Nieuwe vuurproef voor de democratie in Tunesië

Presidentsverkiezingen Tunesië Alleen in Tunesië beklijfde de democratie na de ‘Arabische Lente’. Een populist gooit nu hoge ogen bij de presidentsverkiezing.

Het gebouw van de Tunesische kiesraad in Sidi Bouzid, het stadje waar eind 2010 de zogenoemde ‘Arabische Lente’ begon met lokaal protest tegen politiecorruptie.
Het gebouw van de Tunesische kiesraad in Sidi Bouzid, het stadje waar eind 2010 de zogenoemde ‘Arabische Lente’ begon met lokaal protest tegen politiecorruptie. Foto Anis MILI / AFP

In andere Arabische landen dromen ze daar nog slechts van, maar in Tunesië kunnen kiezers zondag hun stem bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen uitbrengen op 26 kandidaten – zonder dat de winnaar al bij voorbaat vaststaat. Vanaf posters op muren langs de weg staren al enkele weken de gezichten van 24 mannen en twee vrouwen die het hoogste ambt ambiëren de voorbijgangers aan. Een van de favorieten is de populistische kandidaat Nabil Karoui, ook wel de Tunesische Berlusconi genoemd, die de uitslag in de gevangenis afwacht.

Als eersten wierpen de Tunesiërs in 2011 het autocratische juk af. Acht jaar later zijn ze de enigen in de regio die aan de ‘Arabische Lente’ een functionerende democratie hebben overgehouden. Zonder vallen en opstaan ging dat niet en mede door Karoui's opkomst vormen de verkiezingen een nieuwe vuurproef voor het democratische bestel.

De verkiezingen zijn vervroegd door de dood in juli van het zittende staatshoofd, de 93-jarige Caïd Essebsi. Ondanks zijn hoge leeftijd speelde hij op kritieke momenten een sleutelrol bij de verdediging van de democratie.

Zes jaar wachten op een baan

Democratie of niet, de regering heeft geen welvaart gebracht voor de 11,5 miljoen inwoners. Weliswaar vertoont de economie na jaren van stagnatie dit jaar een bescheiden groei maar de werkloosheid blijft hoog, met name onder jongeren. Een pas afgestudeerde heeft gemiddeld zes jaar nodig om een baan te vinden.

De kiezers rekenen dit vooral de gevestigde politieke partijen aan, zoals Essebsi’s Nidaa Tounes en de afsplitsingen daarvan zoals die van premier Youssef Chahed, die nu ook presidentskandidaat is. Ook Ennahda, dat zich van een fundamentalistische beweging heeft omgevormd tot een gematigde moslimpartij naar model van Europese christen-democraten, lijkt aan populariteit te hebben ingeboet door steun aan het regeringsbeleid.

Na acht jaar ploeteren zijn veel Tunesiërs nu vatbaarder voor populistisch gedachtengoed. Met name voor dat van Nabil Karoui (56), de flamboyante en schatrijke eigenaar van het populaire tv-station Nessma. Nadat zijn 21-jarige zoon was verongelukt richtte hij een stichting op die ziekenhuisrekeningen van arme dorpelingen betaalt, dekens uitdeelt en huizen renoveert. De 20-jarige Samia uit Tunis gaat zeker op hem stemmen. „Hij heeft voor de mensen gezorgd, medicijnen gegeven en mijn buren hebben een mand vol boodschappen gekregen”, vertelde ze de Franse krant Le Figaro.

Status van martelaar

Een complicatie is dat Karoui sinds eind augustus gevangen zit op verdenking van belastingfraude. Zijn aanhangers zien dit als een politieke zet van rivalen. Welke Tunesiër, zeggen ze, heeft geen problemen met de belastingdienst? Zij zijn boos op premier Chahed en het parlement, die vergeefs probeerden Karoui gediskwalificeerd te krijgen met een amendement op de bestaande wet. Een rechtbank bepaalde dat Karoui mag meedoen, al mag hij persoonlijk vanuit zijn cel geen campagne voeren. Zijn gevangenschap verleent Karoui intussen in de ogen van velen de status van martelaar. Sommigen vergelijken hem al met Nelson Mandela.

Een samenhangend programma heeft Karoui niet te bieden. Ennahda, dat in 2011 veel kiezers aan zich wist te binden met materiële gunsten, kocht volgens de Tunesische politicoloog Hatem Mrad, in 2011 kiezers. „Karoui doet vandaag hetzelfde”, zei hij tegen persbureau AFP. „De mensen balen, er is een afwijzing van de hele politieke klasse.”

Mocht Karoui tot de tweede ronde doordringen en zelfs winnen, dan dreigt er een constitutionele crisis, zeker als hij ook veroordeeld zou worden. Niet in de laatste plaats omdat door onenigheid in het parlement er nog altijd niet voldoende rechters zijn benoemd in het nieuwe constitutioneel hof.