Met de Vuelta-zege van Roglic is Jumbo-Visma klaar voor de strijd met Team Ineos

Wielrennen Met de eindzege van de Sloveen Primoz Roglic in de Vuelta laat Jumbo-Visma zien dat het de belangrijkste uitdager is van Ineos, de rijkste wielerploeg ter wereld.

Primoz Roglic (in het rood) te midden van zijn ploegegnoten in Madrid.
Primoz Roglic (in het rood) te midden van zijn ploegegnoten in Madrid. Foto Manu Fernandez/AP

Met de eindzege in de Vuelta van Primoz Roglic en Jumbo-Visma lijkt Ineos (voorheen Team Sky) een waardige tegenstander te hebben gevonden. De Britten hadden vijf van de laatste zeven grote rondes gewonnen, en contracteerden Giro-winnaar Richard Carapaz om die verstikkende hegemonie maar in stand te houden. Tevergeefs.

Dat was in de Tour de France al zichtbaar, een kilometer of tien onder de top van de Col du Tourmalet in de veertiende etappe. Geen zwartrood, voorheen zwartblauw, maar drie mannen in geelzwart bepaalden het tempo in de belangrijkste wielerkoers. George Bennett, Laurens De Plus en Steven Kruijswijk, onderdeel van een ploeg die al sinds de Tourstart in Brussel opperbest door Frankrijk trok, met na decennia weer een Nederlandse gele trui op zak, en een overrompelende zege in de ploegentijdrit. Ze fietsten op een cocktail van zelfvertrouwen, euforie en een vleugje overmoed de Pyreneeën in, en brachten vol branie de spanning terug in de Tour.

Tot opluchting van velen, omdat er een frisse wind waaide door een sport waar de spanning al zo lang uit werd gewrongen door het team met het grote geld. De afloop is bekend: door de zonderlinge Fransman Julian Alaphilippe en ook door het machtsblok dat Jumbo-Visma tegenover dat van Ineos wist te zetten, werd de Tour van 2019 de leukste in jaren. De uitkomst was dan wel weer hetzelfde: Ineos won, met de piepjonge Colombiaan Egan Bernal.

Machtige ploeg

Maar de Vuelta is voor Jumbo-Visma. De Sloveen Roglic heerste in het voorseizoen met winst in drie kortere rondes, was daarna opgebrand in de Giro (alsnog derde), nam gas terug, en kwam uitgerust naar Spanje om zijn eerste grote ronde te winnen. Oppermachtig was hij in de tijdrit, in de bergen kreeg ook niemand hem gelost, en bovendien beschikte hij over een machtige ploeg, zelfs na het vroegtijdig uitvallen van Steven Kruijswijk. Nestor Robert Gesink offerde zich als vanouds op, Tony Martin beukte gaten dicht, en dan had je nog Sepp Kuss, de Amerikaanse jongeling die zelfs een dag voor eigen kans mocht gaan en maar meteen een rit won. Allen droegen bij aan de eerste ronde-overwinning van de Nederlandse ploeg sinds 2009, toen Denis Mensjov de Giro won, toen nog onder de vlag van Rabobank.

De Sloveense renner Primoz Roglic rijdt, namens de Nederlandse ploeg van Jumbo-Visma, op weg naar de eindzege in de Ronde van Spanje. Het is de eerste zege in een grote ronde voor Jumbo-Visma.

Foto JAVIER LIZON/EPA

Nadien raakte de ploeg in verval, en niet zo’n beetje ook. Volgens sportief directeur Merijn Zeeman was het imago van het team in die jaren van dien aard – eerst door verhalen over doping, maar later ook door het uitblijven van succes – dat het lange tijd moeilijk was om fatsoenlijke renners te binden. Met de bijna-winst van Steven Kruijswijk in de Giro van 2016 werd een negatieve spiraal doorbroken. De organisatie was al van beneden naar boven opgefrist, er waren concrete doelen gesteld en meerjarenplannen geschreven.

Roglic was nog een ruwe diamant zonder koerservaring, die eerst maar eens moest leren in een peloton te rijden. Zijn indrukwekkende waarden werden voorlopig alleen nog gemeten in een lab. Maar zijn ontwikkeling verliep stormachtig. In drie jaar tijd groeide hij uit van voormalig schansspringer tot wielergrootheid, met een vierde plaats in de Tour vorig jaar, een derde plek in de Giro en met nu dus de Vuelta op zak. Dé ontdekking van het decennium kan op conto van ploegleider Frans Maassen, performancecoach Mathieu Heijboer en sportief directeur Zeeman. Met de Sloveen die heeft bijgetekend tot 2023, kan de ploeg nog jaren meestrijden om het geel in de Tour.

Lees ookdit portret van Primoz Roglic uit mei 2019

Synchroon met de prestaties in grote rondes liep de opmars van de sprinttrein, aangevoerd door Dylan Groenewegen. Met zijn etappezege op de Champs-Elysées in de Tour van 2017 bewees hij aan zichzelf dat winnen op het hoogste niveau ook tot de mogelijkheden behoorde. Er zouden nog drie Touretappes volgen, en tientallen ritten in andere rondes. De Nederlandse formatie boekte in 2015 zes zeges. Dit jaar staat de teller al op 47, een record. En het seizoen is nog niet ten einde.

Met succes kwamen sponsoren. Begin vorig jaar besloot supermarktketen Jumbo zich voor vijf jaar aan de ploeg te committeren, ongekend lang in de wielersport. En eind 2018 kwam daar ook nog een vijfjarig contract met het Noorse IT-bedrijf Visma bij. Het budget werd verhoogd (volgens De Telegraaf tot 20 miljoen euro per jaar, nog niet de helft van de 47 miljoen van Ineos), contracten werden opengebroken en verlengd, en nieuwe renners werden aangetrokken, met Tom Dumoulin vanaf volgend seizoen als absolute topaankoop. De transformatie van een zoekend legioen naar een wereldploeg is compleet.

Vanaf jaargang 2020 heeft Jumbo-Visma drie kopmannen die stuk voor stuk een grote ronde kunnen winnen – Kruijswijk had dat in 2016 moeten doen, maar na zijn duikeling in een Italiaanse ijsmuur ontbrak het hem aan helpers. Dat is nu allemaal anders. De genoemde kopstukken hebben knechten van wereldklasse, bergop (Bennett, De Plus, Kuss, Gesink) maar ook in het middelgebergte en op het vlakke (Tony Martin, Wout van Aert). Oud Tour-winnaar Bradley Wiggins zei laatst in zijn podcast dat hij ervan overtuigd is dat Jumbo-Visma het Ineos moeilijk gaat maken de komende jaren. De ploeg heeft die ambitie ook uitgesproken. Directeur Richard Plugge wil de komende tien grote rondes meestrijden om de winst.

Primoz Roglic en Alejandro Valverde finishen in de vijftiende etappe.

Foto ANDER GILLENEA/AFP

Karsten Kroon, oud-renner en wielercommentator bij Eurosport, ziet dat gebeuren. „Ze hebben het momentum mee. En ik heb het gevoel dat het bij Ineos niet zo gezellig meer is” – hij doelt op de verhalen over middelengebruik bij die ploeg, die tegen doping aanschurkten.

Hij ziet echter wel een luxeprobleem. Jumbo-Visma trekt net als dit jaar met twee grote doelen naar de Tour; naast het algemeen klassement willen ze met Groenewegen ritten winnen. In beide gevallen kost dat knechten, lastig in een team dat sinds 2018 in een grote ronde nog maar uit acht renners mag bestaan. „Als ze met drie kopmannen naar de Tour gaan, zal Groenewegen het met een knecht minder moeten doen”, denkt Kroon. „Maar daar zullen ze wel over nagedacht hebben.”

Valkuilen

Servais Knaven, ploegleider bij concurrent Ineos, vindt het „interessant om te zien” hoe Jumbo-Visma zich versterkt heeft. „Mooi voor de wielersport”, zegt hij, „want leuker om naar te kijken”. Maar hij noemt ook valkuilen. „Wij zijn erachter gekomen dat je niet én kunt sprinten én voor het klassement kunt gaan. Massasprints zijn risicovol, de kans dat je met een paar man hard onderuit gaat, is groot. En je verliest helpers in de bergen. Bij ons is het doel duidelijk: we willen de Tour winnen en iedereen offert zich daarvoor op.”

Kroon, goed bevriend met Tom Dumoulin, spreekt juist van een positieve vibe in een ploeg als er vanaf dag één kan worden meegestreden om ritzeges. „Ik denk dat Tom het wel ziet zitten hoor, om Groenewegen mee te nemen. Als je dan wint, is de sfeer meteen goed.” Knaven, op zijn beurt: „Wij hebben die ritwinst niet nodig. Niet hoeven sprinten is voor ons een opluchting.”

De ploegleider waarschuwt Jumbo-Visma voor de uitdaging van de (drie)dubbele kopman. In 2012 hadden de Britten met Bradley Wiggins en Chris Froome twee leiders in de Tour, vorig jaar hadden ze Froome en Geraint Thomas, en dit jaar Thomas en Egan Bernal. Dat ging steeds goed, maar bood voer voor speculatie in de pers. Tussen Lance Armstrong en Alberto Contador boterde het in de Tour van 2009 totaal niet. „Het is niet makkelijk om iedereen op één lijn te krijgen”, zegt Knaven. „Het valt of staat met eerlijkheid. Kopmannen moeten van elkaar weten of ze echt wel zulke goede benen hebben, moeten elkaar geen zand in de ogen strooien.” Karsten Kroon: „Het lijkt me dat Tom er juist naar uit kijkt om de druk van het kopmanschap niet meer alleen te hoeven dragen. Bij Sunweb moest hij, ook als hij minder was, voor plek acht of negen blijven vechten. Voelt hij zich nu niet goed, zal hij voor een ploegmaat op kop gaan rijden.”

Zeeman heeft de teams voor volgend jaar nog niet duidelijk. Veel hangt af van de parcoursen. „We willen zoveel mogelijk winnen”, zegt hij vanuit de Vuelta. „Een heel seizoen lang. Etappes, klassiekers, rondes. Met 27 renners. Wielrennen is meer dan de gele trui in de Tour.”