Opinie

Draghi loopt nu wel erg ver voor de troepen uit

Europese centrale bank

Commentaar

Een nog negatievere rente én een herstart van het opkoopprogramma van staatsleningen voor 20 miljard euro per maand. De Europese Centrale Bank gaat voluit met het versoepelen van het monetaire beleid. In zijn voorlaatste persconferentie voor hij eind dit jaar vertrekt, zette ECB-president Mario Draghi dat beleid voor jaren vast. Het opkoopprogram stopt pas als de inflatie in de eurozone, nu 1 procent, overtuigend stijgt naar vlakbij 2 procent. De rente mag pas weer stijgen als het opkopen is gestaakt.

Dat klinkt allemaal daadkrachtig. Maar voor welk probleem is het ook alweer de oplossing? Aan Draghi wordt, terecht, de redding van de euro toegeschreven. Zijn ‘whatever it takes’ in het midden van de eurocrisis van 2011 en 2012 bracht rust. De ECB zou alles in het werk stellen om de Europese munt overeind te houden. Het buitengewoon ruime monetaire beleid heeft daarna geholpen om de rentes over de gehele linie omlaag te brengen, van kortlopend geld tot langlopende staatsleningen. Van bedrijfskredieten tot woninghypotheken. Inmiddels rust 2090 miljard euro aan staatsleningen op de balans van de ECB. En dat wordt dus meer.

De economie van de eurozone verliest vaart, en de ECB heeft zijn kruit nu goeddeels verschoten. Draghi’s boodschap was er één die snel gemeengoed aan het worden is: de overheden van de eurozone zijn nu aan zet. De begroting moet, waar dat kan, worden ingezet om de verslappende conjunctuur van de eurozone te steunen. Daar zit wat in. Landen als Duitsland en Nederland kunnen, met hun begrotingsoverschotten best het nodige doen. Wellicht kan in Nederland een investeringsfonds, waarvan de aankondiging op Prinsjesdag wordt verwacht, helpen – mits dat de juiste opdracht mee krijgt.

Intussen maakt Draghi’s salvo van monetaire ingrepen een premature indruk. Hij zet het beleid, dat vanaf december onder zijn opvolger Christine Lagarde valt, voor lange tijd vast. De ECB hield donderdag kennelijk geen rekening met de bezwaren die in landen als Duitsland en Nederland leven. Nederlandse pensioenfondsen gaan een nog zwaardere tijd tegemoet nu zij moeten uitgaan van een rente die voor lange tijd buitengewoon laag, nul, of zelfs negatief zal zijn. Landen met een relatief hoge staatsschuld zijn daarentegen juist zeer geholpen met het beleid van Draghi.

De ECB kon donderdag in wezen al niet meer terug. De verwachtingen op de financiële markten waren te hoog gespannen, en een minder drastisch pakket dan Draghi presenteerde zou een behoorlijke tegenvaller zijn geweest. Deze monetaire politiek van de voldongen feiten kenmerkt de manier waarop de ECB-president zijn bestuur wel vaker voor het blok heeft gezet.

De economie van de eurozone maakt op dit moment een wankele periode door. Maar is het aan de centrale bank om aan conjunctuurmanagement te doen? Het bereiken en handhaven van prijsstabiliteit is de eerste opdracht van de ECB. Zeker, de inflatie is lager dan het doel van ‘onder maar dichtbij 2 procent’. Als niets aan deze definitie wordt gedaan, dan zijn ingrepen gerechtvaardigd. Maar de indruk kan alsnog ontstaan dat het mandaat van de ECB wel erg ver wordt opgerekt. Het beeld dat voorlopig blijft bestaan is dat van een centrale bank die overheden aanspoort meer te lenen, en tegelijk die leningen op de financiële markten opkoopt. Dat kan onder extreme omstandigheden te rechtvaardigen zijn, maar zonder risico’s is het nu zeker niet.