Opinie

Wie het salafisme bagatelliseert geeft niet om moslims

Als we dictatoriale Golfstaten een ultraorthodoxe, antiwesterse islam in Nederland laten verspreiden, belemmert dat integratie en kan dat radicalisering bevorderen. Dat schreef ik als Tweede Kamerlid voor GroenLinks in april 2018 op Twitter. Aanleiding was de onthulling van NRC en Nieuwsuur dat zeker dertig islamitische organisaties in Nederland in totaal miljoenen euro’s uit Koeweit en Saoedi-Arabië aanvroegen of ontvingen.

Een van de reacties op mijn tweet was afkomstig van een progressief icoon, die zelf altijd – en terecht – keihard is tegen het reactionaire, patriarchale, zeg maar salafistische christendom. Maar nu het over de reactionaire, patriarchale, salafistische islam ging, kreeg ik een veeg uit de pan. Mijn tweet was „onhandig”, heette het. Wist ik niet hoeveel ngo’s in Afrika geld uit Nederland krijgen?

Ik probeerde duidelijker te maken wat ik bedoelde; de intenties waren goed, leek me. „Volgens mij zijn jij en ik het er wel over eens dat Nederland geen onvrij land is zoals Saudi Arabië of Koeweit”, appte ik terug.

„Zeker, maar zeggen we dan dat alleen vrije landen ngo’s in andere landen mogen financieren?” luidde het antwoord.

De moed begon me in de schoenen te zakken, maar ik besloot hoopvol te blijven en uit te leggen om wat voor landen dit gaat: dictaturen die moskeeën financieren om een zeer intolerante en ook voor Nederlandse moslims schadelijke ideologie te verspreiden. „Ik snap je vraag, maar ik zie echt geen morele equivalentie.”

Bij het nieuwe journalistieke spitwerk dat dezelfde twee verslaggevers van NRC en Nieuwsuur deze week naar buiten brachten over salafistisch onderwijs speelt hetzelfde. Degenen die daarop reageren met een ‘ja maar gereformeerden zijn ook erg’-reflex missen het punt: het christendom in Nederland is, met name in de afgelopen decennia, gepacificeerd. Het meeste streng-christelijke onderwijs is niet meer gericht op aardse macht, aardse straffen uitdelen of een afkeer voor Nederland.

Salafistische (weekend)scholen daarentegen brengen kinderen letterlijk ‘haat’ voor en afkeer van de Nederlandse samenleving bij. De weekendscholen leren zelfs dat voor ‘afvalligen’ en lgbt’ers de doodstraf wacht. Deze scholen worden bovendien financieel en ideologisch gesponsord door rijke, machtige dictaturen, die hun ultraorthodoxe, puriteinse variant van de islam over de hele wereld verspreiden. Die vorm van de islam is gericht op aardse ontwrichting van de maatschappij. Nederlandse kinderen leren daarom dat Nederland niet hun land is en dat ze eigenlijk moeten vertrekken.

Dit elementaire verschil met streng-christelijk onderwijs wordt te vaak over het hoofd gezien. De reactie van de Onderwijsinspectie op het onderzoek naar lesmethoden op reguliere islamitische basisscholen is illustratief voor dit onbegrip: „Wij zien geen reden om op te treden, omdat de lesboeken niet in strijd zijn met de basiswaarden van onze rechtsstaat”.

De schrijvers van die lesboekjes – die vaak zelf ideologische training hebben gehad in islamitische oliedictaturen – zetten er in een bijzin bij dat „je je in Nederland aan de regels moet houden”, waardoor ze erin slagen om ambtenaren te overtuigen dat ze dus „extremisme bestrijden”. Die vinken het dan keurig af.

Maar met de realiteit heeft het weinig te maken. Alsof je met de neonazi’s van de Nederlandse Volks-Unie, die ‘je aan de Nederlandse wet houden’ prediken, in zee gaat om het Stormfront te bestrijden.

Inmiddels betwijfel ik of het alleen maar naïviteit is. Misschien is het veel kwaadaardiger. In ieder geval de segmenten van progressief Nederland die uit alle macht het salafisme bagatelliseren lijken weinig te geven om moslims. Hun strijd tegen wit islamofoob extreem-rechts vinden ze zo belangrijk, dat ze het geen probleem vinden om islamitisch extreem-rechts de hand boven het hoofd te houden. Waarmee ze zonder scrupules de toekomst van duizenden kinderen in Nederland op het spel zetten.

De discussie met het progressieve kopstuk beëindigde ik na deze reactie: „Maar Zihni, dat betekent dat wij dus besluiten wat deugt.”

Zihni Özdil is historicus en schrijft wekelijks een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.