Opinie

Oranje-meubilair en salafisme: twee onderzoeken in veranderde tijden

De ombudsman

Mij schoot de bovenmeester van mijn christelijke lagere school aan de rand van Rotterdam-Zuid te binnen. Als hij een nachtmerrie had gehad vol hellevuur en demonen, begon hij de klas na samenzang (met uitklapbaar orgeltje) te onderhouden over Sodom en Gomorra en de wraak Gods. Om ons hoofd koel te houden, bestudeerden wij intussen de plakplaatjes van een barmhartige Jezus die op zijn ezeltje Jeruzalem binnenrijdt.

Ook op Twitter en bij columnisten elders riep het tweeluik van NRC en Nieuwsuur over islamitisch onderwijs associaties op met christelijk onderwijs – die door een van hen meteen werden gerelativeerd. Salafisme is nog andere koek dan een bovenmeester met een orgeltje. Ja, wij kenden Sodom natuurlijk ook, de stad die door God werd vernietigd wegens onzedigheid en algehele criminele ondermijning (Genesis 18-19). Nee, we leerden niet dat we meisjes niet mochten aankijken, of dat de ongelovigen onze vijanden waren.

Het eerste deel van dat tweeluik, over salafistische moskeescholen, was het soort onderzoek waarmee een krant zich onderscheidt: diepgravend, onthullend en agenderend. Het gaf concrete feiten bij salafistische tendensen die de AIVD in algemene termen al signaleerde – daar heb je journalistiek voor. Het tweede deel was beperkter, dat ging over een homofoob schoolboek in het islamitische basisonderwijs. Ironie: dat boek is er gekomen omdat de overheid lessen over seksuele diversiteit verplicht stelde.

De politieke reacties zijn zoals te verwachten instant-opgewonden, PvdA en VVD zinspelen al op aanpassing van Artikel 23. Maar het gaat hier om twee aparte zaken: salafisme, een religieus puritanisme in bepaalde moskeescholen (die buiten dat artikel vallen), en regulier conservatief islamitisch basisonderwijs. Conservatieve opvattingen verkondigen in eigen kring is niet verboden – wat nog niet betekent dat je er niet op aangesproken kan worden.

Terecht dus dat het Commentaar waarschuwt tegen doorschieten in morele paniek. Elders sprak een terrorismedeskundige (we lopen vast even op de zaken vooruit) van „ideologische ondermijning van de democratische rechtsorde”. Dat betrof de moskeescholen en daar moet Justitie op gespitst zijn. Ook dat is niet simpel, want met het argument van ideologische ondermijning kun je allerlei kanten op, van de marxistische boekjes uit mijn latere schooltijd tot de huidige, radicaal-rechtse kritiek op de politieke orde. De kunst is dus dit probleem aan te pakken zonder een te hoge prijs te betalen.

Ander spraakmakend journalistiek onderzoek, betrof ook een premodern verschijnsel, het koningshuis. De staat blijkt vanaf de jaren zeventig dubbel te betalen voor het onderhoud van paleisinventarissen. Bovendien was een deel van het meubilair dat werd aangekocht al staatseigendom sinds Lodewijk Napoleon (1806-1810) het bestelde. Steengoed onderzoek, dat feitelijkheid combineerde met een brede, contextgevoelige kijk op de recente geschiedenis.

Alleen, premier Rutte vond het „verschrikkelijk ingewikkeld”. De RVD ontkende dat dubbel was betaald. Groot onderhoud wordt betaald door de staat, aldus Rutte. Klein onderhoud (lampen, poetswerk) doet de Dienst Koninklijk Huis. Dan denk je: dat komt dus voor rekening van de koning. Nee, zeggen de verslaggevers, dat klein onderhoud wordt gewoon gedeclareerd. Waar het om gaat, is dat de jaarlijkse vaste vergoeding voor onderhoud (nu zo’n 320.000 euro) ongewijzigd aan de Oranjes is doorbetaald, ook nadat de staat de inventarissen plus onderhoudsplicht in de jaren tachtig had overgenomen.

De reactie van de premier dat de Oranjes „niets verkeerds” gedaan hebben, is merkwaardig, want het tegendeel is ook niet beweerd. De Oranjes wisten gunstige afspraken te maken, die door opeenvolgende kabinetten zijn gefiatteerd; alleen wisten wij (inclusief het parlement) daar tot deze week helaas niets van.

Ook dit onderzoek laat zien hoe de tijden zijn veranderd, want niet zo lang geleden, Lockheed vers in het geheugen, werd het koningshuis in de media nog vaak zeer omfloerst benaderd.

Voor NRC, lang ‘passief republikeins’ (motto: je zou het nu niet meer verzinnen, een koningshuis, maar geen reden het af te schaffen zolang het redelijk loopt), valt dat te illustreren aan de hand van een reeks vorstelijke rechtzettingen in de Correcties en Aanvullingen, waar ik al eens over schreef voor het blad De Republikein. Aan de feiten in het huidige onderzoek naar de inventarissen is niet getornd, maar in de jaren negentig kroop de krant maar liefst drie keer in de biechtstoel na royale protesten over terloopse verwijzingen naar de zaak-Lockheed.

Eerst moest de krant, in januari 1995, de formulering inslikken dat prins Bernhard steekpenningen had „aangenomen”. Ja, hij had ze gevraagd, maar of hij ze had ontvangen was geen „vastgesteld feit”. Een jaar later sloeg de krant de plank weer mis, met de zinsnede dat de prins ooit smeergeld „ontving”. Na de recidive volgden zelfs hoofdredactionele excuses. Maar warempel, twee jaar later „ontving” de prins wéér 100.000 dollar in NRC. Nee-hee, dat was dus niet „vastgesteld”. Er volgden dit keer geen excuses, alleen een korte correctie. De tijden waren aan het veranderen.

Pas na zijn overlijden in 2004 verschenen in De Groene Amsterdammer en de Volkskrant eerder vastgestelde ontboezemingen van Bernhard, waarin hij toegaf steekpenningen te hebben gevraagd én ontvangen, al had hij „het grootste deel” ervan nooit gezien en de rest „weggegeven”.

Buiten de begroting bleven de bedragen in elk geval. Om het allemaal niet nog ingewikkelder te maken, nemen we aan.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.