Opinie

De verzopen golfbal

Wilfried de Jong

Tijdens de daling van een golfballetje in de lucht, zag de commentator het onheil naderen. Hij liet zich twee keer ‘oh’ ontvallen. Met een plons viel het balletje in het water, ook wel waterpartij genoemd. Ik zag een paar kringen snel kleiner worden tot niets meer aan het noodlottige moment herinnerde. Het balletje was gezonken.

De laatste dag op de KLM Open was in volle gang, niemand stond lang stil bij het verdwenen ding. Nieuwe ballen zat op de golfbaan.

Ik heb niet per se een emotionele band met die witte balletjes. Maar toch, deze eenling die door een windvlaag zo uit koers was geraakt, hield me bezig.

De aangelegde plas leek me niet meer dan een meter diep. Het balletje lag op de bodem tussen andere verzopen golfballetjes, een e-bike misschien en wie weet een onklaar gemaakt pistool; de baan lag tenslotte op een steenworp afstand van onstuimig Amsterdam.

Een golfbal die na een flinke klap in het water landt, heeft iets schlemieligs. Het is als een eigen doelpunt in een voetbalwedstrijd of een mislukte smash aan een tennisnet. Maar de hoofdschuldige van het verzuipen van het golfballetje was al weer aan de wandel met zijn caddie en bekommerde zich liever om verraderlijke glooiingen op de baan.

Even verderop zette leider Sergio García zijn schoenen geconcentreerd naast elkaar. Het lichaam in balans, turend in de verte, naar de grond en weer in de verte. Concentratie was een schone zaak.

Ondertussen plaatste ik een zoekopdracht op mijn laptop: golfbal in het water.

Er verscheen meteen een filmpje van een Amerikaan in duikerspak die beweerde anderhalf miljoen balletjes uit het water rond golfterreinen gevist te hebben. Tijdens het werk zag hij schildpadden, vissen en alligators voor zijn bril langsglijden. Thuis maakte de man de balletjes schoon en verkocht ze tweedehands; hij beweerde miljonair te zijn geworden met dat werk.

Ik zag ook dat er golfballen in de verkoop zijn die blijven drijven. Dat lijkt een handige uitvinding maar de apotheose van een fout geslagen bal in een toernooi is er beduidend minder om.

Een zinkende bal doet meer pijn dan een drijvende.

Het opduiken van golfballen doet me denken aan het verzamelen van lege bierflesjes in een voetbalstadion, toen glaswerk tijdens een wedstrijd nog als ongevaarlijk werd beschouwd. De vinders waren dolblij met het statiegeld en konden de week erop weer een entreebewijs kopen.

De kosten van een doosje dure golfballen staan niet in verhouding tot de getallen die golfers na afloop van een toernooi kunnen lezen op de uitgereikte cheques. Aan zijn verloren ballen denkt een prof niet.

Het zou mooi zijn voor het komende KLM Open: de golfers gaan na afloop te water met een duikbril op en moeten zo snel mogelijk een gezonken bal naar boven zien te toveren. Zoals het vinden van het eerste kievitsei, maar dan onder water.

Het zou ze sieren, profgolfers die hun eigen rotzooi opruimen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.