Opinie

Lees deze bijsluiter vóór Prinsjesdag

Marike Stellinga

Ik heb een voorstel: we doen vanaf nu op Prinsjesdag onze oren dicht zodra het over de portemonnee van burgers gaat. Als je wil weten hoe het daarmee gaat, kun je beter de donderdag vóór Prinsjesdag naar het Centraal Bureau voor de Statistiek luisteren. Dan stelt het CBS namelijk vast wat er uitkomt van de voorspellingen op Prinsjesdag.

Afgelopen donderdag bleek dat opnieuw teleurstellend weinig. De koopkracht van Nederlanders steeg in 2018 in doorsnee met 0,3 procent. Prinsjesdag 2017 was voorspeld dat de koopkracht in 2018 met 0,6 procent zou stijgen. ‘Doorsnee’ betekent voor de statistici van het CBS de middelste meting. De helft van de huishoudens ging er dus minder op vooruit dan 0,3 procent, de andere helft meer.

Die 0,3 procent was de laagste stijging van koopkracht sinds 2013. „Als je bedenkt hoe goed het met economie ging en hoeveel banen erbij kwamen, stelt dat toch beetje teleur,” zei CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen bij BNR. Het stelt nogal veel teleur, zou ik zeggen: 48 procent van de huishoudens ging er zelfs op achteruit. Voor gepensioneerden stak de realiteit helemaal schril af bij de voorspelling. Zij zouden er in doorsnee 0,6 procent op vooruit gaan, was de voorspelling op Prinsjesdag 2017. Het werd een daling van 0,5 procent.

Een jaar eerder gebeurde precies hetzelfde. Een doorsnee huishouden ging er toen 0,5 procent op vooruit, erg weinig gezien de economische groei van dat jaar: 3,2 procent. Toen vonden 200.000 mensen een baan: een van de grootste koopkrachtklappers die een mens kan maken. Het CBS had er geen goede verklaring voor. „Je zou een hogere stijging verwachten”. Nu wijst Van Mulligen naar de matige groei van de lonen als verklaring.

Voor de duidelijkheid: dit ligt niet aan de voorspellers van het Centraal Planbureau. Het koopkrachtcijfer dat op Prinsjesdag de bulletins domineert, komt met een CPB-boekwerk aan nuanceringen en voorbehouden.

Hou je vast, want hier komen ze: het is een voorspelling die erg onzeker is, waarschuwt het CPB. Wat er gebeurt met de lonen, de prijzen en de zorgpremie - alledrie cruciaal voor de koopkracht - is moeilijk in te schatten. Daarbij schat het CPB alleen in wat er verandert aan de koopkracht door het beleid van het kabinet, en door de voorspellingen die het CPB doet over de economie. Dat zegt lang niet alles, want een baan krijgen of verliezen, scheiden, met pensioen gaan, promotie maken: het heeft allemaal meer effect op ieders koopkracht.

De CPB-cijfers zijn nuttig om in te schatten hoe het kabinetsbeleid uitpakt voor verschillende groepen burgers: hebben vooral werkenden profijt? Blijven gepensioneerden of mensen met een uitkering ver achter? Meer niet.

Zo bezien is het dus helemaal niet raar dat de ‘dynamische’ koopkracht die het CBS achteraf berekent anders uitpakt dan de ‘statische’ koopkracht die het CPB voorspelt voor volgend jaar. Maar de laatste jaren is er nóg iets aan de hand. Het valt nu wel erg vaak tegen: de economische groei komt moeizaam bij burgers terecht. Zo moeizaam dat economen en politici zich afvragen of aloude economische recepten nog werken.

En dus wordt de gewoonte van politici om de onzekere voorspellingen te presenteren als behoorlijk harde beloftes steeds wranger. Mijn advies: neem het met een korreltje zout.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.