Opinie

Jong en frisgekapt

Tommy Wieringa

Omdat ik steun op de kruk van het gedrukte woord, vroeg ik in de museumwinkel van het designmuseum in Den Bosch om een catalogus van de tentoonstelling Design van het Derde Rijk. Die was er niet. Kwam ook niet. Toen ik bij de receptie informeerde of er misschien een persmap was met achtergrondinformatie, kreeg ik een persbericht en een A4’tje met openingstijden en parkeergelegenheid rond het museum. Of dat alles was, informeerde ik bij de communicatiedame die uit de coulissen was opgedoken. Dat was alles, beaamde ze. „En”, zei ze over het ontbreken van een catalogus, „het klinkt misschien raar, maar een boek is tegenwoordig geen goed communicatiemiddel meer. Het is niet langer het eerste waar we aan denken bij onze uitingen.”

Die deed zeer, maar ik hield me goed. Waar op het web, vroeg ik toen, was dan de achtergrondinformatie over deze tentoonstelling te vinden? Ze schudde het hoofd. Op termijn, zei ze, zouden ze misschien een en ander online zetten, maar voorlopig was er nog niets.

Haar functie ten spijt: hier werd vooral niets gecommuniceerd. Leegte. Het leek erop dat het museum niet alleen zijn geloof in het gedrukte woord maar in informatie als geheel had opgegeven. Bij een omstreden tentoonstelling over nazidesign nogal een bewijs van onvermogen. Nu moest de bezoeker het doen met summiere tekstjes bij de vitrines en een audiotour die weliswaar het elementaire vertelde bij de voorwerpen, maar vooral nieuwsgierig maakte naar meer. Eén stevig essay, mooi uitgegeven, dat je vertelde hoe en waarom de nazi’s design inzetten om het volk te imponeren, had al geholpen. Nu stond je daar met een luisterkastje aan het oor en vulde de leemtes met de faits divers die je in de loop der tijd onthouden had. Dat Stalin een lezer was en Hitler meer een kijker. Dat de moeder van Albert Speer op de nazi’s had gestemd omdat ze „jong en frisgekapt” waren. (Wat wellicht ook verklaart waarom Thierry Baudet zoveel stemmen trok.) Dat de nazi’s een sterk geloof bezaten in geësthetiseerde politiek: zelfs de landschapsinrichting getuigde daarvan. Tot en met het lettertype werd de wereld heringericht. Alles, van de grootste zeppelin tot de kleinste stopnaald kon worden bezield met fascistische ideologie. De metamorfose was totaal.

Dat bracht de tentoonstelling wel goed tot uitdrukking: dat een totalitair regime alomvattend en omnipresent is. Daarin verschilt het van een tirannie. In de inleiding bij Hannah Arendts Totalitarisme schrijven de vertalers Peeters en De Schutter: „Het geweld dat een tiran uitoefent, dient om de mensen vrees aan te jagen en elke politieke oppositie uit te schakelen. In een totalitair regime daarentegen is de terreur van een heel andere orde: ze komt pas goed op dreef als er van politieke oppositie allang geen sprake meer is. Voor een tiran is geweld een manier om mensen van buiten af te dwingen; een totalitaire heerser stopt niet voordat de terreur volledig geïnterioriseerd is en mensen zich spontaan bij de geheime politie aanmelden en hun eigen doodvonnis verzinnen en ondertekenen”.

De veelgestelde vraag of je het mooi mocht vinden, nazidesign, leek me oninteressant. Schoonheid ingezet voor een boosaardig doel was nog altijd schoonheid. De gulden snede dient als katalysator voor wie maar wil, en keert na de reactie onveranderd terug. De vormentaal van Hitlers favoriete beeldhouwers Thorak en Breker (van de laatste zijn een paar beelden te zien in Den Bosch) diende weliswaar het kwaad, maar was afkomstig uit de klassieke oudheid. Ook Stalin was een liefhebber. Na de Tweede Wereldoorlog nodigde hij Arno Breker uit om naar Moskou te komen, waarop Brekers schitterende verzuchting luidde: „Eén totalitair regime was genoeg voor me”.

Niet alleen was de informatiedichtheid van Design van het Derde Rijk gering, de expositie zelf was ook te klein. Boven werd een instructieve film vertoond, beneden waren de foute spulletjes uitgestald in een soort reusachtige nazi-letterbak. Met anderhalf uur stond je weer buiten. Het onderwerp rechtvaardigde een tentoonstelling, de tentoonstelling zelf helaas niet.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.