Een baan ‘uitzitten’ – hoe voorkom je dat?

Promotieonderzoek Niet bevlogen meer, geen zin in doorleren. Wat moet een bedrijf met werknemers die ‘mentaal’ al met pensioen zijn?

Gezondheidswetenschapper Jenny Huijs (niet op de foto), promoveert op werknemers die ‘mentaal’ al met pensioen zijn. Huijs: „Werknemers die al zijn afgehaakt, voelen weinig waardering voor het werk.”
Gezondheidswetenschapper Jenny Huijs (niet op de foto), promoveert op werknemers die ‘mentaal’ al met pensioen zijn. Huijs: „Werknemers die al zijn afgehaakt, voelen weinig waardering voor het werk.” Foto ANP

Weinig interesse in doorleren, een werkhouding die moeilijk nog bevlogen te noemen is en nauwelijks binding met het bedrijf.

Op 23 september promoveert Jenny Huijs, als gezondheidswetenschapper werkzaam bij onderzoeksinstituut TNO, op dát type werknemer: de medewerker die ‘mentaal’ al met pensioen is. Of zoals Huijs het verwoordt: „Werknemers die eigenlijk al zijn afgehaakt, weinig waardering voelen voor het werk dat ze doen en hun tijd op de werkvloer uitzitten.” Huijs promoveert aan de Universiteit Utrecht.

Om meteen een misverstand uit de weg te ruimen: dat mentale pensioen is niet voorbehouden aan vijftig-plussers. Huijs: „Dat hebben we uiteraard wel onderzocht, maar de combinatie van een laag gevoel van waardering, weinig binding met het bedrijf en nauwelijks interesse om door te leren, bleek onder alle leeftijdscategorieën evenveel voor te komen.”

Is het dan niet verwarrend het over een ‘mentaal pensioen’ te hebben? Dat is een kwestie van definitie, zegt Huijs. „Het gaat om de houding: ‘ik zit mijn tijd hier uit’.” En zo’n houding associëren we vaak met mensen die bijna met pensioen gaan. Al blijkt dát dus eigenlijk onterecht.

Deze groep werknemers is interessant, omdat zij veel vatbaarder zijn voor ziekteverzuim dan de medewerkers die nog wél bevlogen zijn. En met name van langdurig verzuim is bekend dat het niet alleen hoge kosten voor werkgevers met zich meebrengt, maar werknemers ook een knauw in hun zelfvertrouwen geeft.

Bovendien is het voor beide partijen niet wenselijk dat mensen al op hun veertigste een baan ‘uitzitten’. We moeten steeds langer doorwerken, dus op tijd nadenken over een tweede carrière kan heel zinvol zijn.

Bevlogenheid terug

Huijs onderzocht twee dingen: hoe voorkom je als werkgever dat werknemers hun tijd uitzitten, en daarmee vatbaar worden voor verzuim? En hoe zorg je ervoor dat mensen die al thuis zitten, zo snel mogelijk hun bevlogenheid terugkrijgen?

Die eerste vraag beantwoordde ze door verschillende ‘interventies’ bij drie organisaties uit te voeren, onder in totaal zo’n 700 medewerkers. Een interventie kon variëren van met zijn allen een cursus volgen, tot afwisselen wie de voorzitter is bij een overleg.

De grote gemeenschappelijke deler: waar werknemers sámen nadachten over wat ze nodig hadden in hun werk en daar vervolgens gezamenlijk een antwoord op formuleerden, steeg de binding met het bedrijf.

Daarnaast keek Huijs naar de bevlogenheid en betrokkenheid van medewerkers ná een periode van ziekte. Dat deed ze door middel van een proef onder zes mensen bij de Nationale Politie, die net langdurig thuis hadden gezeten en waarvan nog niet duidelijk was wanneer ze zouden terugkeren.

Bij die mensen bleek het voor hun re-integratie belangrijk dat zij het gevoel hadden hun werk en de taken die daarbij hoorden aan te kunnen. Hoe zorg je ervoor dat mensen dat gevoel krijgen? Huijs: „Door mensen zelf de regie te geven.”

Een voorbeeld. Een agent bleek zijn gevoel van eigenwaarde voor een groot deel te halen uit het dragen van zijn wapenstok. Door fysieke problemen mocht hij dat niet meer, en dat betekende dat hij het gevoel had er niet meer toe te doen.

Huijs: „Tijdens de proef werd samen met hem een alternatief plan opgesteld: welke taak geeft jou het gevoel wél belangrijk te zijn voor het bedrijf, zonder dat je daarvoor je wapenstok hoeft te dragen? Wat zou een plan B kunnen zijn?”

Werknemers die (langdurig) ziek zijn hebben vaak het gevoel al genoeg tot last te zijn, zegt Huijs. „Het heeft als werkgever daarom zin ze aan te spreken op hun expertise. Waar denken zij iets te kunnen bijdragen?”

Lees ook: Wie betrokken is bij zijn werk, is gelukkiger