Opinie

‘Onze’ ‘vaderlandse’ geschiedenis

Lotfi El Hamidi

Twee jaar geleden bezocht ik het monument Padrão dos Descobrimentos in Lissabon, een van de bezienswaardigheden in de Portugese hoofdstad. Op het imposante bouwwerk uit 1960, ontworpen in de vorm van een scheepsboeg, kijkt Hendrik de Zeevaarder fier uit over de Taag-rivier. Deze prins stond aan de basis van de Portugese expansie in de vijftiende eeuw. In zijn kielzog roemruchte ontdekkingsreizigers als Vasco Da Gama en Pedro Alvares Cabral, en nog tal van matrozen, missionarissen en kunstenaars uit de Portugese Gouden Eeuw. De Portugees wordt hier getrakteerd op een grote dosis nationale zelfverheerlijking.

Het toeval wilde dat binnen het gebouw een tentoonstelling over racisme en burgerschap te zien was. De Portugese geschiedenis werd flink onder de loep genomen, vanaf de Reconquista tot de postkoloniale periode: de verdrijving van de Joden en Moren, slavernij, het koloniseren van overzeese gebieden, uitbuiting en onderdrukking, het kwam allemaal ongefilterd voorbij. Een overzichtelijke en confronterende tentoonstelling, die op heldere wijze de spanning liet zien tussen vaderlandse trots en de wrede werkelijkheid van kolonialisme en racisme.

Aan het eind van de expositie was een foto te zien van het monument anno nu, waarop jonge Portugezen met wortels in de voormalige koloniën aan de voeten van de zeehelden staan. Symbolisch vond ik het een sterk beeld; via een omweg zijn de nazaten van de slaven en koloniale onderdanen nu in het hart van het voormalige wereldrijk. Alsof de spoken uit het verleden zijn gereïncarneerd om de moderne Portugees een spiegel voor te houden: de een zijn Gouden Eeuw was de ander zijn hel. Welke plaats geef je deze burgers in het verhaal over ‘onze’ ‘vaderlandse’ geschiedenis?

Ook in Nederland een prangende vraag die de gemoederen al jaren bezig houdt. En nu het Amsterdam Museum de term ‘Gouden Eeuw’ in de ban heeft gedaan, vragen sommigen zich af: mogen we dan helemaal niet meer trots zijn op ‘onze’ geschiedenis? Wel opvallend: dezelfde mensen die zich menen niet te kunnen schamen voor de schaduwkanten van het verleden, hebben geen moeite om met de eer te gaan strijken.

De wereld waar het Westen het voor het zeggen had bestaat allang niet meer. Een nationale geschiedenis is daarom hopeloos achterhaald, je leert ermee het verleden én heden niet beter begrijpen. Maar hoe dan wel? Allereerst door ‘ons’ te herdefiniëren; de homogene natie die lange tijd verbeeld werd bestaat niet, en heeft nooit bestaan. We zijn allemaal buitenstaanders ten opzichte van het verleden. Het enige wat we kunnen doen is de geschiedenis erkennen en niet mooier of lelijker maken dan die is, en proberen de huidige situatie te begrijpen en verbeteren. Waar dient de geschiedenis anders voor?

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.