Leuk die stadsdelen, maar de Stopera bepaalt

Stadsdeelcommissies Een jaar terug kreeg Amsterdam een nieuw bestuurlijk stelsel. Stadsdeelcommissies hebben vrijwel niets te vertellen.

„Het is pure bezigheidstherapie.” Voormalig stadsdeelcommissielid Fenna Swart oordeelt hard over het werk dat zij tot eind april deed. Als gekozen volksvertegenwoordiger in Amsterdam-Oost streed ze tegen de komst van een omstreden biomassacentrale in Diemen. Samen met haar stadsdeelcollega’s adviseerde ze tegen de centrale. Amsterdam gaat niet over de komst van de centrale, maar het advies kon volgens haar door bewoners gesteund verzet verder in gang zetten. Het advies kreeg echter amper aandacht. Ze besloot op te stappen. „Als het om belangrijke zaken gaat worden we toch genegeerd.” Buiten de politiek denkt ze meer te kunnen bereiken.

Swarts kritiek staat niet op zich. Onlangs liepen in het stadsdeel Nieuw-West drie commissieleden van Denk de vergadering uit. Het advies van een meerderheid van hun commissie tegen een uitbreiding van het betaald parkeren werd door het stadsdeelbestuur naast zich neergelegd. Een aantal kleine aanpassingen werden gedaan, maar niet genoeg voor Denk. Een van hun commissieleden, Harun Türkmen, kapte ermee. Zijn collega Mohamed Alkaduhimi noemt zijn eigen werk „een duurbetaald theekransje”.

Stadsdeelcommissieleden merken dat ze amper bevoegdheden hebben en dat hun adviezen op belangrijke dossiers weinig indruk maken

Na de verkiezingen van 2018 begonnen 93 gekozen Amsterdammers als stadsdeelcommissielid in een nieuw bestuurlijk stelsel. Als volksvertegenwoordigers zijn zij de vooruitgeschoven post van hun buurt en adviseren zij het bestuur van hun stadsdeel, die vervolgens relevante geluiden doorgeeft aan het stadhuis. Na een jaar zijn sommige stadsdeelcommissieleden teleurgesteld. Ze merken dat ze amper bevoegdheden hebben en dat hun adviezen op belangrijke dossiers weinig indruk maken.

Het is het volgende hoofdstuk in de zoektocht naar goede democratische samenwerking tussen wijken en bestuur in de stad. Jarenlang had Amsterdam namelijk het systeem van de stadsdeelraden. Deze werkten als een mini-gemeenteraad, met een democratisch gekozen raad en bestuurders. Daarbinnen hadden bestuurders vergaande eigen bevoegdheden als het ging om grote dossiers in hun stadsdeel. Els Iping verwierf als stadsdeelbestuurder in Centrum bekendheid met grote plannen om bijvoorbeeld de Wallen op te schonen en drugsoverlast tegen te gaan. Ahmed Marcouch, tegenwoordig burgemeester van Arnhem, viel als stadsdeelvoorzitter in Slotervaart op door hard op te treden tegen probleemjongeren. De stadsdeelraad was een factor van belang.

Landelijk wilde de politiek echter van deze mini-gemeenteraden af. Toenmalig minister Donner vond ze te duur en noemde de extra bestuurslaag onwenselijk. In 2014 werden de zelfstandige stadsdelen afgeschaft.

Sindsdien zoekt de gemeente naar een nieuwe vorm. Eerst werd nog geëxperimenteerd met zogenaamde bestuurscommissies per stadsdeel, waarbij bewoners bestuurders per stadsdeel kozen. Na een vernietigend rapport van de speciaal daarvoor ingestelde commissie Brenninkmeijer werd dat twee jaar geleden alweer afgeschaft. Want hoewel de leden direct gekozen werden, moesten zij in de praktijk het beleid van het college uitvoeren. Een onmogelijk dubbelmandaat, concludeerde Brenninkmeijer.

Vorig jaar werd dan ook het systeem van de stadsdeelcommissies geïntroduceerd. Daarin mogen bewoners nog steeds in alle zeven stadsdelen vertegenwoordigers kiezen, maar zij nemen plaats in een stadsdeelcommissie in plaats van in het lokaal bestuur. Het bestuur wordt voortaan benoemd door het college. De stadsdeelcommissieleden mogen vervolgens gevraagd en ongevraagd het lokale bestuur adviseren.

Van begin af aan omstreden

Het stelsel was van begin af aan omstreden en werd uiteindelijk met een nipte meerderheid aangenomen door de gemeenteraad. Nog steeds is er weinig enthousiasme, ook niet bij de mensen die er mee werken. „Ik ben geen fan van dit stelsel”, zegt dagelijks bestuurder in stadsdeel Oost Rick Vermin (GroenLinks). Partijgenoot en wethouder Democratisering Rutger Groot Wassink voegde daar onlangs in een vergadering eufemistisch aan toe dat „er nog genoeg te verbeteren valt”.

Wie nu naar de gekozen volksvertegenwoordigers kijkt, ziet dan ook dat ze minder te vertellen hebben. Op papier zijn de adviezen van de stadsdeelcommissie aan het lokale bestuur ‘zwaarwegend’ en moeten ze helpen om plannen van het stadhuis te toetsen aan de realiteit in de wijken. Maar het dagelijks bestuur van het stadsdeel kan het advies naast zich neerleggen als het niet past binnen het budget en het stedelijk kader. En als ze het wel doorsturen naar het college kan deze het advies van het stadsdeel op zijn beurt alsnog altijd naast zich neerleggen, als het maar motiveert waarom.

Toch vond D66 bij de invoering van het stelsel dat de stadsdelen macht hadden, omdat „zwaarwegende adviezen kunnen escaleren naar de raad”. Volgens vertrokken commissielid Swart en huidig commissielid Alkaduhimi maakt het van de stadsdeelcommissie echter vooral een tandeloze tijger.

Het is niet voor niets dat Bas van Vliet, die namens de onafhankelijke partij Méérbelangen volksvertegenwoordiger is, begin mei in stadsdeel Oost uithaalt naar het lokaal bestuur. „Zo kunnen we ons werk toch niet serieus nemen”, verzucht hij. Het is de vergadering die volgt op het vertrek van Fenna Swart en hij is kwaad dat het advies van de commissie tegen de geplande biomassacentrale niet genoeg aandacht krijgt. Van Vliet wil een punt maken. De bevoegdheden zijn minder geworden, dus als wat overblijft het geven van adviezen is, dan moet dat wel fatsoenlijk worden opgevolgd. „Het advies is”, voegt collega-commissielid Martine van der Veen van D66 toe, „namelijk het enige wat we hebben”.

Bas van Vliet zag als een van de meest ervaren volksvertegenwoordigers binnen zijn stadsdeel Oost alle veranderingen voltrekken. In 2002 zat hij al namens Méérbelangen in wat toen nog de stadsdeelraad was. Daar had hij bevoegdheden en een controlerende taak. „Als mini-gemeenteraad konden we beslissingen nemen.” Dat veranderde langzamerhand en Van Vliet zag hoe het stelsel werd uitgekleed tot wat het nu is. Er is nauwelijks budget, en weinig ondersteuning. Qua bevoegdheden kan de stadsdeelcommissie volgens Van Vliet „niet veel meer doen dan adviezen doorgeven en er achteraan drammen”.

Positieve adviezen worden overgenomen, uitgesproken negatieve adviezen vrijwel niet. Zeker niet als het speerpunten van het college zijn

Dat levert de situatie op dat positieve adviezen worden overgenomen en uitgesproken negatieve adviezen – op soms kleine wijzigingen na – vrijwel niet. Zeker niet als het speerpunten van het college zijn, zoals rond het betaald parkeren om de stad autoluw te krijgen. Frustrerend voor stadsdeelcommissieleden, maar, zo reageerde wethouder Groot Wassink op de kritiek: „Dat is nu eenmaal wel de aard en het wezen van het stelsel.”

Adviezen amper gelezen

En dus is het zoeken naar ruimte om iets voor elkaar te boksen, aldus Van Vliet. In de Linnaeushof kon een veranderde rijrichting die voor problemen zorgde binnen een dag worden aangepast. Rondom subsidies voor buurtinitiatieven geeft de stadsdeelcommissie adviezen. Inhoudelijke vragen van bewoners of vertegenwoordigers worden „keurig beantwoord”. Maar misschien nog wel belangrijker is volgens Van Vliet en dagelijks bestuurder Rick Vermin van Oost „dat ze de oren en ogen van de wijk zijn”.

Het contact met bewoners gaf ook de inmiddels vertrokken Fenna Swart energie, maar dat gevoel zakte snel weg zodra ze zag dat de communicatie via het dagelijks bestuur naar het college en de gemeenteraad stokte. „Veel te vaak zag ik dat adviezen amper gelezen werden, slecht werden teruggekoppeld of de raad helemaal niet bereikten.” Van het D66-idee dat adviezen kunnen ‘escaleren naar de raad’ komt zo volgens haar weinig terecht.

„Een black box” werd de omgang met adviezen dan ook genoemd tijdens een werkconferentie in april met vertegenwoordigers uit verschillende stadsdelen. Iets wat ook dagelijks bestuurder Vermin ziet, die met de twee andere leden van het bestuur in Oost verantwoordelijk is voor het doorzetten van de adviezen. „Ik probeer dat terug te koppelen, bel erachteraan en zoek de beste plek om het te laten landen. Als we adviezen klakkeloos doorzetten komt er vaak niet zoveel van terug.”

Ook het contact met de burger staat onder druk. Stadsdeelbestuurder Rick Vermin en commissielid Van Vliet doen met hun collega’s verwoede pogingen om bewoners te betrekken. Zo mogen bewoners aanschuiven en meepraten bij de vergaderingen, en zijn er gebiedsvergaderingen op plekken buiten het stadsdeelkantoor. Bijvoorbeeld in cafés of sportclubs. „Bewoners hebben dan veel meer tijd dan die drie minuten inspreektijd in de raad”, zegt Vermin. „Ze waarderen dat.”

Inspreken daar waar de macht ligt

Maar wie snel actie wil, slaat vaak het stadsdeel over. Ook bewoners: het aantal insprekers in het stadhuis nam het afgelopen jaar toe. Niet zo gek, vindt Van Vliet: „Ze gaan naar de plek waar de macht ligt.”

Na een jaar probeert iedereen er dan ook vooral het beste van te maken. De ervaren Van Vliet merkt dat in de stadsdeelcommissie gelukkig steeds meer kennis komt over de precieze procedures. De nieuwe volksvertegenwoordigers hadden in het begin vaak moeite hun weg te vinden. Waar ga je wel over? En waarover juist niet?

„Vergeet niet”, zegt GroenLinks-bestuurder Vermin, „dat ook de grote politieke partijen nog niet zo goed wisten hoe dit stelsel precies zou uitpakken. Iedereen moet leren.” Toch kan dit systeem in de huidige vorm niet verder. „De gebreken zijn te fundamenteel.”

Dat ontslaat ondertussen echter niemand van de plicht er iets van te maken, betoogde D66-raadslid Jan-Bert Vroege onlangs in de gemeenteraad. Het gaat namelijk niet alleen om de structuur, maar vooral ook om de cultuur. „Ook het slechtste systeem kan goed werken als we met zijn allen de schouders eronder zetten.”

Foto Irvin van Hemert/ANP

Voor stadsdeelcommissielid Van Vliet begint dat dan wel met een simpele aanpassing. „Waarom krijgt de gemeenteraad onze adviezen niet automatisch? Waarom kunnen we ze niet makkelijk vinden?” Het is een ingreep aan de oppervlakte, weet hij, maar het zou het praktische werk nu wel zinvoller maken.

‘Liefdeloos compromis’

En naast deze ‘quick fix’, zegt Van Vliet, kan het ook geen kwaad toch nog eens het drie jaar oude rapport van de commissie Brenninkmeijer te lezen. De belangrijkste conclusie toen was dat de macht in de stad steeds meer verschuift naar het stadhuis, waarmee lokale problemen al snel politiek gemaakt worden.

De stadsdeelcommissies hadden dat probleem moeten oplossen, maar vlak voor de invoering ervan waarschuwde Brenninkmeijer al voor de fundamentele gebreken. In een open brief keerde Brenninkmeijer zich tegen het stelsel. „We voorspelden dat ons rapport, naar Amsterdamse traditie, door de politiek zou worden gebruikt om in te ‘shoppen’.” Hij noemde de plannen „een liefdeloos compromis”, waarbij het belangrijkste doel, de burger een grotere stem geven, niet werd gehaald. En juist politieke partijen het meer voor het zeggen krijgen.

Saillant, want mede op basis van bevindingen uit het rapport Brenninkmeijer stemde toenmalig fractievoorzitter Rutger Groot Wassink eind 2017 tegen het stelsel. Hij zei: „Dit voorstel sleept zich voort als een aangeschoten dier op weg naar niks, terwijl we hem eigenlijk uit zijn lijden zouden moeten verlossen.”

Nu is Groot Wassink wethouder Democratisering. Het afgelopen jaar presenteerde hij een ambitieuze agenda Democratisering. Zo kondigde hij aan via buurtbudgetten en buurtrechten Amsterdammers meer controle over hun wijk geven. Via loting nodigt hij Amsterdammers uit bij hem te komen eten.

Maar ondanks deze initiatieven is hij nu ook verantwoordelijk voor een stelsel waar hij geen voorstander van is. Het komende halfjaar wordt begonnen met de evaluatie van het nieuwe bestuurlijk stelsel. Aan Groot Wassink dan om te beslissen of het ‘aangeschoten dier’ veranderd is in een levensvatbaar stelsel.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.