Hommage aan de laatste getuigen

Zap Als historisch programma is Achter de dijken niet erg verrassend, maar Leo Blokhuis brengt een mooie hommage aan de laatste getuigen.

Verzetsstrijder Jaap Rus (1923-2019) met Leo Blokhuis in Achter de dijken: vrijheid (KRO-NCRV).
Verzetsstrijder Jaap Rus (1923-2019) met Leo Blokhuis in Achter de dijken: vrijheid (KRO-NCRV).

De gemeente Eijsden-Margraten had voor nieuw asfalt gezorgd, meldde de Limburgse zender L1 donderdagochtend aan het begin van een live-uitzending van 2,5 uur vanuit Mesch, het dorp dat precies 75 jaar geleden als eerste Nederlandse gemeente werd bevrijd. We zagen tientallen Meschenaren wachten op het plein bij de openbare basisschool.

Omdat er niet veel gebeurde werden archiefbeelden getoond van enkele jaren oud. We zagen een lokale amateurhistoricus bij een grenspaal uit 1843. „Hier zijn de Amerikanen Nederland binnengekomen, op 12 september. Om tien uur. Bij deze paal.” Hij raakte de paal even aan. Mooi.

Ook de nationale omroepen doen hun best om de bevrijding te herdenken. Het NOS Journaal was in Mesch en er is een speciale website ingericht. Daarna kwam de eerste aflevering van Leo Blokhuis’ historische reportageserie Achter de dijken: vrijheid (KRO-NCRV) met verhalen hoe de oorlog was verdwenen. We zagen Blokhuis over een Limburgse landweg richting Eijsden wandelen, op de plek waar volgens hem in 1944 de eerste bevrijders liepen.

Blokhuis maakte een praatje met de bewoner van het eerste bevrijde huis, Willy Smeets. „De Amerikanen zijn de elfde september hier gekomen, toen hebben ze het tot daarvoor bevrijd en toen zijn ze hier blijven slapen.” Hela, zei die man nu echt elf september? Had heel herdenkend Limburg zich een dag te laat op de verkeerde plaats verzameld? Heeft het nepnieuws de bevrijding te grazen genomen? Waren de bevrijders na het ontbijt bij de grootouders van Willy Smeets terug naar België gekuierd om een eindje verderop bij Mesch wéér een stukje Nederland te bevrijden?

Wie ook de eer van de eerste bevrijding toekomt, Smeets gaf een huiselijk beeld van het historische moment. Zijn grootmoeder had de kleren van de soldaten nog gewassen, „want ze hadden in de Ardennen gezeten en die kleren schenen smerig te zijn”. Hard gevochten was er niet. „De soldaten die hier in de oorlog zaten, die hadden helemaal geen ruzie. Hier zaten de Duitse en de Belgische en de Nederlandse grenswachten samen koffie te drinken.”

Veel minder gemoedelijk waren de verhalen die Blokhuis in Zeeland hoorde. De geallieerden wilden controle over de toegang tot de haven van Antwerpen, dus moest Walcheren in oktober 1944 snel worden veroverd. Op vier plaatsen werden de dijken kapotgebombardeerd, zodat het land volliep als een badkuip, met de mensen erin. „Er waren wel pamfletten gestrooid”, vertelt een oude Zeeuw, „maar die waren door de wind weggedreven en ginder ergens neergekomen”.

Hartverscheurend was het verhaal van de 47 mensen die veilig meenden te zijn in molen De Roos, onder de zware molensteen. Eerst werd de molen gebombardeerd, toen kwam het wassende water. Slechts drie mensen overleefden het. We zien hoe de molenaarszoon die er een handvol naaste familieleden verloor, een modelmolen in zijn tuin heeft staan. In het voorbijgaan geeft hij een zwiep aan de wieken.

Als historisch programma is Achter de dijken niet erg verrassend, maar Blokhuis brengt een mooie hommage aan de laatste getuigen. Een Amerikaanse soldaat bij het graf van een kameraad, een Limburgse non die een groep kinderen naar het Friese Beetsterzwaag bracht en daar nu even terug is: „Het gemoed schiet me vol.”

Of de Zeeuwse verzetsstrijder Jaap Rus die de geallieerden stiekem doorbriefde wat hij tijdens zijn tewerkstelling zag van de Atlantikwall. Blokhuis kijkt met hem uit over het water, op de plek waar de bevrijders landden. Uit de aftiteling blijkt dat Rus is overleden. Het gaat hard.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.