FNV: nu is moment voor loongroei

Loongroei Eindelijk stijgen de lonen. Maar FNV gaat het nog niet snel genoeg. De vakbond zal 5 procent loonsverhoging eisen in al zijn cao-onderhandelingen.

Vooral de minstverdienenden moeten er flink op vooruit gaan, vindt de FNV. De bond wil dat over drie jaar niemand minder dan 14 euro per uur verdient. Nu is het minimumloon 9,44 euro per uur.
Vooral de minstverdienenden moeten er flink op vooruit gaan, vindt de FNV. De bond wil dat over drie jaar niemand minder dan 14 euro per uur verdient. Nu is het minimumloon 9,44 euro per uur. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Eindelijk stijgen de lonen. Lang verbaasden economen zich over het trage tempo waarin werknemers profiteren van de economische groei. In januari waren de cao-loonstijgingen een bescheiden 2 procent hoger dan een jaar eerder, volgens CBS-cijfers. Er zat tot begin dit jaar amper beweging in de loongroei.

Deze zomer werd de weg omhoog zichtbaar. In juli gingen werknemers er in collectieve loonafspraken 2,6 procent op vooruit ten opzichte van een jaar eerder, in augustus 2,7 procent.

Maar voor de FNV gaat het allemaal niet snel genoeg. De vakbond zal volgend jaar – net als dit jaar – 5 procent loonsverhoging eisen in al zijn onderhandelingen over collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) die het met werkgevers voert, kondigde FNV-bestuurslid Zakaria Boufangacha maandag aan.

„Van links tot rechts schreeuwt iedereen om hogere lonen”, zegt Boufangacha. Daarom twijfelde het vakbondsbestuur niet lang over de inzet voor 2020. „Er is een inhaalslag nodig omdat de lonen nog te ver zijn achtergebleven bij de winsten.”

De loongroei blijft ook nog steeds achter bij de hoogconjunctuur van 2002, toen er een cao-loonstijging was van 4 procent. In 2008 ging het om 3,5 procent.

Werkgevers wijzen vaak op de toegenomen internationale concurrentie, deels door de opkomst van internet. De kledingzaak concurreert met Zalando, de bouwmarkt met AliExpress. Daarom willen ze hun loonkosten niet te ver laten oplopen.

Boufangacha noemt dat „krokodillentranen”. „Het beste wat de Nederlandse economie kan gebruiken is een loonimpuls. De bestedingen die daaruit voortkomen gaan direct weer de economie in.”

Bovendien heeft Nederland een sterke concurrentiepositie, zegt de FNV-bestuurder. „Fatsoenlijke lonen gaan er echt niet toe leiden dat iedereen gillend wegrent. Het zal juist stabiliteit brengen in deze tijden van onvrede en onbehagen.”

Forse verhoging

Vooral de minstverdienenden moeten er flink op vooruit gaan, vindt de FNV. De bond wil dat over drie jaar niemand minder dan 14 euro per uur verdient. Nu is het minimumloon 9,44 euro per uur. Een half miljoen Nederlanders, ruim 6 procent van alle werknemers, verdient het minimumloon.

In april begon de vakbond al een campagne die zou moeten leiden tot een wettelijke verhoging van het minimumloon. Maar de FNV hoopt daar in cao’s al afspraken over te kunnen maken met enkele werkgevers. „Dit is een moreel appèl aan werkgevers, om iedereen een leefbaar loon te geven.”

Economen staan lang niet allemaal afwijzend tegenover zo’n forse verhoging van het wettelijk minimumloon. Er zijn in het buitenland meerdere economische studies gedaan naar de invoering of verhoging van het minimumloon. Soms werd een baanverlies ontdekt, maar vaak was de conclusie dat de aanpassing geen of amper effect had. Economen zijn verdeeld over de duiding van deze onderzoeken.

Lees ook: FNV wil minimumloon fors verhogen. Goed idee?

Bovenal blijft FNV proberen om in cao’s afspraken te maken over meer vaste contracten en minder flexwerk. Dat heeft een hogere prioriteit dan de loongroei en het minimumloon, zegt Boufangacha. „Juist door de toename van onzekere contracten zijn mensen kwetsbaarder en krijgen ze ook minder snel een loonsverhoging.”

Wat loonsverhogingen ook in de weg staat, is de verzwakte positie van de vakbonden zelf, waardoor ze er minder in slagen om een vuist te maken richting werkgevers. In 2015 had de FNV nog bijna 1,1 miljoen leden. Afgelopen maand is de vakbond onder de psychologisch belangrijke grens van 1 miljoen leden gezakt.

Dat komt deels door het opschonen van het ledenbestand, volgens Boufangacha. „Mensen die een contributieachterstand hadden bijvoorbeeld.” Maar het ledenbestand is ook hard aan het vergrijzen. In 1999 was de helft van de FNV-leden jonger dan 45 jaar, in 2017 nog maar een kwart.

Inhoudelijk heeft de FNV het maatschappelijke en politieke sentiment juist aan zijn zijde. Zelfs de traditionele ondernemerspartij VVD zegt dat de bedrijfswinsten voor een groter deel bij werknemers terecht moeten komen. Waarom profiteert de vakbeweging daar niet van?

Boufangacha benadrukt dat er nog steeds zo’n 4.000 leden per maand bijkomen. Maar dat haalt weinig uit tegenover het grotere aantal oude vakbondsleden dat wordt uitgeschreven na pensionering of overlijdt.

De FNV moet het dus vooral hebben van het werven van jonge leden. Ook daarom wil de FNV vooral graag aandacht voor zijn strijd voor meer vaste banen. Jongeren komen bovengemiddeld vaak terecht in flexcontracten. Boufangacha: „Onze agenda is een jongerenagenda.”