Een mokerslag voor de oliemarkt

Saoedi-Arabië De olieprijs is omhooggeschoten na de aanslagen op Saoedische olie-installaties. Cruciale vraag: hoe lang gaat herstel duren?

Door de Amerikaanse overheid vrijgegeven beelden geven een indruk van de schade door droneaanvallen op Saoedische olieinstallaties in Khurais.
Door de Amerikaanse overheid vrijgegeven beelden geven een indruk van de schade door droneaanvallen op Saoedische olieinstallaties in Khurais. AP

De grootste schok voor de oliemarkt sinds de Golfoorlog van 1990-1991. Deze typering werd afgelopen weekeinde al snel gegeven aan de gevolgen van de aanslagen op cruciale Saoedische olie-installaties in Abqaiq en Khurais.

Saoedi-Arabië produceert een kleine 10 miljoen vaten olie per dag. Dat is door de chaos die is ontstaan nu 5,7 miljoen vaten minder. Aanvankelijk was de boodschap dat dit enige dagen zou duren. Maar inmiddels wordt duidelijk dat de verstoring van de oliemarkt langer gaat duren.

Hoe groot het effect is, kan worden afgeleid aan de omvang van de oliemarkt zelf. De wereld verbruikte, volgens gegevens van het Internationaal Energieagentschap (IEA), in augustus gemiddeld 100,7 miljoen vaten per dag. De oliemarkt, waar dagelijks grote hoeveelheden worden verhandeld, is uit zichzelf al vrij nerveus van aard. Een kleine verandering in de vraag naar of het aanbod van olie is al genoeg om de olieprijs van zijn plek te krijgen. Dit ‘marginale’ effect is bijvoorbeeld elke woensdag te zien als de omvang van de Amerikaanse olievoorraad bekend wordt gemaakt. Een paar honderdduizend vaten meer of minder dan gedacht kan zo een dollar in de prijs van een vat olie schelen.

Kennelijk gaan de markten ervan uit dat een langdurig hogere olieprijs uitblijft

De 5,7 miljoen vaten waar het ditmaal om gaat, zijn dan ook een soort van meteorietinslag. Bij opening van de oliemarkt, in de nacht van zondag op maandag in Azië, ging de prijs van Brent-olie liefst 18,3 procent omhoog, van 60,25 dollar naar 71,30 dollar per vat. En dat nadat de Amerikaanse president Trump vijf minuten voor de opening een ‘dempende’ tweet had verstuurd waarin hij stelde dat Amerika klaar is om zijn strategische oliereserves vrij te maken indien dan nodig zou zijn. De Verenigde Staten hebben het equivalent van 644 miljoen vaten opgeslagen in zoutkoepels aan de zuidkust. Later in de ochtend, en bij het openen van de markten in Europa zakte de prijs van Brent-olie terug, naar rond de 66 dollar. Nog steeds een toename van rond de 10 procent.

Reservevoorraden

Hoe dat verder uitpakt, zal de komende dagen en weken blijken. Aan de matigende kant zijn er de strategische olievoorraden. Niet alleen de VS, maar ook alle andere westerse landen die aangesloten zijn bij het IEA houden er sinds de oliecrises van de jaren zeventig reservevoorraden op na die overeenkomen met drie maanden verbruik. Samen worden deze reserves, dus inclusief die van de VS, geschat op anderhalf miljard vaten. Saoedi-Arabië heeft zelf ook voorraden. Die liggen in het land zelf, in Japan, Egypte en in de haven van Rotterdam. Die hoeveelheid wordt geraamd op tegen de 200 miljoen vaten.

Aan de andere kant is er de acute vraag hoe snel de Saoediërs erin slagen de schade zodanig te herstellen dat de installaties weer op volle toeren kunnen draaien. Maandagochtend werd gemeld dat een derde van de uitval spoedig kan worden hersteld. Duurt het allemaal langer, dan blijft de verstoring van de markt uiteraard groter.

Er is ook nog een mogelijk duurzaam effect. Na de Amerikaanse olie-industrie, die een flinke duw in de rug kreeg van de schalieproductie, is Saoedi-Arabië de grootste producent van olie ter wereld. Nu blijkt hoe kwetsbaar het land is. Het kan zijn dat er nu een soort risicopremie in de olieprijs kruipt die hem lange tijd hoger houdt dan anders het geval zou zijn geweest.

Prijzen opdrijven

Ironisch genoeg is een hogere olieprijs juist wat de Saoediërs al geruime tijd proberen te bereiken. Eerder dit jaar werd een productiebeperking met 1,2 miljoen vaten afgesproken met andere leden van de OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, met als doel de markt krap te houden en de prijzen op te drijven. De olieprijs luisterde er nauwelijks naar. Vorige week zondag werd olieminister Khalid al-Falih vervangen door Abdulaziz bin Salman, een halfbroer van kroonprins Mohammed bin Salman. Het is voor het eerst dat een lid van de Saoedische koninklijke familie deze ministerspost bekleedt.

Hoe belangrijk een hogere olieprijs voor Riad is, blijkt uit een berekening van de zogenoemde ‘break-evenprijs’ van olie. Dat is de minimale prijs die het land nodig heeft om geen begrotingstekort op te lopen. Dat is, volgens een raming van het Internationaal Monetair Fonds, 85,4 dollar. Hoewel dat zakt naar 78,3 dollar volgend jaar, is de olieprijs nog steeds veel te laag om de Saoedische financiën sluitend te krijgen.

In dat verband is er nóg een mogelijk vergaand gevolg van de aanslagen van afgelopen weekeinde. Al jaren probeert Saoedi-Arabië het staatsoliebedrijf Aramco naar de beurs te brengen. Dat proces leek net in een stroomversnelling te raken. Met een geschatte waarde van 1.500 miljard tot 2.000 miljard dollar zou Aramco het grootste beursgenoteerde bedrijf ter wereld zijn. Zelfs Apple is een dwerg vergeleken bij dit oliebedrijf. En: mocht Riad 5 procent van de aandelen tegen deze beurswaardering kunnen verkopen, dan krijgt het tot 100 miljard dollar aan inkomsten binnen. Dat moet helpen om via een investeringsfonds het land minder afhankelijk van olie te maken.

Loopt er nu een streep door deze plannen? De gevolgen zijn niet alleen voor de Saoediërs negatief. De westerse financiële markten, waar aandelen van oliemaatschappijen vanmorgen met een paar procent stegen, hielden zich vanmorgen vrij rustig. Kennelijk wordt ervan uitgegaan dat een langdurige verhoging van de olieprijs uitblijft. Dat zou goed uitkomen: in de huidige, wankele fase van de conjunctuur kan de wereldeconomie een olieschok missen als kiespijn.