Justitie VS tandeloos door farmalobby

Pijnstillerscrisis Uit het dossier van de schikkingszaak met Purdue Pharma blijkt hoe farmaceutische giganten een wetsvoorstel doordrukten.

Sinds de jaren negentig zijn miljoenen Amerikanen getroffen door de pijnstillerscrisis.
Sinds de jaren negentig zijn miljoenen Amerikanen getroffen door de pijnstillerscrisis. Foto John Minchillo/AP

Met een ‘crisis-scenario’ van een pr-bedrijf en een door eigen juristen opgestelde vragenlijst voor Congresleden wisten Amerikaanse farmaceutische giganten in 2016 een wetsvoorstel door te drukken. En hun grootste vijand tandeloos te maken.

De vijand was de DEA – de afdeling drugsbestrijding van het ministerie van Justitie – met zijn strijd tegen de pijnstillercrisis die miljoenen Amerikanen heeft getroffen sinds de jaren 90. De farmaceuten werden daarbij bovendien geholpen door een voormalige topjurist van de DEA. Tegenwoordig is hij vicepresident van een van de betrokken firma’s.

The Washington Post schreef vrijdag dat deze gang van zaken is opgenomen in een dossier van een omvangrijke schikkingszaak tussen 23 Amerikaanse staten, tweeduizend regio’s en steden aan de ene kant en Purdue Pharma aan de andere kant. Woensdag werd bekend dat de partijen een voorlopige overeenkomst hebben gesloten. Daarbij zou de fabrikant van het veelgebruikte pijnbestrijdingsmiddel OxyContin – alleen al verantwoordelijk voor 200.000 dodelijke overdoses sinds 1996 – naar verluidt 10 tot 12 miljard dollar (9 tot 11 miljard euro) aan schadevergoeding uitkeren. De eigenaars, de familie Sackler, trekken zich uit het bedrijf terug.

Lees ook: Fabrikant verslavende pijnstillers op de rand van faillissement door schikking

Toezichthouders misleid

De schikking behelst geen schuldbekentenis. Eind oktober volgt de zitting. In 2007 gaf Purdue al toe dat het bedrijf artsen en toezichthouders had misleid over de verslavende bijwerking van de pijnbestrijder. Destijds kochten zij vervolging af met 600 miljoen dollar. In de schikkingszaak van nu wezen de advocaten van de farmaceutische bedrijven de beschuldiging van de hand dat zij hebben samengespannen als een criminele organisatie om hun producten aan de man te brengen. Onderzoek van The Washington Post laat zien dat in elk geval sprake is van samenspanning.

In 2006 begon de DEA de farmaceutische industrie de duimschroeven aan te draaien. De drugsbestrijder hield makers en distributeurs van pijnstillers verantwoordelijk voor verdacht grote vrachten die werden ingevoerd en die mogelijk op de zwarte markt belandden. Zij gaven waarschuwingen, aanmaningen en dwangbevelen om lopende transporten te stoppen. In tien jaar tijd brachten de DEA-agenten zo’n twintig zaken voor de rechter en legden zo’n 500 miljoen dollar aan boetes op.

De drie belangrijkste distributeurs van medicijnen, McKesson, AmerisourceBergen en Cardinal Health maakten gedrieën de directie van samenwerkingsverband Healthcare Distribution Alliance (HDA) uit. Samen zijn de bedrijven goed voor bijna 85 procent van de legaal gedistribueerde medicijnen in de VS. In september 2007 stelde een van hun topmensen per mail een vraag aan HDA-leden om een „integrale DEA-strategie” te ontwikkelen. „Welke juridische wegen kunnen wij bewandelen?”

Marino-wet

Een van de wegen leidde de HDA tot het opstellen van richtlijnen voor de branche, waarmee ze tegemoetkwamen aan de zorgen van de overheid en justitie. Daarin stelden ze onder meer maxima op voor hoeveel pillen een apotheek ineens kon afnemen.

De andere weg voerde naar het Congres. Uit documenten die advocaten in de schikkingszaak aanvoerden, blijkt dat het samenwerkingsverband HDA vragen opstelde voor Congresleden, te gebruiken in hoorzittingen over bijvoorbeeld de begroting van de DEA. Daarnaast benaderde HDA twee Republikeinse afgevaardigden uit staten die hard waren getroffen door de pijnstillercrisis, Tom Marino uit Pennsylvania en Marsha Blackburn uit Tennessee. Aan hen zeiden ze dat ze graag wilden helpen de crisis te bestrijden, maar dan moest justitie niet in hun nek hijgen. Een pr-bureau stelde in de tussentijd een 44-pagina’s tellend plan op om de pers te bombarderen met deze ‘spin’. Vanaf 2013 werkten juristen van de HDA met de wetgevers samen. Een lobbyist mailde in die tijd naar collega’s: „Afgevaardigde Marino en zijn staf staan duidelijk open voor feedback en voor aanvullende ideeën.”

Het resultaat was dat de DEA, die tot dan toe „dreigend gevaar voor de volksgezondheid of veiligheid” moest aantonen, in de nieuwe wet werd gebonden aan een beperkte definitie van ‘dreigend gevaar’: „Een groot en onmiddellijk risico op dood of ernstige lichamelijke schade.”

De wet zou tweemaal worden afgewezen, een derde versie werd in het voorjaar van 2015 aangenomen. „Purdue is nauw betrokken geweest bij het beïnvloeden van de uiteindelijke definitie van ‘dreigend gevaar’”, reageerde de vicepresident van de farmaceut aan collega’s de avond dat de wet was aangenomen.

De afgevaardigden die samenwerkten met de farmaceutische industrie kregen in de jaren erna uit die sector zo’n 1,4 miljoen dollar voor hun campagnekas. Sinds Obama de wet in 2016 ondertekende, heeft de DEA geen enkele fabrikant en maar één distributeur van pijnstillers kunnen treffen met een dwangbevel. Het aantal drugsdoden door synthetische opioïdes steeg tussen 2016 en 2017 met 45 procent, blijkt uit cijfers van het ministerie van Volksgezondheid.