Opinie

Zó 2019: trots je kwetsbaarheid etaleren

Rosanne Hertzberger

Ik ging deze week naar Wende Snijders in Carré. Ik ben groot fan. Haar stem, haar muzikale keuzes, haar intuïtie, stijl, poëzie. Ik wil het allemaal horen, liefst op repeat. Kracht en kwetsbaarheid, lef en angst. De opnames waar ze Au suivant van Jacques Brel zingt, nog jong en hoogblond, begeleid door het Metropole Orkest, is misschien wel mijn lievelingsfilmpje op Youtube. In de vijftien jaar die sindsdien passeerden, durfde ze steeds meer en meer van zichzelf in haar muziek te leggen.

Voor Carré stelde ze een programma samen met een twintigtal artiesten die haar inspireren. Alles wat ik zag, had dezelfde urgentie. Ik had de hele avond het vreemde gevoel deze tijd recht in het gezicht te staren. Dit is het, dacht ik telkens, dit is 2019.

Weet u wat er bijvoorbeeld ontzettend 2019 was? De overdaad aan kwetsbaarheid. Iedereen had wel een krasje, een stoornisje, iedereen was een beetje beschadigd en die beschadigingen werden niet verhuld, maar uitvergroot. Nu moet je altijd een beetje pijn hebben om goede kleinkunst te maken. Maar in 2019 lijkt het niet meer alleen voorbehouden aan het theater. Het is een voorbeeld voor het echte leven.

Ik lees het terug in het Zelfverwoestingsboek van Marian Donner waarin het slechte leven wordt gevierd. We moeten volgens Donner falen, ongezond en lelijk zijn, of in ieder geval, stoppen met streven om daar iets aan te veranderen. Ik zie het terug in zogenaamde ‘fuck-up-avonden’ die worden georganiseerd waarin mislukkingen juist goed zijn en iedereen vooral wordt aangemoedigd hun ‘flops’ te delen. Ik lees over zogeheten ‘loedermoeders’ die te veel drinken en hun kroost vieze kleren aantrekken en daar eigenlijk trots op zijn. Toen zangeres Patti Smith haar tekst vergat tijdens haar optreden bij de Nobelprijsceremonie voor Bob Dylan dacht ik: You had one job. Hoe moeilijk kan het zijn? Maar de reacties waren laaiend enthousiast. Falen is goed.

Ik zie het in een gebrek aan enthousiasme over dat handjevol vrouwelijke leiders. De onbewogen May. De power van Lagarde. De schoudervullingen van Merkel. Iedereen slaakte een zucht van verlichting toen ze ineens zichtbaar stond te trillen. Mankementje, goddank. Kwetsbaar zijn is hip. Wie niet kwetsbaar is, is nep.

Het allermooiste moment van de avond was het lied Voor alles, een duet van Wende met ene Stien (google haar), een jonge vrouw die al menig psychiatrisch inrichting van binnen had gezien, en met tekst van Joost Zwagerman. Tussendoor las Marieke Lucas Rijneveld gedichten voor over een moeizame jeugd vol gendertwijfel. Het was allemaal ontzettend 2019. Een samenleving die permanent slachtofferhulp nodig heeft. Iedereen heeft burnout, adhd, is angstig of depressief of alles tegelijk. Iedereen is verkracht, of op zijn minst aangerand, of een keer onheus betast, of bejegend. Iedereen lijkt te twijfelen of zijn geslacht wel helemaal bij hem of haar past. Als je een gedragsstoornis hebt of eentje in het autistisch spectrum dan verstop je die niet, maar dan zet je die in je Twitter-bio. Heel erg 2019.

Het werd steeds heter in de nok van Carré. Ik hunkerde naar het einde, murw gebeukt door alle hoogtepunten. Toen ik dacht dat er onmogelijk nog een hoogtepunt kon volgen, toverde Wende een leger aan dragqueens op het toneel. We moesten verbinden. Together was het toverwoord. Accepteren. Inclusiviteit. Eén transgender met blote borsten begon op operamuziek woest in haar kruis te grijpen. Een ander begon plakband om zijn penis aan te brengen. Ik vond het een potloodventerachtige ervaring, bijzonder onprettig. Maar het was 2019. We moesten verbinden en elkaar ontmoeten. Niemand leek ook maar enigszins verontrust door dit circus van geslachtsdelen en fetisj. Volgens een beroepsreviewer op Twitter was het „interessant” en „ontregelend”. De hele scène kwam niet voor in de recensie in deze krant of in andere kranten. Alsof ik de enige was die het had gezien.

Daar in Carré zag ik 2019 in volle glorie. Een tijd waarin zwakte, angst en kwetsbaarheid trots worden geëtaleerd. Een wereld waarin alles moet kunnen, en diversiteit je door de strot wordt geduwd, ook wanneer die regelrecht intimiderend is. En de geschokte conservatieveling houdt wijselijk zijn mond en luistert stiekem weer naar Wendes La Vie en Rose, toen alles nog normaal was.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.