Felle reacties op intolerantie, maar is er iets aan te doen?

Salafistenscholen Salafistische moskeescholen leren kinderen zich van Nederland af te keren. Experts worstelen met de aanpak.

De islamitische basisschool El Wahda in Heerlen. Deze school was betrokken bij de ontwikkeling van de omstreden lesmethode voor seksuele voorlichting.
De islamitische basisschool El Wahda in Heerlen. Deze school was betrokken bij de ontwikkeling van de omstreden lesmethode voor seksuele voorlichting. Foto Chris Keulen

Wat als vrijheid gebruikt wordt om onvrijheid te bepleiten? Als Nederlandse kinderen geleerd wordt dat mensen met een ander geloof dan de islam de doodstraf verdienen, net als overspeligen, homoseksuelen en afvalligen?

Deze week onthulden NRC en Nieuwsuur dat kinderen op salifistische moskeescholen horen dat ze zich van de Nederlandse samenleving af moeten keren. Iemand prettige kerstdagen wensen, leerde prediker Aboe Aicha jonge kinderen in Eindhoven, is een grotere zonde dan iemand feliciteren met een moord. En ook op islamitische basisscholen blijken lessen te worden gegeven waarvan je je kunt afvragen of ze stroken met democratische beginselen. Voor seksuele voorlichting gebruiken de meeste scholen een boek waarin staat dat meisjes en jongens elkaar niet mogen aankijken, en dat Allah homoseksualiteit verafschuwt.

Lees ook: VVD en PvdA: pas Grondwet aan om haatzaaiende scholen aan te pakken

Het leidde tot felle reacties. De „betonrot van een vreedzame samenleving”, noemde ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers de moskeeklasjes. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff verkondigde dat de Nederlandse vrijheid niet misbruikt mag worden „om diezelfde vrijheid te ondermijnen”. Hun partijen willen dat de Onderwijsinspectie toezicht gaat houden bij moskee-onderwijs. En de VVD en PvdA stelden voor de gelijkheid van mannen en vrouwen te verankeren in grondwetsartikel 23 over onderwijsvrijheid.

„Waarom zou je nog een keer opschrijven wat er al in artikel 1 staat?”, reageert advocaat Wouter Pors, die zich al dertig jaar verdiept in artikel 23 (en de omstreden Amsterdamse islamitische middelbare school Cornelius Haga Lyceum bijstaat). „Dan wek je als overheid de indruk dat je de voornaamste bepaling van de Grondwet, het gelijkheidsbeginsel, niet zo belangrijk vindt.”

Weekendscholen onder inspectietoezicht brengen, betekent een fundamentele wijziging van artikel 23 , zegt Pors. „En het is de vraag of dat nodig is. Ze vallen onder geen enkele onderwijswet, maar het strafrecht is wel van toepassing. En ik denk dat, waar het echt de grens van discriminatie over gaat, je daarmee voldoende uit de voeten kunt.”

Voor alle basis- en middelbare scholen geldt daarnaast de verplichting om burgerschapsonderwijs te geven: lessen over de rechtsstaat, vrijheid en democratie. Die verplichting is nu weliswaar niet keihard, maar minister Arie Slob (Onderwijs, CU) werkt aan een wetswijziging.

Ook volgens Miek Laemers, emeritus hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit, is een grondwetswijziging overbodig. Ze wijst op een nieuwe bepaling in de hogeronderwijswet, die ervoor zorgt dat de financiering gestopt kan worden bij ondemocratisch handelen binnen instellingen. „Dat zou je ook in de wetten voor primair en voortgezet onderwijs kunnen opnemen.”

Volgens Laemers zullen er „altijd manieren worden gevonden om gedachtegoed te verspreiden dat door een meerderheid wordt afgekeurd, ook als je moskeeën en particulieren onder de onderwijswet laat vallen”.

De vraag is of je de vrijheid van minderheden kunt inperken om die van de meerderheid te beschermen, zegt Ahmed Hamdi van het Verwey-Jonker Instituut. „Daar is geen makkelijk antwoord op.” Volgens Hamdi, die salafisme en moskee-onderwijs onderzocht, kan de wet wel strikter worden gehandhaafd. „Er lijkt pas te worden opgetreden als je er vrij ver overheen gaat. De vrijheid van godsdienst ligt soms iets te gevoelig.”

Maar om vroegtijdig in te kunnen grijpen, moeten autoriteiten wel op de hoogte zijn. Het kabinet bedacht in 2007 een aanpak waarbij gemeenten salafisten moeten aanspreken op „onverdraagzame uitspraken dan wel gedragingen”. De daaropvolgende kabinetten breidden deze aanpak uit. Gemeenten hebben echter veelal geen zicht op informeel onderwijs. NRC en Nieuwsuur vroegen gemeenten waar salafistische lessen plaatsvonden of zij hierover signalen hadden ontvangen. Nee, antwoordden nagenoeg allen. Sterker nog: na publicatie werden NRC en Nieuwsuur door diverse gemeenten benaderd met de vraag welke salafistische onderwijsclub er in hun steden zitten.

Met buikpijn slapen

Nourdin el Ouali, voorman van de islamitisch geïnspireerde partij Nida in Rotterdam, ging met buikpijn slapen nadat hij de tv-reportage over salafistische klasjes zag. Hij hoort al jaren dat de islam hier niet hoort, maar dan uit extreemrechtse hoek. Nu kwam het uit de eigen, islamitische gemeenschap. Onwettig is dit „extreemrechts binnen de islam” volgens hem echter niet. Hij ziet dan ook niets in een verbod. „De hamvraag is: hoe verschillend mag je zijn in onze open, vrije samenleving? Als we de vrijheid van religie, meningsuiting en vereniging inperken, dan doet dit uiteindelijk de rechtsstaat de das om”, zegt El Ouali, „Maar vertel ouders vooral wat er gebeurt op die scholen, wijs elkaar op de pijn die bepaalde opvattingen kunnen doen.”

De Vlaamse filosoof Dirk Verhofstadt (Universiteit Gent), die in 2016 een boek over het onderwerp schreef, vindt juist dat alle salafistische organisaties verboden moeten worden. „Als je tolerant bent naar intoleranten, nemen de intoleranten het over”, zegt hij vrij naar filosoof Karl Popper. Volgens Verhofstadt is een verbod op salafistische organisaties juridisch ook goed mogelijk. „Artikel 17 van het EVRM schrijft voor dat het recht niet misbruikt mag worden om onze democratische rechten en vrijheden te verwoesten.”

Lees ook: Salafistische scholen leren kinderen zich af te keren van Nederland

Salafistische organisaties verbieden, artikel 23 aanpassen; het is allemaal dweilen met de kraan open, zegt jurist en arabist Laila al-Zwaini. Wat volgens haar nodig is: een open debat over orthodoxe islamitische regels. „Deze kinderen zijn kwetsbaar, ze moeten vaak navigeren tussen de islam, de Marokkaanse (of een andere) cultuur en de Nederlandse maatschappij. We moeten hen uitleggen dat er niet één ware islam is. Dat de islam ook is: vragen stellen.”

Tegelijkertijd moet Nederland een verhaal vertellen waarin de islam een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de samenleving. „Zolang we een premier hebben die ‘pleur op’ zegt, in plaats van ‘moslims horen hier’, blijft die kraan open.”