Kan een burgerraad de woede van Duitstalig België dempen?

Democratie Het Duitse deel van België loopt voorop in democratische vernieuwing. Burgers adviseren vanaf maandag de deelstaatregering.

In Eupen is hoofdstad Brussel ver weg. Niet alleen fysiek – het Belgische stadje ligt er twee uur vandaan, vlak bij Duitsland –, het voelt ook zo. ‘Ehre sei Gott in der Hoehe’, staat op de Vredeskerk in het rustige centrum, files zijn er niet. Straten heten Untere Ibern, Bergstrasse en Hufengasse. Op de terrassen wordt Duits gesproken. Het belangrijkste regionale nieuws, deze vrijdagmiddag: een auto is een voortuin in gereden.

Eupen is de hoofdstad van een deelstaat die in België maar al te vaak vergeten wordt: de Duitstalige Gemeenschap, die negen gemeenten en zo’n 77.000 inwoners telt. Het is tevens de onwaarschijnlijke locatie voor een politieke wereldprimeur. De deelstaat, ook wel ‘Ostbelgien’ genoemd, heeft hier haar eigen parlement en eigen regering, met eigen bevoegdheden. Vanaf half september komt daar iets nieuws bij: een burgerraad gaat het parlement permanent adviseren. Die kan het wantrouwen in de politiek verminderen, hopen de initiatiefnemers.

Deze maandag wordt de nieuwe regering van Ostbelgien beëdigd. Op dezelfde dag wordt de burgerraad geïnstalleerd. „We hebben duizend brieven uitgestuurd naar burgers in de Duitstalige gemeenschap”, zegt Anna Stuers. In een vergaderzaal van het parlement, een voormalig sanatorium, legt ze de procedure uit. De 32-jarige Stuers is sinds juli de secretaris van de raad, en degene die het project zal leiden. De duizend burgers werden via een loting geselecteerd uit alle Oost-Belgische bewoners vanaf zestien jaar oud. „115 mensen hebben positief gereageerd. We hebben die mensen volgens een aantal criteria verdeeld: leeftijd, geslacht, waar ze wonen en hun opleidingsniveau. Daaruit is opnieuw geloot. Zo zal de burgerraad representatief zijn voor de hele gemeenschap.”

Burgerdialoog

In 2017 deed Ostbelgien een eerste aanzet tot burgerinspraak. Op initiatief van de toenmalige regering werd een Bürgerdialog opgezet. Twintig gelote burgers kwamen een aantal keer bijeen om te discussiëren over hoe de kinderopvang in de regio beter kon. In navolging van hun voorstellen ging er onder andere meer geld naar gastouders.

Anna Stuers, secretaris van de burgerraad. Chris Keulen

Men was zo enthousiast over de burgerdialoog, vertelt historicus David Van Reybrouck telefonisch, dat de Duitstalige minister-president hem vroeg een model te ontwikkelen met een permanenter karakter. Schrijver Van Reybrouck spant zich sinds zijn manifesten Pleidooi voor populisme (2011) en Tegen verkiezingen (2014) in voor het moderniseren van democratie. Zo was hij een initiatiefnemer van de G1000-burgertop in Brussel in 2011. Zo’n zevenhonderd gelote burgers kwamen toen samen om tot oplossingen te komen waartoe de politiek volgens hen niet meer in staat was. België zat toen al anderhalf jaar zonder regering. De G1000 groeide sindsdien uit tot een platform voor democratische vernieuwing. Het Oost-Belgische model voor een ‘burgerparlement’ werd door veertien internationale experts van de organisatie samengesteld, onder wie Van Reybrouck. „Dit bestaat nog nergens”, zegt hij.

„Het electorale stelsel, waarin politici vooral bezig zijn met de volgende verkiezingen en partijpolitieke logica, wekt frustratie in de hand”, vindt Van Reybrouck. „Dit systeem is veel directer. Het maakt dat mensen zich serieus genomen voelen en geeft een gevoel van empowerment.” Vooral omdat burgers de politiek niet tijdelijk, maar continu zullen adviseren en controleren, denkt Van Reybrouck.

De burgerraad, 24 ingelote burgers van wie er acht elk halfjaar rouleren, kiest de te bespreken thema’s. Alle burgers, maar ook politici die met een lastig dossier zitten, mogen onderwerpen aandragen. Voor elk thema, zo’n twee tot drie per jaar, wordt vervolgens een tijdelijk burgerpanel opgericht, dat met behulp van een moderator na een aantal bijeenkomsten met politieke aanbevelingen komt. Het eerste burgerpanel is gepland voor begin 2020.

Voorbeelden van thema’s waarover burgers zich kunnen uitspreken, geeft Anna Stuers liever niet. „Ik wil de burgers die straks beslissen niet beïnvloeden. Wel vallen de thema’s bij voorkeur binnen de bevoegdheid van de gemeenschap”, zegt de secretaris. In 1970, toen de taalgemeenschappen in België ontstonden, waren die bevoegdheden nog zeer beperkt. Intussen zijn de thema’s waarover Oost-België zeggenschap heeft flink uitgebreid: cultuur, sociale bijstand, huisvesting en werkgelegenheid in de regio vallen onder de verantwoordelijkheid van de regering.

Het deelstaatparlement van Oost-België is gevestigd in een voormalig sanatorium. Chris Keulen

Bloempotten plaatsen

Dat de plaatsing van bloempotten het belangrijkste thema zou zijn voor de burgerpanels, zoals iemand eerder dit jaar in krant De Morgen suggereerde, is dus onwaarschijnlijk. Thema’s die eerder ter sprake zouden komen: de aanpak van de toenemende vergrijzing in de regio, of de vraag in welke gebieden wat voor bebouwing mag komen – een bevoegdheid die Oost-België sinds kort heeft gekregen.

Als het aan Van Reybrouck ligt, kan het experiment in Eupen als voorbeeld dienen voor binnen en buiten België. „Grote stabiele democratieën zijn op dit moment intens verdeeld. Frankrijk met de gele hesjes, VK met de Brexit. Dit is een goede manier om maatschappelijke woede ernstig te nemen. Niet door een ja-nee-stem, maar door echt te discussiëren, en dat te vertalen naar breedgedragen besluiten. Als David Cameron dit model drie jaar geleden had gevolgd in plaats van een referendum uit te schrijven, had het VK een andere toekomst gehad.”

Volgens de Eurobarometer uit 2018 vertrouwt slechts één op de twee Belgen de overheid. Daarbij helpt de bestuurlijke complexiteit van het land van zes regeringen niet. Maar de vele Belgische politici die verantwoordelijk zijn voor relatief kleine gemeenschappen hebben één voordeel: experimenteren is makkelijker. Het is dan ook niet toevallig dat juist in België zoveel wordt geprobeerd met burgerinspraak, denkt Van Reybrouck. „Een nieuwe generatie politici ziet het wantrouwen bij burgers en de problemen met het huidige systeem, en is bereid daar iets aan te doen.”

Het deelstaatparlement van Oost-België is gevestigd in een voormalig sanatorium.
Chris Keulen
Foto Chris Keulen
Chris Keulen

Duitstalig België staat niet alleen. In mei ging in het Brussels parlement een zetel naar de nieuwe burgerbeweging Agora, vertegenwoordigd door ingelote burgers. In Brussel sprak in 2017 een burgerpanel over mobiliteit, en in het Brussels regeerakkoord staat dat de regering voorstander is van een „vernieuwd inspraakmodel”, „onder meer door middel van lottrekking”. Ook de formateurs van de Waalse regering hebben interesse getoond in meer burgerinspraak.

„Met het model horen en begrijpen politici beter wat belangrijk is voor burgers”, zegt Anna Stuers. „En burgers moeten werken als politici. Ze moeten discussiëren, zich informeren om dat te kunnen, om het eens te worden. Zo begrijpen zij dus beter wat het betekent politicus te zijn, en waarom en hoe politici bepaalde beslissingen nemen. Dit brengt de burger dichter bij de politiek én politici dichter bij de burger.”

Burgers lijken nog wat sceptisch

Chris Keulen

Om effect te garanderen, is de politiek wettelijk verplicht burgeradviezen op te volgen, zegt Stuers. Burgerpanels zullen hun advies aan het parlement presenteren in een openbare vergadering. De regering moet daar in een tweede bijeenkomst verplicht op reageren. „Mochten ze bepaalde adviezen niet kunnen opvolgen, moeten ze uitleggen waarom niet. Een jaar later komen ze nog eens bijeen om te tonen wat er echt gebeurd is. De belangrijkste rol van de burgerraad is om dat blijvend te controleren.”

De burgers lijken nog wat sceptisch. Op vijf minuten lopen van het parlement staat Michel Bergenhuizen (54) zijn auto te wassen. Of hij al van het plan gehoord heeft? „Ja hoor. Maar ik denk niet dat het iets gaat veranderen. De politiek doet toch wel wat ze zelf wil, zoals altijd.”

Bekijk ook deze video over het politieke systeem van België:

Correctie maandag 16 september 2019: in een eerdere versie van dit stuk stond dat het project met een adviesraad „in eerste instantie een experiment van enkele jaren” is. Dat klopt niet. Het gaat om een een decreet, een wettelijk besluit van een gemeenschap, en is dus, tot het weggestemd wordt door een nieuwe meerderheid, onbeperkt geldig. Hierboven is dat aangepast.