Recensie

Recensie Muziek

Valery Gergiev opent zijn 24ste festival met opzwepende ‘Bolero’

Op het 24ste Gergiev Festival in Rotterdam staat Franse muziek centraal. De opening bood donderdag een spetterende ‘Bolero’ en donderend orgelspel.

Valery Gergiev en Lahav Shani (piano) donderdag tijdens de opening van het Gergiev Festival in Rotterdam
Valery Gergiev en Lahav Shani (piano) donderdag tijdens de opening van het Gergiev Festival in Rotterdam Foto Guido Pijper

Van sommige tradities verbaast het besef dat ze opeens alweer een kwart eeuw bestaan. Neem het Rotterdamse Gergiev Festival, in 1996 opgetuigd om de toenmalige nieuwe chef-dirigent extra in de spotlights te zetten. Valery Gergiev (66) is berucht drukbezet en al vijftien jaar geen chef meer in Rotterdam. Maar ‘zijn’ Gergiev Festival bleef bestaan – mét traditioneel laat ingevlogen maestro en (zeldzaam) uitverkochte grote zaal tijdens de openingsavond.

Frans repertoire vormt deze 24ste-editie de rode draad, zoals direct duidelijk werd in Thierry Escaichs kleurrijke Ritual Opening, een wereldpremière. Ploppende percussie, omineuze strijkers en een chromatische blazersmelodie deden onmiskenbaar Frans aan – en dat terwijl Escaich zijn stuk met overmatige intervallen en onregelmatige ritmes ook treffend een exotisch, Oosters parfum meegaf. Zo bleek zijn stuk een eigentijdse pendant van Ravels Bolero, ook op het programma.

Omdat Stravinsky’s Concert voor piano en blaasinstrumenten een fiks podiumchangement eist, mocht Thierry Escaich de wachttijd verluchtigen met een orgel-improvisatie. Met aanstekelijk plezier trok hij de pregnantste en overdonderendste registers open voor virtuoze en verwaaiende verwijzingen naar diezelfde Bolero. De vleugel die intussen uit de kelder oprees, maakte zo een grandioze entree.

Extatische climax

Gergiev is een groot dirigent als het aankomt op spanning en sfeer. Maar in Stravinsky bezat de solopartij van de hier als pianosolist optredende Lahav Shani, de huidige Rotterdamse chef, meer bijtende precisie dan het ensemble onder Gergiev. In Debussy’s La mer maakten de energieke woelingen indruk, maar miste je soms wat elasticiteit en vloeikracht.

Een subliem gradueel gedoseerd opgebouwde Bolero verdrong alle bedenkingen. Hier toonden Gergiev en het orkest zich van hun allerbeste kant. Letterlijk elke solo klonk eigen en bezwerend, het orkest glansde en ronkte richting de extatische climax en op tientallen plaatsen in de zaal begonnen handen als vanzelf extatisch mee te dirigeren. Een belevenis.