Recensie

Recensie

‘De Dam, dat is patatje oorlog. Het Amstelveld is witte wijn’

Filmrecensie Dat zo’n mooie plek in het centrum nog zó ongerept kan zijn, roepen bewoners eensgezind in een film over het Amstelveld.

Links spelende kinderen op het Amstelveld; rechts Youp van ’t Hek die jarenlang recht tegenover het plein woonde: „Het Amstelveld was de ideale voetbalplek voor mijn zoon.”
Links spelende kinderen op het Amstelveld; rechts Youp van ’t Hek die jarenlang recht tegenover het plein woonde: „Het Amstelveld was de ideale voetbalplek voor mijn zoon.” Stills uit film ‘I amstelveld?’

Een oase van rust en stilte in de drukke Amsterdamse binnenstad, een „oeroud stukje Amsterdam dat ongerept is”. Dit zijn slechts enkele van de lyrische bewoordingen waarmee omwonenden van het Amstelveld zich over dit inderdaad wondermooie plein uitlaten.

De documentaire I amstelveld? is een poëtisch gefilmde lofzang op dit plein dat in de tweede helft van de zeventiende eeuw ontstond, met als karakteristieke kenmerken het witte, houten kerkgebouw en de huidige pracht aan vleugelnootbomen. Regisseur Willem van Leunen en producent Ger Kater noemen de documentaire „een filmmonument”. Ze laten tal van bewoners aan het woord over waarom dit plein zo bijzonder is. De aanleiding voor het maken van I amstelveld? is het geheim hoe het toch kan dat het plein ontsnapt aan „de plaag van het toerisme”. Er gaat iets magisch van het Amstelveld uit, waardoor een uitstraling van saamhorigheid ontstaat. Stemmige muziek van Maarten van Strien begeleidt de beelden.

Ooit was het een parkeerterrein

Welbewust kiezen de makers ervoor elke historische verwijzing weg te laten. Iedereen die aan het woord komt, van kunstschilder Hans Picard en cabaretier Youp van ’t Hek tot projectleider Paul Morel van Stadsherstel, spreken in het hier en nu. Alleen Van ’t Hek maakt een verwijzing naar vroeger: tussen 1989 en 2011 woonde hij met zijn gezin aan de Prinsengracht, pal tegenover het Amstelveld. Hij herinnert eraan dat het plein „ooit een groot parkeerterrein” was. Dat klopt: een foto uit 1971 laat dat zien; niets dan Volkswagen, Opel, Renault. Die foto zien we helaas niet in de documentaire. Ook de historie van plein en Amstelkerk, zelfs het opvallende standbeeld van marktkoopman Kokadorus, blijven onbelicht. Daartegenover zien we voetballende kinderen, honden die worden uitgelaten, de bloemen- en plantenmarkt op maandag, ouderen die jeu de boules spelen en talrijke terrasbezoekers van Café Marcella.

Youp van ’t Hek die jarenlang recht tegenover het plein woonde: „Het Amstelveld was de ideale voetbalplek voor mijn zoon.”

Still uit film ‘I amstelveld?’

„Het is mijn plein”, zegt buurtbewoner Peter de Jonker die sinds 1980 aan de Kerkstraat woont en uitkijkt op het Amstelveld. „Tegelijkertijd weet je dat je het deelt met heel veel anderen.” Als iets het geheim van dit plein vertegenwoordigt, dan is dat de sfeer waardoor spelende kinderen, een zandbak én een bloemenmarkt, op het terras drinkende bewoners én concerten prachtig samengaan. Youp ’t Hek was in de kerk en op het plein getuige van „concerten, rare concertjes en roerende begrafenissen”. Van ’t Hek: „Ik raak er nog steeds door geraakt dat zoiets midden in de stad mogelijk is.”

Kunstschilder Picard roemt „de gedempte kleuren van oker, grijs en bruin” van het plein tegenover de „schreeuwende kleuren rood, geel, knalblauw van Leidse- en Rembrandtplein”. Veruit de mooiste opmerking is die van een bewoonster die de vergelijking trekt met de Dam: „Dat is een snackbar waar je patatje oorlog krijgt; het Amstelveld is witte wijn met olijven en tapenade.”

Dreigend bij toeristenhorden

De documentaire valt feitelijk uiteen in twee delen. Het eerste beeldt met rijke kleuren in een caleidoscopische filmstijl vol gefilterd licht het dorpse karakter uit, vol pais en vree. Alleen dat is al opmerkelijk en je vraagt je af: is dat niet heel on-Amsterdams, zoveel gelijkgestemdheid? Zelfs de reusachtige, half vervallen boot van Martin Steenvoorden die als een drijvende Villa Kakelbont juist aan het plein ligt, zorgt onder bewoners voor geen enkele wanklank. Sterker: het is, hoe paradoxaal ook, een toeristische bezienswaardigheid.

Alle Amstelvelders vrezen dat massatoerisme het beschutte plein ontdekt

Het tweede deel is dreigend gehuld in zwart, wit en grijs en brengt de toeristenhorden elders in de stad in beeld. Want dat is overduidelijk: alle Amstelvelders vrezen dat massatoerisme hun beschutte plein ontdekt. Het verzet tegen toerisme en verstoring van de stilte is het overheersende geluid. Een bewoner is zelfs bereid met een honkbalknuppel bij de deur te gaan staan en een ander wil dat er 500 euro boete uitgedeeld wordt voor wie afval op de grond gooit: „Net als in Singapore.”

Spannend werd het in 2006 toen een deel van de prachtige vleugelnootbomen dreigde te worden gekapt – volgens de gemeente omdat ze ziek zouden zijn. Verontruste bewoners gingen in hoger beroep. Eddy van Vollenhoven: „We hadden evident gelijk. De bomen zijn kerngezond. Gelukkig staan ze er nog.” Lof alom dus voor dit dorpse plein in deze documentaire, die echter te weinig andere verhalen vertelt – en dat is toch een gemis.

I amstelveld? van Willem van Leunen en Ger Kater. Première: 15/9 De Duif, aanvang 20.30 uur. Inl.: iamstelveld.nl

●●●●●