Oppositie worstelt met Rutte III – en met zichzelf

Miljoenennota Nu Rutte III óók bedrijven zwaarder wil belasten, heeft de linkse oppositie een dilemma. Hoe zetten ze zich af?

Minister-President Mark Rutte maakt een selfie met een aantal kinderen na afloop van Kleine Prinsjesdag in de Ridderzaal. ANP LEX VAN LIESHOUT
Minister-President Mark Rutte maakt een selfie met een aantal kinderen na afloop van Kleine Prinsjesdag in de Ridderzaal. ANP LEX VAN LIESHOUT Lex van Lieshout / ANP

Het is er wel, een gezamenlijke tegenbegroting, doorgerekend door het Centraal Planbureau. Maar een dag voordat het kabinet officieel de Miljoenennota presenteert, zijn de drie grootste linkse oppositiepartijen GroenLinks, SP en PvdA er nog niet definitief over uit of zij hun tegenbegroting ook zullen presenteren.

Sterker nog, of het wel een ‘tegenbegroting’ genóémd mag worden is ook geen uitgemaakte zaak. Bij de SP vinden ze het die naam niet waard. Het zijn wat maatregelen, is daar te horen, op een paar A4’tjes, maar geen volledige en uitputtend onderbouwde begroting. Dat is het ook nooit geweest, vinden PvdA en GroenLinks. Het is een begroting op hoofdlijnen, aansluitend op een lijst met twintig maatregelen die de drie partijen twee jaar geleden al presenteerden als alternatief voor het regeerakkoord van kabinet Rutte III.

Lees ook: Lees deze bijsluiter vóór Prinsjesdag

Die samenwerking was historisch. Vorig jaar op Prinsjesdag dienden de drie partijen voor het eerst een gezamenlijke tegenbegroting in. Daarin stond onder meer een streep door de btw-verhoging en de toen nog voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting moest van tafel. In plaats daarvan ging het eigen risico omlaag en moest er 2 miljard voor de publieke sector beschikbaar komen. Dit jaar, is het idee, krijgen die plannen een update. Maar hoe precies, daar waren ze het tot eind vorige week nog niet over eens.

Verdeelde oppositie

Fractievoorzitters Lilian Marijnissen (SP), Jesse Klaver (GroenLinks) en Lodewijk Asscher (PvdA) komen regelmatig bij elkaar voor overleg. Ze kunnen het goed met elkaar vinden. En de samenwerking met Marijnissen wordt door de twee anderen als soepeler ervaren dan met haar voorganger Emile Roemer.

De linkse oppositie staat met 37 zetels in de Tweede Kamer – 14 voor GroenLinks en de SP en 9 voor de PvdA – zwak tegenover de 76 zetels van het kabinet. Dat stonden ze vorig jaar net zo goed. Maar dit jaar is er een belangrijk verschil: sinds juni heeft het kabinet in de Eerste Kamer geen meerderheid meer. De PvdA (met 6 senaatszetels) en GroenLinks (8) zouden dit kabinet daar, afzonderlijk, wel aan een meerderheid kunnen helpen.

Luister ook naar de podcast Haagse Zaken: Handboek voor de Prinsjesdagweek

Dat is van belang om straks alle begrotingswetten plus het Belastingplan met alle fiscale maatregelen aangenomen te krijgen. Tot nu toe, zeggen bronnen bij de oppositie, zijn de twee daarvoor verantwoordelijke bewindspersonen, minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en zijn D66-staatssecretaris Menno Snel, nog niet langsgeweest bij de leiding van PvdA of GroenLinks. Dat getuigt van zelfvertrouwen bij de coalitie. In de voorstellen in de Miljoenennota, die vrijdag al uitlekte, zitten behoorlijke lastenverlagingen voor burgers en juist hogere lasten voor bedrijven. En nee, volgens de oppositie gaat het kabinet daarin niet ver genoeg. Maar als de senaat in december moet stemmen vóór of tégen het belastingpakket, is een tegenstem van een linkse oppositiepartij in de kern een stem tégen lastenverlichting. Dat is moeilijk uit te leggen aan de achterban. Bij GroenLinks is deze redenering overigens sterker te horen dan de PvdA en de SP.

Daar komt nog bij dat het kabinet ook steun kan zoeken, maar dan aan de rechterzijde van de oppositie, bij de negen overgebleven senatoren van Forum voor Democratie. Of bij een combinatie van de daarvan afgescheurde fractie-Otten (3 zetels), de SGP (2) en de onafhankelijke senaatsfractie van Germ Gerbrandy.

Fundamenteel debat

Over één ding is de linkse oppositie het eens. Komend jaar, waarin geen verkiezingen op de planning staan, is het tijd voor „fundamentele debatten.” De PvdA en GroenLinks willen een „groot debat” over de woningmarkt en over de toegenomen loonkloof. De SP vindt dat het debat moet gaan over kapitaal en arbeid: van wie is de winst? Marijnissen komt deze maandag in een alternatieve ‘Loonrede’ met een eigen plan voor een in haar ogen rechtvaardiger winstdeling: werknemers hebben recht op een bepaald percentage van de winst.

De SP-leider heeft een dergelijk eigen geluid nodig. De SP verloor dit jaar alle zetels in het Europees Parlement en raakte meer dan de helft van de zetels kwijt in de provincies en in de Eerste Kamer. Partijvoorzitter en strateeg Ron Meyer kondigde zijn vertrek aan. Peilingen blijven slecht.

Lees ook:Oppositie gunt Rutte III niks meer

De komende week zullen de drie linkse oppositieleiders zo eendrachtig proberen over te komen. In hun reactie op de Troonrede, en in de dagen erna tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Gedrieën zullen ze weer, zoals dat heet, een ‘treintje’ achter de interruptiemicrofoon vormen. Maar inhoudelijk is er onenigheid over hoe lastig men het dit kabinet dit jaar écht wil maken. In die zin is de situatie vergelijkbaar met eind vorig jaar, toen PvdA en SP het vertrouwen opzegden in premier Rutte na een debat over de dividendbelasting. GroenLinks steunde een motie van wantrouwen (van de PVV) niet, mogelijk ook om de geloofwaardigheid als partner in de Eerste Kamer te behouden. Tactiek kan de broze samenwerking van de linkse partijen altijd in de weg staan.