Opinie

De tweederangs universiteit komt eraan

Column Harald Merckelbach Door geld te verschuiven richting bèta, kannibaliseert het kabinet universitaire opleidingen die hard nodig zijn.

Harald Merckelbach

Tijdens de opening van het academisch jaar was er in de diverse universiteitssteden veel te doen over Wissels Om, het rapport van de commissie Van Rijn. Zijn commissie keek op verzoek van minister Van Engelshoven (Onderwijs & Wetenschap, D66) naar de financiering van het hoger onderwijs. Martin van Rijn zal vast een aardige kerel zijn, maar de ex-secretaris van Volksgezondheid heeft al eerder een paar wissels omgezet. Zo kwam onder zijn bewind het keukentafelgesprek van gemeenteambtenaren met behoeftige burgers tot stand. Ik doe niemand tekort als ik zeg dat het geen daverend succes was.

Nu wil Van Rijn dus wissels gaan omgooien in het universitaire bestel. Structureel een paar honderd miljoen extra voor de ingenieurs en dat moet – al even structureel – worden opgebracht door de medici, juristen en alle anderen. Dus liever extra bouwkundigen dan, pakweg, geriaters of pedagogen. Want de vraag naar bètatechnische experts, zo Van Rijn, groeit dermate snel dat er in hun sector een fors arbeidsmarkttekort zal ontstaan.

Van Rijn schat het tekort aan bètatechnische experts in de komende jaren op 34.000. Om dat te onderbouwen presenteert hij op pagina 40 van zijn rapport een figuur. Wie die figuur bestudeert, zal constateren dat er ook tekorten worden voorspeld voor academici met een medische, onderwijskundige of gedragswetenschappelijke achtergrond. In totaal loopt het tekort hier op tot 20.000. Van Rijn heeft het daar verder niet over. Hij vergeet ook te vertellen dat het allemaal grove schattingen zijn. Nu is het typische aan schattingen dat er marges om heen zitten: 34.000 kan uiteindelijk toch maar 29.000 blijken te zijn en 20.000 zou zo maar 25.000 kunnen worden. Wat betekent dat de tekorten elkaar niet al te veel ontlopen. Dan moet je toch oppassen met op zijn Van Rijns wissels om te gooien, want het kannibaliseert universitaire opleidingen die hard nodig zijn. Je wilt niet te weinig geriaters aan het verpleeghuisbed. Je wilt toch ook een jurist die iets snapt van Duits contractrecht. En bovendien een pedagoog die door de zandbanken van de jeugdbescherming kan navigeren.

Minister Van Engelshoven is niettemin enthousiast over Wissels Om en maakt er werk van. Het rapport passeerde vlak voor het zomerreces de Tweede Kamer. Heel curieus. Van Rijn geeft in zijn rapport immers toe dat inzicht in de kosten van het universitaire onderwijs en onderzoek ontbreekt. Hoeveel geld heb je überhaupt nodig om een goede ingenieur, geriater, jurist of pedagoog op te leiden? Niemand die het kan vertellen. Maar zo lang je dat niet weet, getuigt het van riskante zelfoverschatting om stoer aan de knoppen van de ’s Rijks kas voor universiteiten te gaan draaien.

Lees ook: Universiteiten vinden andere dingen belangrijk dan het kabinet

Enig lichtpuntje is dat een onafhankelijk bureau zich gaat buigen over die kosten en dat de Kamer daarbij meekijkt. Dat is dringend nodig, want er gebeuren daar gekke dingen. Neem dit: sinds jaar en dag krijgen de jonge universiteiten (Rotterdam, Tilburg, Maastricht) een lager vast bedrag per student voor onderzoek en onderwijs dan de oude universiteiten. Het gaat om grote verschillen. De herkomst ervan is in nevelen gehuld. Het gaat om een historisch scheefgegroeide begroting waarin de oude universiteiten extra geld casseren voor….? Ja, waarvoor eigenlijk? Een hortus hier, een sterrenwacht daar, zoiets moet het zijn. Hoe dan ook, Van Rijn maakt in zijn rapport kort melding van deze absurditeit, maar er iets aan doen wil hij niet. Minister Van Engelshoven evenmin. Dat is kortzichtig, omdat juist de jonge universiteiten allerlei initiatieven ontplooien op het grensvlak van de gamma- en bètatechnische disciplines. Daar kunnen ze een dikke streep door zetten wanneer zo dadelijk het grote geld naar de technische universiteiten vloeit.

Het mooie aan Nederlandse universiteiten is dat ze allemaal zo’n beetje even goed zijn. En met goed bedoel ik: behoorlijk goed als je ze vergelijkt met tal van buitenlandse universiteiten. Met Wissels Om in de hand gaat Minister van Engelshoven daar nu een einde aan maken. Ze stevent af op een universitaire bestel met twee rangen: superuniversiteiten voor de ingenieurs en tweederangsuniversiteiten voor alle anderen, waarbij de jonge universiteiten als armlastige hekkensluiters zullen fungeren. Dat is geen ideale uitgangspositie om de formidabele problemen van onze tijd – klimaatcrisis, lerarentekort, Europese desintegratie, criminaliteit, vergrijzing – met academische expertise te lijf te gaan.

Dit is de essentiële vraag: waartoe zijn universiteiten op aarde? In Wissels Om mag een zogenoemde stakeholder, dat is beleidsmatig Bargoens voor lobbyist, zijn beklag doen: „Voor Nederland is het groeiend gebrek aan technologisch talent een groot knelpunt. De economie floreert, maar door het tekort aan technisch en IT-personeel lopen we orders mis en kunnen we te weinig doen aan innovatie.” De verdienste van het citaat is dat het zo onversneden een benepen visie op de rol van universiteiten in onze samenleving blootlegt. De universiteit als uitzendbureau voor de vaderlandse maakindustrie.

Harald Merckelbach is hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht.