Werkstraf en ontslag geëist tegen liegende agenten

Valsheid in geschrifte Drie agenten hebben volgens het Openbaar Ministerie in Den Haag een verdachte mishandeld, en gelogen over het voorval. Een van hen moet van het OM het politiekorps verlaten.

Een agent loopt door een cellenblok. De afgebeelde persoon komt niet in het artikel voor.
Een agent loopt door een cellenblok. De afgebeelde persoon komt niet in het artikel voor. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het Openbaar Ministerie heeft vrijdag tegen drie agenten werkstraffen geëist wegens mishandeling van een verdachte en het plegen van meineed door het opmaken van valse processen-verbaal. Een van de drie politiemannen, de 38-jarige Bas van G., moet volgens de officier van justitie worden ontslagen als politieambtenaar, gevolgd door een beroepsverbod van vijf jaar.

De drie agenten kwamen op 21 januari 2018 in actie na een melding uit Bar Margharitha in Den Haag. Er zou een mogelijk bewapende man dreigementen uiten. De politie ontruimde het café. Daarbij werd een politiehond ingezet tegen een aanwezige, de Surinamer S. In de processen-verbaal die ’s avonds werden opgemaakt verklaarden de agenten dat S. weigerde zich over te geven en zijn handen in zijn zakken zou hebben gehouden. Daarom werd een politiehond op de man losgelaten die S. in zijn been beet.

Valse proces-verbalen

Later doken er beelden op van camera’s in het café die aantonen dat de agenten valse proces-verbalen hebben opgemaakt. S. liep rustig met geheven handen naar de agenten toen ze binnenkwamen. Agent Van G. duwde hem op de grond, diens collega Richard de W. (40) liet de hond hem bijten terwijl S. al in foetushouding op de grond lag en agent Matthias S. hem sloeg met de wapenstok. Op het politiebureau is Van G. nog opzettelijk met zijn voet op de bijtwond gaan staan die S. had opgelopen. Twee agenten hebben over dit incident verklaard. Agent Van G. zou tegen S. hebben gezegd: „ik ken jou nog van politiebureau Hoefkade” en hem toen hebben mishandeld. S. heeft door de aanhouding blijvend letsel opgelopen.

Machtspositie

Officier van justitie Ingeborg Doves zei dat Van G. „heeft laten zien er niet voor terug te deinzen om zijn machtspositie als politieambtenaar te misbruiken”. Het OM meent dat niet kan worden geaccepteerd dat deze agent „in de toekomst nog een bijdrage kan leveren aan de waarheidsvinding en de rechtspraak”. Ook ziet het OM niet in hoe verdachte Van G. nog kan functioneren bij de politie. „Een organisatie die integriteit en betrouwbaarheid zo hoog in het vaandel heeft.”

Naast ontzetting uit zijn ambt moet Van G. volgens de officier van justitie worden veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. De andere twee agenten hoorden een iets lagere werkstraf eisen.

‘Ik heb het anders beleefd’

Tijdens de zitting verklaarden de verdachte agenten dat ze „in hun beleving” dachten dat verdachte S. zijn handen in zijn zakken hield en mogelijk op zoek was naar een wapen. „Ik kan het voor mezelf niet uitleggen wat er is gebeurd. De hele waarneming klopt niet. Ik heb het anders beleefd. Ik duwde S., want in mijn herinnering luisterde hij niet”, zei agent Van G. Hij ontkent later op het been van S. te zijn gaan staan. Hij zit al anderhalf jaar met betaald verlof thuis.

De advocaten denken dat de agenten door stress bevangen een onjuist proces-verbaal hebben opgemaakt. „Het was mijn waarheid. Ik zou niet weten waarom ik daarover zou moeten liegen”, zei verdachte Matthias S.

Volgens het OM hadden de agenten, die alle drie bijna twintig jaar in dienst zijn van de politie, op grond van hun werkervaring, opleiding en training een betere inschatting moeten maken van de situatie en „nooit de diensthond als wapen mogen inzetten”. De aanklager is ervan overtuigd dat de agenten zich er wel degelijk van bewust waren „dat ze een vals proces-verbaal hebben opgemaakt’’. Het is volgens de officier van justitie „onaannemelijk dat zij de onwaarheden in het proces-verbaal hebben opgenomen als gevolg van stress’’.

De Haagse rechtbank doet over twee weken uitspraak.