het ‘trap op, trap af’-principe betekent dat de inkomsten van gemeenten „onvoorspelbaar en onberekenbaar” zijn. „Gedurende het jaar wordt de bijdrage aangepast en dan word je daar als gemeente mee geconfronteerd.”

Lees ook over het probleem met de decentralisatie van de jeugdzorg: Meer geld voor jeugdzorg na noodkreet gemeenten

Het probleem is prangender geworden nadat in 2015 gemeenten ook taken als jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning erbij kregen, beleidsterreinen die gebaat zijn bij financiële zekerheid. Juist daar zijn grote tekorten ontstaan, ook omdat er tegelijk door de rijksoverheid werd bezuinigd op het zorgbudget van gemeenten. Depla zegt: „Het zou goed zijn als gemeenten minder afhankelijk worden van het rijk, anders blijf je hier tegenaanlopen.”

In kleinere gemeenten zoals Oldenzaal, klinkt de roep om een oplossing ook. Wethouder Christenhusz (Sociaal Domein, WG Oldenzaal) zegt: „We hadden vorig jaar nog wat vet op de botten, maar nu is de vraag niet ‘moeten we de onroerendzaakbelasting (ozb) verhogen, maar met hoeveel procent’.” Hij zegt: „Wij hebben het gelukkig nog over 4, 5 of 6 procent. Maar ik zie om me heen dat collega’s het over 30 procent ozb-verhoging hebben.”

In Oldenzaal moet 1,5 miljoen euro worden bespaard op een begroting van 90 miljoen. „Vorig jaar konden we nog 1,6 miljoen euro elders weghalen. Dat deden de collega’s met liefde al had het invloed op de groenvoorziening. Nu moeten we echt schrappen.” Dat gebeurt op welzijnswerk, waar Oldenzaal juist in wilde investeren om zo uiteindelijk de kosten voor zorg te kunnen drukken. „Gelukkig hoeven er nog geen dingen dicht”, zegt Christenhusz.

Wethouder Maarten Offinga van Súdwest-Fryslân (CDA) maakt de vergelijking van geld dat bij het Rijk „over de plinten klotst”, terwijl „bij de ander het zwembad moet sluiten en het water aan de lippen staat”. Hij moet 10 miljoen bezuinigen („Ik ben nu aan het uitwerken hoe”) en merkt als waarnemend voorzitter van de commissie financiën van de Vereniging Nederlandse Gemeenten dat al zijn collega’s „hetzelfde verhaal” hebben.

„Die bezuinigingen werken door bij de mensen thuis.” Vooral die in de zorg, ziet hij. Offinga zegt: „Ik doe een dringend appel op het kabinet: in een beschaafde staat gaat een beschaafde regering beschaafd reageren op zo’n probleem.”

Correctie (17/9): in een eerdere versie van dit artikel stond de wethouder van Rhenen met een verkeerde achternaam vermeld.