Recensie

Recensie Muziek

Krista Audere brengt veelzijdige concertreeks over de liefde

Recensie De veelbelovende Letse dirigent Krista Audere kreeg carte blanche om een eigen programma samen te stellen voor Cappella Amsterdam. In ‘Love Letters’ wordt de liefde in al haar facetten belicht.

‘Wie heeft er onlangs nog een liefdesbrief geschreven? Een echte. Geen appje met een paar x-jes.” De stem van acteur Maaike Martens (beter bekend als de bitchy luizenmoeder uit de gelijknamige tv-serie) galmt door de Utrechtse Pieterskerk. Vrijdag gaf Cappella Amsterdam er de aftrap van Love Letters, een ‘concertreeks met voordrachten’ over de liefde in al haar facetten.

Het idee kwam uit de koker van de veelbelovende dirigent Krista Audere. Van Cappella Amsterdam kreeg de Letse carte blanche om een eigen programma samen te stellen. Werk van onder meer Pärt, Schnittke en Vasks klinkt daarin naast brieffragmenten van uiteenlopende historische figuren en cultuurdragers. Napoleon en Einstein komen voorbij. Maar ook een ontroerende brief van schrijver Maarten Biesheuvel aan zijn Eva.

Krista Audere (1989) kreeg wat je noemt de koormuziek met de paplepel ingegoten. Ze groeide op in Riga, het mekka van de Baltische koormuziek, en behaalde haar masterdiploma koordirectie in Amsterdam. Cum laude.

Dat Audere veel in haar mars heeft, leed vrijdag geen twijfel. Met ronde armgebaren liet ze uit de kelen van Cappella een rijk geschakeerde koorklank opwellen, al ontketende ze in Vasks’ Zīles ziņa even gemakkelijk een waterval van gemurmel, gefluister, stuwend zingzeggen en hysterisch schaterlachen.

Eerlijk is eerlijk: regiematig valt er het nodige af te dingen op Love Letters. Koorleden die wat ongemakkelijk op komen schuifelen, de neus in een vel papier bij wijze van liefdesbrief. Martens die tijdens Vasks’ Love Songs een kwartier lang pontificaal voor het altaar zit te schrijven bij kaarslicht. Je kunt je afvragen of dergelijke ingrepen echt wat toevoegen.

Nieuw werk was er van de Letse componist Krists Auznieks. Met Song of myself, op het gelijknamige gedicht van Walt Whitman, bracht hij een ode aan de eigenliefde. Tussen een aan weerszijden van de kerk opgesteld Cappella Amsterdam en VU-Kamerkoor ontspon zich in surround sound een gelaagde maalstroom van lispelwolkjes, verglijdend geneurie en hymnische melodieflarden.

De keuze om het stuk halverwege te laten imploderen in een minuten durende stilte getuigt van lef, maar bleek funest voor de spanningsboog.