‘Vroeger kon ik uitstekend van schrijven leven’

Spitsuur Conny Kaper (57) en Bies van Ede (62) trouwden in 2010 en kennen elkaar via internet. „Binnen de kortste keren hadden we verkering. Om het weekend kwam ik naar Haarlem, Bies ging nooit naar Almere.”

Foto’s David Galjaard

Conny: „Mijn wekker gaat om half zeven, dan ga ik online het nieuws lezen, vooral NRC en Volkskrant. Rond kwart voor acht ga ik met de bus naar mijn werk in Cruquius, een dorpje bij Heemstede.”

Bies: „Zeven uur is geen mensentijd. Ik sta op tussen half negen en negen.”

Conny: „Ik ontvang mensen met een bijstandsuitkering voor een gesprek. Het is echt heerlijk om mensen te helpen. Ik ben zelf kind van een bijstandsmoeder uit Amsterdam, zonder vader in beeld. Er werd op ons neergekeken en ik zie dat ook bij mensen die bij mij aan tafel zitten. Die hebben vaak een hele reeks aan problemen. Dat is wat armoede met je doet. Ik denk dat mensen voelen dat ik daar doorheen kan kijken.”

Bies: „Ik wist op mijn vijftiende al dat ik de nieuwe W.F. Hermans wilde worden, maar ik kwam uit een familie van onderwijzers. Op mijn 21ste stond ik voor de klas en daar lazen de kinderen het blad Taptoe. Ik stuurde een gedichtje naar de Taptoe. Daarmee verdiende ik ineens een vermogen: 365 gulden voor twaalf dichtregels. Dus ging ik meer gedichtjes opsturen en zo kwam ik in de jeugdliteratuur terecht. Via mijn zus kon ik gaan werken bij VNU, de voorloper van mediabedrijf Sanoma. Ik schreef voor de Anita, het zusje van de Tina, maar ook voor Donald Duck. In diezelfde tijd kwam ik terecht bij Herman van Veen, die had uitgeverij Harlekijn. Ik heb twee Alfred Jodocus Kwak-boeken gemaakt en tien boeken bij zijn uitgeverij gepubliceerd. Daarna werkte ik nog drie jaar bij het Haarlems Dagblad als eindredacteur. Op mijn 35ste hakte ik de knoop door en ben ik gaan schrijven voor mijn geld.”

PvdA-nest

Conny: „We kennen elkaar via internet. Binnen de kortste keren hadden we verkering. Om het weekend kwam ik naar Haarlem, Bies ging nooit naar Almere.”

Bies: „Je kunt begrijpen waarom.”

Conny: „Bies is heel erg van Haarlem en ik houd van Almere. Maar ja, daar kreeg ik Bies echt niet heen. We zijn in 2010 getrouwd. Ik wilde een huis kopen op ‘badjasafstand’ van Bies, maar het was crisis en ik kon niets kopen. Toen ben ik bij Bies ingetrokken. De politiek gaf me wortels hier, daardoor had ik een eigen netwerk. Ik kom uit een PvdA-nest. Een gezamenlijke vriend die raadslid was bij de PvdA in Haarlem zei: ‘joh, kom een keertje kijken’. Nu ben ik secretaris van de PvdA in Zuid-Kennemerland. Dat doe ik in de avonden of op vrijdag, want ik werk vier dagen per week.”

Bies: „Om negen uur begin ik met vertalingen. Kinderboeken, maar ook historische boeken uit het Engels. Daarna ga ik om een uur of half elf sporten – high intensity interval training, met zo’n fietsje en een loopband. Sporten moet. Net zoals ik vijf jaar geleden moest stoppen met roken, vanwege de longziekte COPD. Daarna ga ik terug naar huis om te douchen.”

Conny: „Hij eet dan pas.”

Bies: „Daarna ga ik dingen in het huishouden doen: stofzuigen, dweilen, koken.”

Conny: „Ik zal je zeggen: eigenlijk doe ik niks. Bies heeft gezegd: ‘ik ben de hele dag thuis, jij bent de hele dag aan het werk’. Het is superluxe. Als ik thuis kom, vraag ik: ‘goh schat, wat eten we?’”

Televisiedingen

Conny: „Toen ik hem ontmoette, had mijn dochter nog een paar boeken van het Griezelgenootschap – schrijvers die jaarlijks een bundel horrorverhalen samenstelden. Daar zat Bies tussen. Ik vond dat leuk. Ik werkte toen keurig bij een uitzendbureau.”

Bies: „Ik deed ook allemaal dingen bij de televisie. Ik kwam iemand tegen in de kroeg die redacteur bleek te zijn bij Onderweg naar Morgen. Dat is echt een kutserie, zei ik, jij hebt schrijvers nodig. ‘Ja’, zei hij, ‘dat is waar’. Zo werd ik scenarioschrijver. Later zette ik ook de verhaallijnen uit. Dat betaalde in die tijd nog zo’n 10.000 gulden per maand voor anderhalve dag werk in de week.”

Conny: „En daarnaast schreef je dus, wel 150 boeken in totaal.”

Bies: „Ja. Zij ontmoette mij toen ik net over mijn hoogtepunt heen was. Het werd crisis.”

Conny: „Bibliotheken sloten, scholen hadden geen geld meer om je in te huren.”

Bies: „Vroeger kon ik echt uitstekend van het schrijven leven. Alleen met lezingen geven had ik al een maandinkomen. Met het kinderprogramma Moffel en Piertje verdiende ik alleen al een ton per jaar. Maar je rolt er snel in en ook snel weer uit. Iedereen heeft flexibele banen. Je contacten op maandag werken op vrijdag vaak weer ergens anders. Ik leef nu van mijn spaargeld, ik betaal mezelf 2.000 euro per maand uit. Ik zorgde er altijd voor dat ik genoeg geld op de bank had staan.”

Conny: „Dat vind ik ook bijzonder. Hij is altijd heel verstandig met geld omgegaan.”

Bies: „Ik kom uit het onderwijs, hè?”

Avondmens

Conny: „Als we stoppen met werken willen we een verre reis maken, naar Zuid-Amerika. Maar nu vind ik mijn baan nog te leuk en ik ben begonnen met een opleiding.”

Bies: „Ik moet nog een jaar of twee, dan komen er allerlei lijfrentes vrij. Nu schrijf ik nog boeken voor kinderen die leren lezen. Dat doe ik in de middag tot een uur of vijf. Daarna wil ik eigenlijk elke dag wel naar de kroeg, maar dat kan niet. Twee à drie dagen ga ik even – een uurtje slap geouwehoer en drie biertjes. Conny is om zes uur thuis, kwart over zeven eten we en dan schrijf ik vrij werk. Ik ben een avondmens.”

Conny: „’s Avonds zit ik televisie te kijken, dan zet hij zijn koptelefoon op. Of ik zit achter de laptop. Ik ben met mijn studie bezig en ik ben dol op actualiteiten, nieuws en documentaires. Als ik naar Zomergasten kijk, dan houd ik een lijstje bij met welke fragmenten er voorbijkomen.”