36 huizen afbellen voor één patiënt

Ouderenzorg Door de snelle vergrijzing, personeelstekorten en het sluiten van verzorgingshuizen moeten ouderen nu lang wachten op zorg. Wie hulp wil, moet flexibel zijn.

Een vrouw (die niet in het verhaal voorkomt) krijgt haar chemokuur aan huis door de thuiszorg.
Een vrouw (die niet in het verhaal voorkomt) krijgt haar chemokuur aan huis door de thuiszorg. Foto Daniel Niessen

Dit heeft ze niet eerder meegemaakt, zegt Elisabeth Buijtelaar van Thuiszorg Haesebroeck. De dagelijkse lawine aan telefoontjes van mensen die wanhopig om hulp vragen voor ouders of familieleden. Maar ook ziekenhuizen bellen haar „in totale ontreddering” met de vraag of ze er in Wassenaar misschien nog iemand bij kunnen hebben. „Nederland is een beschaafd land”, zegt Buijtelaar in het kantoor. „Waarom gebeurt dit?”

Vrijdag werd bekend dat steeds meer ouderen moeten wachten op een plek in een verpleeghuis of op wijkverpleging. In juli ging het om bijna 14.000 mensen, die wel hulp krijgen, maar níet op de plek waar ze graag zouden zijn. Van die groep wachten 4.000 ouderen een halfjaar tot een jaar op een verpleeghuis-plek dichtbij huis.

Verpleeghuizen zitten vol en de wijkverpleging heeft te weinig personeel. Op de spoedeisende hulp van ziekenhuizen vangen ze ouderen op die zijn gevallen of een infectie hebben, maar kunnen ze vervolgens geen plek vinden waar de oudere patiënt kan revalideren, of leven. De afdeling ouderengeneeskunde van het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht belde 36 verpleeghuizen voordat ze plek vonden voor één hoogbejaarde patiënt.

Lees ook de reportage over ouderen die te lang in het ziekenhuis liggen: Het verpleeghuis is 140 kilomter verderop

In Wassenaar is het niet anders. „We worden zelfs gebeld vanuit het Kennemerland en Woerden”, zegt Buijtelaar. Een van haar nieuwe klanten zocht een revalidatiehuis voor haar vader. „Overal kregen we te horen dat er geen plek was en dat hij op een wachtlijst kon.” Haar vader had een herseninfarct gehad. Hij wil niet dat zijn dochter met haar naam in de krant komt. „Hij is zo blij met hoe het nu is geregeld en het doet hem zo goed, dat hij bang is dat het weer van hem wordt afgepakt.” Buijtelaar: „De problemen rond de zorg zijn voor ouderen een extra bron van stress geworden.”

De ruimte voor specifieke wensenlijstjes is daardoor kleiner geworden: wie hulp wil, moet flexibel zijn en zich aanpassen aan het bomvolle rooster van de zorgverlener. Helaas, zegt Buijtelaar erbij. Ze ziet de laatste tijd een nieuw soort schrijnende gevallen voorbijkomen: mensen die in het ziekenhuis op hun sterfbed liggen, maar voor wie geen wijkverpleging beschikbaar is. „Mensen kunnen niet meer thuis sterven.”

Thuis sterven moet in Friesland juist wel, omdat er weinig hospices zijn. Verder herkent regiomanager Sjoukje Veenstra van Thuiszorg Het Friese Land het beeld dat Buijtelaar schetst: ook in Friesland is er groot tekort aan verpleegkundigen. En de aanvragen voor wijkverpleging nemen toe omdat er weinig verpleeghuizen zijn en de ziekenhuizen de bedden nodig hebben.

Afgelopen week nog, een vrouw van 83 krijgt een nieuwe heup. Om een uur ’s middags wordt ze geopereerd. Om half vijf horen de kinderen: moeder mag naar huis. De kinderen bellen met een collega van Sjoukje Veenstra. „Wij dachten: Oeps. Dit is wel heel snel.”

Als mensen zo kort na een operatie thuiskomen vraagt dat veel van de wijkverpleging, zegt Veenstra. Ze moeten de wond goed verzorgen en het herstel van de net geopereerde patiënt in de gaten houden. „We kunnen veel. We hebben een specialistisch team voor gecompliceerde zorgvragen. Maar je kunt dan niet met één bezoek per dag toe, er moet vier keer per dag iemand langs.”

Een ander voorbeeld: een oudere vrouw wordt uit het ziekenhuis ontslagen met een gal-drain, op vrijdagmiddag. „Dat is de drukste dag van de week. Ziekenhuizen sturen patiënten als het even kan voor het weekend naar huis.” In dit geval moet er iemand worden gevonden die de drain kan spoelen, de wond kan verzorgen en de verdere zorg kan leveren. „Dat lukt soms gewoon niet.”

Nergens terecht

Elisabeth Buijtelaar in Wassenaar vertelt over Miep, een overleden overbuurvrouw. „Die zwierf over straat in een dustertje en pantoffels.” Zulke ouderen zijn er steeds meer, zegt ze. Eigenlijk kunnen ze niet meer zelfstandig thuis wonen, maar toch moet het omdat ze nergens anders terecht kunnen. „De overheid wil dat ouderen steeds langer thuis blijven, maar dat kan alleen bij gratie van kinderen, familieleden of lieve buren.” Inmiddels hebben 160.000 ouderen een officiële ‘indicatie’ die bepaalt dat ze zo verzwakt, verward en hulpbehoevend zijn dat ze verpleeghuiszorg nodig hebben. Dat krijgen ze ook wel, maar niet allemaal op de plek van hun keuze.

Waarom gebeurt dit in Nederland? In de op Prinsjesdag te presenteren – maar al uitgelekte – Miljoenennota lijkt aan middelen geen gebrek. De zorg is samen met de sociale zekerheid opnieuw de grootste uitgavenpost. Maar in de begroting staat ook „dat de zorguitgaven lager zijn uitgevallen dan waar eerder rekening mee was gehouden”. Dat komt, volgens mensen in de sector, omdat er 8 tot 10 procent verpleegkundigen te weinig zijn. Als er niet gezorgd wordt, kost dat ook geen geld.

Het geld dat is overgebleven, gaat niet terug naar de zorg, zo valt er te lezen in de Miljoenennota, maar naar „andere maatschappelijke prioriteiten”, zoals het pensioen- en klimaatakkoord, defensie, extra woningen, jeugdhulp en de rechtspraak.

Volgens Buijtelaar hebben de grote zorghervormingen van 2015 aanzienlijk bijgedragen aan de huidige problemen. Zij ziet nog maar twee smaken in de ouderenzorg: er is wijkverpleging en als dat niet meer gaat, zijn er verpleeghuizen. Daartussen zat voorheen nog het verzorgingstehuis, met minder complexe zorg. Die werden in 2015 „omgekapt”, zegt Buijtelaar. Het gevolg: de wijkverpleging is steeds meer de – overvolle – wachtkamer van de verpleeghuizen. „Alles is aan het dichtslibben.”

Lees ook: Het vreemde verdwijnen van de verzorgingshuizen

Ze geeft toe: een hervorming was onvermijdelijk. Met de grijze golf die er komende twintig jaar aankomt, zou het onbetaalbaar worden als iedereen vanaf zijn 80ste in een verzorgingshuis ging wonen, zoals vroeger. Maar nu gebeurde het wel erg „rücksichtslos”. In feite is de zorgsector nog steeds niet bijgekomen van de schok die dat teweeg bracht. Wettelijk en administratief is alles ingewikkelder geworden, doordat een deel van het zorgstelsel naar gemeenten is overgeheveld.

Giftige cocktail

Wat de nieuwe cocktail extra giftig maakt, is de combinatie van snel toenemende vergrijzing én het personeelstekort in de zorg. Het is moeilijk om nieuwe generaties warm te maken voor de wijkverpleging. Bij Haesebroeck, dat werkt met zzp’ers, hebben ze geëxperimenteerd met zorgverleners uit Polen. Maar het nakomen van afspraken bleek moeizaam.

Thuiszorg Het Friese Land probeert zelf mensen op te leiden, samen met het ROC Leeuwarden. Ze gaan aan de slag en halen binnen twee jaar hun diploma en hebben zicht op een vaste baan. Maar het klasje van twaalf gaat de tekorten niet oplossen.

Vorig jaar november begon de publiekscampagne Ik zorg om te voorkomen dat het dreigende tekort aan mensen, 125.000 verpleegkundigen in 2022, waarheid wordt. „Mensen worden met de rode loper binnengehaald bij grote zorginstellingen, maar aan de achterkant gaan de ervaren krachten er net zo hard weer uit”, zegt Buijtelaar. „En die komen, zeg ik eerlijk, bij kleine organisaties zoals die van ons terecht, waar de zorg persoonlijker is.”

Juist die persoonlijke aandacht is de meerwaarde van thuiszorg, zegt ook Veenstra die zelf in een verpleeghuis werkte waar voortdurend de pieper ging als ze iemand aan het wassen was. Daarnaast zijn de cliënten verschillend. Naast ouderen wordt ook door mensen met een psychische stoornis of zieke kinderen een beroep op thuiszorg gedaan. Veenstra: „Dat maakt het afwisselend en dankbaar werk, maar ook zwaar en soms tijdrovend. Noodgedwongen stellen we bij binnenkomst drie vragen: Wat kunt u zelf nog? Wat kunnen de mensen om u heen doen, de partner, de kinderen en de buren? En dan pas vragen we: Wat heeft u nodig van óns?”

Om menskracht te sparen werkt het Friese Land met een beeldtelefoon. Daarmee kunnen verplegers bijvoorbeeld iemand bellen om te vragen of hij zijn medicijnen inneemt. Ze proberen ook andere hulpmiddelen in te zetten, bijvoorbeeld een apparaat waarmee een oudere zelf steunkousen kan aantrekken. „Dat scheelt twee bezoeken op een dag.” Maar hoe inventief ze ook is, ze moet soms „nee” zeggen tegen nieuwe cliënten. Dan moet iemand toch langer in het ziekenhuis blijven. „Bijna al onze medewerkers draaien overuren. En ze hebben allemaal nog rijen niet-opgenomen vakantiedagen.”