Het geld is er, maar toch worstelt het kabinet met investeringen

Begrotingsbeleid Het kabinet wil opnieuw en nog meer investeren, maar dat lukt nog niet erg. Wat te doen als het straks economisch weer wat minder gaat?

Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) met het Koffertje.
Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) met het Koffertje. FotoDavid van Dam

Het werd hem sinds de start van het kabinet-Rutte III zo vaak verweten. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) zou een ‘expansief begrotingsbeleid’ voeren. Hij liet de overheidsuitgaven oplopen in economisch goede tijden. Veel economen, ook die bij het Centraal Planbureau, geloven dat dergelijk procyclisch beleid niet de beste manier is om prudent met de staatskas om te gaan. Het is volgens hen verstandiger om in een economische hoogconjunctuur juist extra buffers op te bouwen – anticyclisch dus. Zo voorkom je dat bij een volgende recessie onmiddellijk weer nieuwe bezuinigingen nodig zijn.

En nu, de economie draait nog goed, wil het kabinet wéér meer miljarden uitgeven, zo blijkt uit de vrijdagmiddag uitgelekte Miljoenennota.

Lees ook: Uitgelekte Miljoenennota: meer geld voor koopkracht, woningen en Defensie

De overheidsfinanciën staan er per saldo nog steeds goed voor, maar Hoekstra heeft in tamelijk hoog tempo het begrotingsoverschot erdoor heen weten te jagen. In 2018 bedroeg dat overschot 1,3 procent van het bruto binnenlands product (in harde euro’s: 10,8 miljard). Dat loopt komend jaar terug tot 0,2 procent (1,9 miljard). In 2021, het eind van deze kabinetsperiode, zal het overschot zijn omgeslagen in een tekort van 2,6 miljard euro. Belangrijke oorzaak zijn de voorziene extra uitgaven voor de recent gesloten akkoorden over pensioen en klimaat.

Er zit iets paradoxaals in de investeringsdrang van het huidige kabinet. Plannen zijn er genoeg, net als de benodigde miljarden, maar het blijkt lastig om die allemaal te realiseren. Het regeerakkoord van twee jaar geleden beloofde een ambitieus investeringsprogramma dat opliep tot 8 miljard euro in 2021, voor onder meer defensie, onderwijs en infrastructuur. Daar voegt Hoekstra in de nieuwe Rijksbegroting weer een aantal miljard aan toe: 1,4 miljard volgend jaar en 2,3 miljard een jaar later.

Er is wel een praktisch probleem: het lúkt maar niet om al die gereserveerde miljarden uit te geven. Met de krappe arbeidsmarkt is het lastig om nieuw personeel te vinden voor het onderwijs en de gezondheidszorg, of productiecapaciteit voor grote materiële investeringen voor de krijgsmacht of infrastructuur. Daar is sinds kort het acute stikstofprobleem bij gekomen. Volgens een gerechtelijke uitspraak zijn tientallen (bouw)projecten de facto verboden. Vorig jaar bleef al 2,2 miljard op de plank liggen, dit jaar vermoedelijk nog eens 1,8 miljard.

Toch wil het kabinet daar nieuwe plannen aan toevoegen. Gelet op de huidige lage rentestand daartoe ook aangemoedigd door de financiële markten: de rente op staatsopbligaties is negatief, dus Hoekstra krijgt er nu geld op toe.

Met het nodige aplomb lekte eind vorige maand een waarschijnlijk door Hoekstra bedacht plan uit: een nieuw investeringsfonds met nieuw geleend geld dat de economische groei de komende jaren zou moeten aanwakkeren. Tussen de regels van de uitgelekte Prinsjesdagstukken valt te lezen dat hij daar binnen het kabinet de handen nog niet echt voor op elkaar kreeg. In de Miljoenennota is van een nieuw fonds met tientallen miljarden niet veel concreets over. Nu heet het voorzichtig: „Het kabinet onderzoekt hoe een investeringsfonds kan worden opgericht om het verdienvermogen te versterken.” Dat moet dan wel „aan heldere randvoorwaarden en begrenzingen” voldoen. En voor het zover is zal collega-minister Wiebes (Economische Zaken, VVD) later dit jaar eerst met een „brede agenda” komen.

Het ziet ernaar uit dat dit ambitieuze plan er op korte termijn niet komt. Als dat er op den duur wel van komt en alle al bedachte investeringen vanaf volgend jaar wél loskomen, dan lonkt voor Hoekstra verlossing van zijn starre, pro-cyclische reputatie. Het einde van de economische hoogconjunctuur is immers ook al in zicht.