Schrijver die zijn kinderlijke blik altijd heeft behouden

György Konrád (1933-2019) Konrád was een spil in de Hongaarse dissidentenbeweging en een schrijver van wereldklasse.

Beowulf Sheehan

‘Mijn hele leven lang heb ik me precies zo gevoeld als toen ik een klein jongetje was en nog steeds voel ik me niet anders, niet kinderlijker, dan op mijn vijfde, toen ik me op mijn fietsje helemaal tot aan de brug over de Berettyó waagde om omlaag te turen naar het water van de rivier, die ’s zomers slechts acht tot tien meter breed is en zich als een geelbruin, modderkleurig lint door haar grazige stroomgebied slingert.’ Zo’n meanderende zin, afkomstig uit de door Henry Kammer vertaalde, autobiografische roman Geluk (2001) is typerend voor het oeuvre van de Hongaarse schrijver György Konrád, die vrijdag op 86-jarige leeftijd in zijn woonplaats Boedapest na een lang ziekbed is overleden. Door zijn ‘kinderlijke’ blik op de wereld te benadrukken probeert hij die namelijk in zijn meest pure en ongenaakbare vorm te laten zien. Het is een harde, liefdeloze wereld, waarin liefde schaars is en verraad om iedere hoek loert.

Als kind uit een Joods gezin maakte Konrád de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog mee. Zijn ouders werden in 1944, toen hij zelf elf jaar oud was, door de Gestapo gearresteerd en naar Oostenrijk gedeporteerd. Door de met de Duitsers collaborerende Hongaarse machthebbers in zijn geboortedorp Berettyyóújfalu om te kopen, wist hij op het nippertje aan dat lot te ontsnappen. Samen met zijn zusje Éva nam hij de bus naar familie in Boedapest, waar ze onderdoken en de oorlog overleefden. Wonder boven wonder bleken ook hun ouders na de oorlog nog te leven.

Duitse wreedheden

In Geluk beschrijft Konrád niet alleen de wreedheden die de Duitsers hebben begaan jegens de Joodse bevolking van Hongarije, maar ook die van de Hongaarse fascisten, de Pijlkruisers, die misschien nog wel wreder waren in het uitroeien van de Joden in hun land. In Zonsverduistering, het vervolg op Geluk, zou hij even verfijnd kritisch over het communistische regime schrijven, dat hem vijftien jaar lang een publicatieverbod oplegde.

In het naoorlogse Hongarije studeerde Konrád literatuurwetenschap, sociologie en psychologie. Hij werkte een tijd voor de sociale dienst, waarover hij in 1969 de roman De bezoeker publiceerde, die in 1982 verfilmd zou worden door de Nederlandse regisseur Orlow Seunke. Het was voor het eerst dat het Nederlandse publiek met Konráds werk in aanraking kwam.

Maar pas echt bekend in ons land werd hij door het VPRO-programma Nauwgezet en wanhopig van Wim Kayzer uit 1989, waarin hij samen met onder anderen George Steiner en Jorge Semprun over zijn leven in de 20ste eeuw vertelde. Ineens was hij een ster. Zijn twee jaar eerder bij uitgeverij Van Gennep verschenen roman Tuinfeest, die in 1985 illegaal in Hongarije was verschenen, werd een bestseller. Voor een Nederlands publiek manifesteerde zich hier een schrijver van wereldklasse, die zich wat zijn verbeeldingskracht betrof kon meten met een schrijver als de Zuid-Amerikaanse magisch-realist Gabriel García Márquez. Opnieuw vertelde Konrád in zijn meanderende, bijna magische stijl over zijn leven als Jood in de Tweede Wereldoorlog en in het communistische Hongarije dat daar op volgde. In Tuinfeest komt een stoet van levende en dode familieleden en vrienden voorbij. Er is leed, maar ook vreugde, geluk en erotiek.

Lees ook dit interview met Konrád uit 2011: ‘Ik wil alleen maar rust’

Maar Tuinfeest is ook een boek over schrijverschap en over de positie van het door de moderne geschiedenis geteisterde Midden-Europa, dat nog altijd voor ophef zorgt, omdat sinds de val van de Muur in 1989 rechts-populistische partijen er in de meeste landen de meerderheid hebben gekregen. Voor Konrád, een spil in de Hongaarse dissidentenbeweging die zich als geen ander had ingezet voor het einde van de communistische dictatuur, was het een bittere pil.

Politiek actief

Konrád bleef tot op het laatst politiek actief. Toen de huidige Hongaarse premier Viktor Orbán zich in 2017 tegen de Amerikaans-Hongaarse financier George Soros keerde, noemde hij Orbán de ‘giftigste politicus die Hongarije sinds de val van het communisme heeft gekend’. Daarmee liet hij opnieuw zien waarvoor hij stond: voor een menselijke samenleving, waarin tolerantie, smaak, zelfbeheersing, voorkomendheid bestonden. In een interview met NRC in 2011 benadrukte hij zijn hoop op zo’n samenleving: ‘De onzin van vandaag ligt morgen op de rommelzolder.’ Dat hij het in dat opzicht verkeerd had, doet niets af aan zijn grootse oeuvre.