Recensie

Recensie Theater

Inventief hoofs getortel in ballet van Balanchine

Recensie Het Nationale Ballet toont met drie stukken de veelzijdigheid van de Amerikaans-Russische choreograaf George Balanchine. Hij was de grote traditionalist, vernieuwer en entertainer van het twintigste-eeuwse ballet.

Ballet Imperial van choreograaf George Balanchine
Ballet Imperial van choreograaf George Balanchine Foto Hans Gerritsen

Drie werelddelen, drie stijlen, drie balletten, één man: de Amerikaanse Rus George Balanchine (1904-1983), de grote traditionalist, vernieuwer en entertainer van het twintigste-eeuwse ballet. In een prachtig programma toont Het Nationale Ballet deze drie aspecten van de choreograaf, die door zijn veelzijdigheid hét lichtend voorbeeld voor velen na hem is geweest.

Ballet Imperial (1941, op Tsjaikovski’s Tweede Pianoconcert) is een culminatie van de Frans-Russische stijl van het tsaristische Rusland, waar Balanchine opgroeide. En dus is het één grote verwijzing naar het oeuvre van Marius Petipa, in het bijzonder diens Sleeping Beauty. Met een prins, een prinses, gouden fee, hulpfeeën, galante hovelingen en een 24-koppig corps de ballet in babyblauw (de mierzoete kostuums zijn van François-Noël Cherpin) lijkt het een samenvatting, met een lyrische pas de deux, flitsende spitzencombinaties en veel, héél veel inventief hoofs getortel. Het deel waarin de prins een leger van vrouwen als fraaie, levende guirlandes bestuurt, is misschien minder geschikt voor de gevoelige feminist. Maar deze sprookjesachtige evocatie van lang vervlogen tijden toont zó veel creativiteit met klassieke ingrediënten en wordt zó uitstekend gedanst (lof voor solisten Maia Makhateli, Artur Shesterikov en Riho Sakamoto) – heerlijk.

Symphony in Three Movements van choreograaf George Balanchine Foto Hans Gerritsen

En dan: het neo-klassieke Symphonie in Three Movements (1972). Analoog aan Stravinsky’s muziek bevat het weerbarstig gehoekte ledematen en steken dansers brutaal hun heupen uit, springen sportief en jazzy op syncopische ritmes en zwiepen de benen op tot naast de oren. Het bespiegelende duet Anna Tsygankova en James Stout bulkt van de verrassende constructies, en het imposante groepstableau doemt op als een ademende Mondriaan. Het is een regelrecht wonder dat Balanchine dit groepswerk in korte tijd creëerde, tegelijk met drie andere balletten, waaronder nog een meesterwerk, Violin Concerto.

Who Cares? (1970) behoort tot Balanchines americana. Speels en met een tikje plagerige ironie is het, gezet op georkestreerde Gershwin-songs, volkomen Broadway-fähig. Geen wonder dat solist Constantine Allen, een Amerikaan, die stijl uitstekend treft, net als de Belgische Edo Wijnen (die de Alexandra Radiusprijs 2019 won), net als Maia Makhateli.

Flink op tempo is het stuk voor groot ensemble een mooie afsluiter van een seizoensopening die de dansers weer vol aan het werk heeft gezet. Met resultaat.