In Noord-Limburg zien ze het hoge water al komen

Waterbeheer Het Maaswater meters hoog in huis zodat het stroomafwaarts droog blijft. Het vooruitzicht van een overstroming in Noord-Limburg om andere gebieden te beschermen, leidt tot onrust.

De Lob van Gennep
De Lob van Gennep Foto Eric Brinkhorst

„Natuurlijk redeneer je vanuit je eigen huis”, zegt Patrick van der Broeck, dijkgraaf van het Waterschap Limburg, aan het begin van een informatieavond in Ven-Zelderheide. „Maar hoogwaterbescherming gaat in werkelijkheid over je eigen huis heen.”

Het publiek in de overvolle zaal in gemeenschapshuis De Uitkomst loeit en lacht. Van der Broeck herstelt zich snel. Hij bedoelde het uiteraard overdrachtelijk: „Je moet de Maas als geheel, als een systeem bekijken.”

Dit is een van de drie bijeenkomsten voor de inwoners van Milsbeek, Middelaar, Plasmolen, Ottersum en Ven-Zelderheide. In de dorpen in de uiterste kop van Noord-Limburg, net onder Nijmegen, heerst onrust. Ze liggen omgeven door akkerland, weides en bossen in een kom tussen de heuvels van Berg en Dal en Groesbeek in het noorden en de Maasduinen in het zuiden.

De beveiliging tegen hoogwater in de Maas wordt in deze zogenaamde Lob van Gennep binnen een aantal jaren minimaal op het wettelijke niveau gebracht. Dat bevalt de mensen, van wie velen zich de overstromingen van 1993 en 1995 nog herinneren. Maar de andere plannen bezorgen hen buikpijn. Bij zeer extreem hoogwater kunnen de autoriteiten besluiten deze streek onder water te zetten om gebieden verder stroomafwaarts, onder meer grote delen van Den Bosch, te behoeden voor overstroming. Waarom moeten juist deze dorpen de vinger zijn die wordt afgehakt om een hand te sparen?

De Stuurgroep Lob van Gennep, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar, drie provincies (Limburg, Noord-Brabant en Gelderland), Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Waterschap Limburg, benadrukt dat het gebied van oudsher wateropvang was. Een besluit valt volgend jaar. De eerste schop zal rond 2024 de grond in gaan.

Omzwachtelde taal

Een deel van de bewoners van de Lob van Gennep heeft het gevoel te worden overspoeld door de woordenvloed van de stuurgroep, de project- en omgevingsmanagers en de voorlichters. Hun „omzwachtelde taal” stoort bewoners omdat ze het gevoel hebben dat de uitkomst bij voorbaat vaststaat. De plannen worden verguld met termen als „meekoppelkansen”, vinden ze. Hans Korsten uit Middelaar: „Daarmee bedoelen ze dat ze het gebied willen verfraaien. Het moet hier ‘een toeristische hotspot’ worden. Maar het is hier al hartstikke mooi en er komen al veel mensen om te recreëren. En ze spreken van ‘een iconische inlaat’. Dat is gewoon de schuif waarmee ze de boel onder water zetten.”

De streek die onder water zou worden gezet

Marije Kos uit Milsbeek ergert zich aan de foto’s in de folders: „Water stroomt door weelderig groen en er is nauwelijks een huis of een mens te zien. Op die manier denken ze in Den Haag en elders dat deze badkuip gerust vol kan lopen. Maar er wonen in die dorpen, zevenduizend mensen.”

Korsten, Kos en anderen hebben zich verenigd in het initiatief Nee Tegen de Vloedgolf. Want daar gaat het in hun ogen om. Korsten: „Het water komt met grote kracht de huizen in en stijgt op sommige plaatsen tot wel vier meter en zal daar maanden blijven staan.”

Vrees voor ‘tweede Groningen’

Als de schadevergoedingen op de informatieavond in Ven-Zelderheide aan de orde komen, ontstaat opnieuw rumoer. De schade wordt alleen vergoed onder voorwaarden, tot bepaalde hoogte en met een eigen risico. Bouwwerken van na 1996 vallen buiten elke regeling. Verschillende bewoners zeggen daar bij aanvragen voor bouwvergunningen „nooit over geïnformeerd te zijn”. Anderen uiten de vrees dat de Lob van Gennep „een tweede Groningen” wordt, waar schadevergoedingen heel lang op zich lieten wachten.

Dijkgraaf Van der Broeck garandeert dat het nog alle kanten op kan en dat het gebied in elk geval een hogere bescherming zal krijgen dan de wettelijk voorgeschreven kans van gemiddeld één overstroming per 300 jaar.

Na afloop van de avond wordt op straat nagepraat. „Eigenlijk is de schade al aangericht”, constateert een man. „Dit is nu al een gebied dat onder water kan worden gezet, waar bouwwerken van na 1996 helemaal niet op een schadevergoeding hoeven te rekenen. Wie wil daar nog wonen?”