Opinie

Van yup naar yep

Frits Abrahams

‘Wij zijn yep”, zei ik tegen mijn vrouw. „Ik dacht dat wij yup waren”, zei ze. „Lang geleden”, zei ik, „waren wij young urban professionals, maar in Trouw lees ik dat wij nu young elderly persons zijn.” Volgens Trouw zijn yeps vitale ouderen in een ‘derde levensfase’, die tussen het werkzame leven en echte ouderdom. Hoe wij in die laatste fase zullen heten, staat er niet bij, maar ik vermoed dat het Job zal zijn.

In het beeld dat Trouw van de yep schetst, konden wij ons gevaarlijk goed herkennen. Yeps zijn ouderen, geen oudjes. Yeps maken zich niet veel zorgen over de toekomst, zegt een onderzoeker, „terwijl ze dat wel zouden moeten doen”.

Hun woning is niet ‘levensbestendig’, maar de meerderheid doet daar niets aan. Volgens de onderzoeker is er sprake van massale ontkenning bij deze nieuwe ouderen. „Zij zien zichzelf liever niet als oud. Dat is herkenbaar, maar ook naïef. Omdat er straks een groot tekort is aan zowel professionele als informele zorg, gaan ze op zeker moment hun neus flink stoten.”

Vertel mij niks. Wij zijn al jaren bezig met plannen, ik herhaal: plannen, om onze woning opnieuw in te richten. Na twintig jaar wordt het weleens tijd, nietwaar. Maar we hebben er opvallend weinig zin in, ik nog minder dan mijn vrouw. Het wordt een halve verhuizing. Waar moeten al die boeken blijven? Alleen al de gedachte aan het inpakken ervan maakt me lusteloos. Vooral omdat ze straks ook weer uitgepakt moeten worden. En teruggezet op de planken.

Dat is nog maar het begin. Er zal een nieuwe vloer komen, alles moet geverfd, meubels en gordijnen worden vervangen. Daarover zal druk moeten worden beraadslaagd – niet gemakkelijk, want het gaat over smaak. Intussen gaat mijn werk door (je bent vitale oudere of je bent het niet) en kan ik bezwaarlijk de lezer laten weten: „Vandaag sla ik over, want ik moet de nieuwe gordijnen ophangen.” Kortom, ik zie er tegenop, en mijn vrouw ziet er tegenop omdat ik er tegenop zie. Het gevolg: uitstel, steeds opnieuw. Als we niet uitkijken blijven we het uitstellen totdat God op zijn bekende manier ingrijpt; waarna een heel ander soort verhuizing volgt waar je niets van merkt als het jezelf betreft – ideaal eigenlijk.

Volgens Trouw zijn de ouderen van nu totaal niet voorbereid op de fase waarin zij afhankelijk worden van zorg. Ze denken dat de overheid wel voor hen zal zorgen als het zover is. Maar die overheid heeft het verzorgingshuis roekeloos afgeschaft en de personeelstekorten in de zorg nemen fors toe. „Een vorm van verzorgingshuis is nodig”, zegt hoogleraar Nardi Steverink in Trouw.

Een columnist mag nooit ijdel constateren dat hij altijd al gelijk heeft gehad, maar ik vraag voor één keer ontheffing van deze ongeschreven regel. Een jaar of vijf geleden schreef ik een stukje over een oude dementerende vrouw die op straat rondzwierf en die ik naar haar flat moest brengen waar ze moederziel alleen bleek te wonen. Geef ons het verzorgingshuis terug, smeekte ik toen de overheid, want met mantelzorg komen we er niet.

Ruim vier op de tien 55- tot 75-jarigen willen best hun oude dag in een verzorgingshuis doorbrengen, schrijft Trouw. Ik pas nog even, al lijkt het me wel leuk om van daaruit voor de krant de rubriek ‘Der dagen zat’ te schrijven.