Vaklui kun je zelf opleiden

Arbeidsmarkt Door de krapte is personeel vinden nog steeds lastig. Ondernemer Hans van Baal leidt schoolverlaters en zij-instromers daarom zelf op tot stukadoor. Met „een aai over de bol” en „een schop onder de kont”.

Carlos (rechts) stuukt zijn eigen muurtje. Hij kwam via een leerplichtambtenaar bij de praktijkopleiding voor stukadoors terecht.
Carlos (rechts) stuukt zijn eigen muurtje. Hij kwam via een leerplichtambtenaar bij de praktijkopleiding voor stukadoors terecht. Foto Merlin Daleman

Vanmorgen was hij te laat. Half negen begon de les, half tien kwam Carlos binnen. Dat gebeurt wel vaker – in het negen-tot-vijfritme komen vindt hij soms nog lastig. Gisteravond had hij „vrije tijd”, toen werd het iets te laat. Verslapen. Zijn docent op de stukadoorsopleiding was boos. Maar dat heeft hij ook wel nodig, zegt Carlos. „Die druk, zeg maar.”

Vier maanden geleden kwam Carlos (18) samen met een leerplichtambtenaar naar de praktijkopleiding voor stukadoors in Rijsbergen. Met het CIOS, een sportopleiding, was hij toen net een paar maanden gestopt.

„Ik had een beetje schijt”, zegt Carlos. „Aan school, aan werk, eigenlijk aan alles.” Maar thuis werd hij ook gek, daar had hij veel te veel energie. Bovendien was hij zonder mbo-diploma nog leerplichtig, dus kwam er een leerplichtambtenaar.

En een jobcoach van uitkeringsinstantie UWV. En dan waren er nog de mensen van de dagbesteding in Breda. En die van de gemeente Etten-Leur. „Dat liep niet heel soepel”, vertelt Carlos. „Ik moest nog doorkrijgen dat al die mensen er zijn om mij te helpen.”

Maar dat hij een kéér verder moest, dat voelde hij ook wel aan. Dus toen er bij de dagbesteding een flyer van de opleiding voor stukadoors hing, is hij daar een vrijdag heengegaan. En nog een vrijdag. En daarna nog één.

Puffend strekt hij nu zijn armen, en wijst op het muurtje dat hij net heeft gestuukt. „Hier kan het nog wat gladder.” Drie dagen in de week werkt Carlos bij een transportbedrijf, twee dagen volgt hij lessen in Rijsbergen. Stuken vindt hij leuk. Als zo’n muurtje „erin zit” en je hebt dat helemaal zelf gedaan – dat geeft voldoening. Bovendien zijn ze hier meer betrokken, vindt Carlos. „Als ik te laat kom, dan vraagt Hans óók altijd of er misschien iets is gebeurd.” Dat deed voorheen niemand.

Carlos wil met het oog op zijn loopbaan liever niet met zijn achternaam in de krant.

Foto Merlin Daleman

Geen sexy beroep

Precies anderhalf jaar geleden startte Hans van Baal de Stichting Opleidingscentrum West-Brabant. Een praktijkopleiding voor stukadoors, waar mensen zonder specifieke vooropleiding of startkwalificatie in vier tot acht maanden tijd hun branchecertificaat kunnen behalen. Van Baal werkt samen met Traub Stuc, een stukadoorsbedrijf uit Den Haag dat al een jaar of tien zo’n opleiding heeft.

Met een branchecertificaat kun je doorstromen naar een reguliere mbo-opleiding, of meteen als stukadoor aan de slag. En dáár is behoefte aan.

Vorige week meldde uitkeringsinstantie UWV dat 45 procent van de vacatures volgens werkgevers nog steeds moeilijk te vervullen is. Er is met name een tekort aan mensen met specifieke vakkennis. Bij ruim de helft van de vacatures gaat het om beroepen waarvoor vakmensen met een mbo-opleiding worden gevraagd. In de bouw zijn dat bijvoorbeeld metselaars, schilders, stukadoors. Vier van de vijf door het UWV ondervraagde werkgevers zeggen „extra inspanningen” te doen om toch de goede mensen te vinden.

Lees ook: Avonddienst bij de pomp, dat liever niet

Een voorbeeld daarvan is de stukadoorsopleiding van Hans van Baal. Van Baal heeft een eigen stukadoorsbedrijf, zo’n vijfentwintig tot dertig man in dienst. De laatste jaren bleek nieuwe mensen vinden vrijwel onmogelijk. Aannemers moest hij steeds vaker ‘nee’ verkopen, en dat frustreerde. „De markt groeit, maar mijn bedrijf kon door een personeelstekort niet mee groeien.”

Het is geen „sexy” beroep, zegt Van Baal over het vak van stukadoor. „Het is een fantastisch mooi vak, maar het is ook zwaar werk en je wordt er vies van.” Voor veel jongeren is dat een drempel.

Bij de stukadoorsopleiding in Rosmalen, een mbo-school, zat Van Baal destijds in het bestuur. Daar zag hij het aantal aanmeldingen al tijden teruglopen. Maar hij zag óók dat er bij die opleiding zo’n twintig van de zestig leerlingen per jaar uitvielen. „Als ik dan vroeg ‘waar zijn die gebleven?’, dan was het: ‘hadden geen zin meer’. Of: ‘vonden het toch te zwaar’.”

En dan waren er ook nog de jongeren die wel wílden, maar die zonder vmbo-diploma niet naar het mbo konden. Schoolverlaters, leerlingen van de praktijkschool.

Van Baal dacht: zo moeten er meer jonge mensen rondlopen. Jongeren die om wat voor reden dan ook niet op de vakopleidingen terechtkomen, maar die nog wel zijn te enthousiasmeren. Die moest hij hebben.

Netjes werken

Voor deze jongens, want dat zijn het voor het grootste deel, richtte Van Baal een eigen vakopleiding op. Een van zijn eigen stukadoors, een leidinggevende, werd docent. Vroegtijdig schoolverlaters, praktijkjongeren, mensen uit de bijstand, maar ook oudere zij-instromers en statushouders kunnen nu bij Van Baal terecht.

Zo’n vijftien tot twintig leidt hij er per jaar op, vrijwel allemaal komen zij op deze krappe arbeidsmarkt aan een baan. Sommigen bij zijn eigen bedrijf, sommigen bij andere stukadoorsbedrijven.

De omscholers betalen de opleiding meestal zelf. Zo schoolde Van Baal onlangs een meubelverkoper om, in vier maanden tijd. „Die had een gezinnetje, een koophuis. Hij vond het gewoon tijd voor iets anders.” Voor die groep is het handig dat er twee lesdagen in de week zijn – de rest van de dagen kunnen ze blijven werken. Een lesdag kost ongeveer 75 euro, afhankelijk van hoelang de opleiding duurt.

De vroegtijdig schoolverlaters en uitkeringsgerechtigden zijn een lastiger verhaal. Hun opleiding wordt uit re-integratietrajecten en subsidiepotjes van gemeentes betaald, dus met al die instanties heeft Van Baal wekelijks contact. Voor die jongens is hij bovendien een begeleider. Er zijn gedragsproblemen, soms problemen thuis. Een enkele keer duurt de opleiding daarom langer.

„Ik moet ze opvoeden”, zegt Van Baal. Netjes werken, netjes zijn tegen de klanten. Op de opleiding kunnen ze hem alles vertellen, maar „daarbuiten is de wereld keihard.” Zodra de jongens ergens in dienst zijn, moeten ze gewoon op tijd komen. „Ik geef die gasten een aai over de bol, maar ook een schop onder hun kont.”

Foto Merlin Daleman

Verstoppen achter een muurtje

Het is juist die persoonlijke begeleiding die er bij jongens als Carlos voor zorgt dat ze niet wéér uitvallen. Op de reguliere mbo’s zitten ze vaak met dertig man in een praktijklokaal, vertelt Van Baal. „Daar is het gemakkelijk je achter zo’n muurtje te verstoppen.”

In de veel kleinere lesruimte in Rijsbergen wijst Van Baal op een twaalftal smalle kamertjes, waarin de leerlingen ieder hun eigen muren stuken. „Hier hebben we alles in de gaten.”

Neem Dani (20), die vanwege zijn baankansen liever niet met zijn achternaam in de krant wil. Hij begon een jaar geleden met de stukadoorsopleiding, via een jobcoach van het UWV. Op de praktijkschool waar hij vandaan kwam, leerde hij tegelzetten, timmeren. Vakken die hij „heel leuk” vond, zegt Dani. De andere vakken vond hij „niks”. Met zijn adhd kon hij nog geen halve dag in een klaslokaal zitten, vertelt hij.

Vaktechnisch is Dani sterk en hij werkt ook nog eens hard, zegt Van Baal. „Maar zodra hij een theorie-examen moet doen, schrikt hij.” Dan moet hij weer achter dat bureau. En dat is op een reguliere mbo-school wél verplicht.

Van Baal heeft hem het afgelopen jaar zien opbloeien. Dan had hij een keurig muurtje gestuukt en was hij apetrots. „Laat je moeder dat nou ook eens zien”, zei Van Baal dan. Vervolgens nam een ander ook zijn opa mee.

Duizend kansen

Natuurlijk betekent zulke begeleiding niet dat het nooit misgaat. „Er zijn ook leerlingen die je duizend kansen geeft, maar die dan toch met een smoes niet komen opdagen”, zegt Van Baal. Dat houdt dan een keer op. Al stuurt hij iemand pas weg als er écht geen uitzicht meer is. „Maar dan ben je tientallen gesprekken met ouders, leerplichtambtenaren en jobcoaches verder.” En dat komt nauwelijks voor.

Degenen die hun branchecertificaat wel halen, stromen óf door naar een regulier mbo, óf gaan meteen bij een stukadoors- of aannemersbedrijf aan de slag. Meestal op een vast contract. Soms leren ze met begeleiding van een leermeester binnen het bedrijf door, dan krijgen ze een jaarcontract. De lonen voor stukadoors lopen sterk uiteen, omdat je qua niveau behoorlijk op kunt klimmen.

En zijn eigen personeelstekort, is dat nu opgelost? Van Baal lacht. „Deels.” Er is in ieder geval meer aanwas van jonge mensen, dat heeft hij ermee bereikt.

„Ik blijf een ondernemer”, zegt hij dan. Dat „maatschappelijke” zit gewoon in hem.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.