Opinie

Dankbaar voor de kansen die Nederland me bood

Kiza Magendane

Eerder deze week heb ik een masterdiploma politicologie in ontvangst genomen. In sommige kringen stelt het behalen van een universitair diploma niet veel voor, maar wie weet welk pad ik heb bewandeld om een ‘meester’ genoemd te mogen worden, snapt waarom ik naast trots, vooral dankbaarheid voel voor de kansen die Nederland mij geboden heeft.

Twaalf jaar geleden kwam ik als een vijftienjarige vluchteling naar Nederland. Ik heb allerlei vernederingen doorstaan – mensen die mij bij voorbaat laag inschatten omdat ik de Nederlandse taal niet voldoende machtig was bijvoorbeeld. Gelukkig waren er Nederlanders die voorbij het stempel ‘vluchteling’ keken en mijn talenten zagen. Zij gaven mij vele kansen, en vertrouwden erop dat ik mijn draai in Nederland zou vinden.

Begin vorige maand viel ik van een elektrische step waarmee ik door het centrum van Antwerpen crosste. Ik viel hard op mijn linkerarm en bewoog me naar de dokter. Ik kreeg te horen dat mijn hand wellicht gebroken was en barstte in tranen uit. Mijn lichaam trilde en mijn huilende stem deed denken aan een kind dat zijn beste vriendje nooit meer zou zien. Ik huilde bij het besef dat ik niet in staat zou zijn om mijn masterscriptie op tijd af te krijgen, bij het besef dat ik niet aan mijn nieuwe baan zou kunnen beginnen, en omdat ik bang was dat ik niet in staat zou zijn om de tijdelijke column te typen die ik op deze plek had.

We zijn een maand verder – mijn hand was niet gebroken, maar gekneusd. Ik heb mijn scriptie, net als mijn master, inmiddels met een onderscheiding afgerond. Sinds een maand werk ik bij een kennismakelaarsorganisatie op het gebied van internationale samenwerking. Dat niet alleen; ook mocht ik op deze plek liefst drie columns schrijven – een droom die werkelijkheid werd.

Toen ik als minderjarige nieuwkomer in Nederland vertelde dat ik schrijver wilde worden, werd ik uitgelachen. Wie dacht ik dat ik was, stelden cynici. Nederlands was niet mijn moedertaal, ik moest het maar vergeten. Toen ik zo’n vier jaar geleden op landelijke platforms begon te publiceren, kreeg ik van andere critici te horen dat ik niet naast mijn schoenen moest gaan lopen. Ik moest niet denken dat ik ‘wit geworden was’, en moest te allen tijde beseffen dat ik een buitenlander was, en dat ik een buitenlander zou blijven.

Maar ik ben de overvloedige negativiteit over Nederland een beetje zat. Wie het gejammer op Twitter volgt, en zure columnisten leest en inspiratieloze politici aanhoort, krijgt het idee dat Nederland als samenleving ten dode is opgeschreven. Wie appels zaait, zal geen peren oogsten. Als je de hele tijd benadrukt hoe verschrikkelijk Nederland is, zal dit jouw gedrag mede beïnvloeden. In zijn deze week verschenen boek De meeste mensen deugen schrijft Rutger Bregman over het nocebo-effect, het tegenovergestelde van het placebo-effect: „Als het nocebo-effect iets leert, dan is het dat ideeën nooit zomaar ideeën zijn. Wat we geloven, is wat we worden. Wat we zoeken, is wat we vinden. Wat we voorspellen, is wat gebeurt”, aldus de Nederlandse historicus.

Dat het mij is gelukt om na twaalf jaar in Nederland een master genoemd te worden, een fatsoenlijke baan te hebben en op deze plek te schrijven, komt doordat ik in kansen geloofde en die kansen meerdere malen heb gekregen. Het zit tussen je oren, aldus Bregman in zijn boek. In tijden waarin dankbaarheid als een echte deugd wordt beschouwd, ben ik naast trots, ongelooflijk dankbaar voor de kansen die Nederland mij heeft geboden.

Kiza Magendane, politicoloog, werkt bij The Broker, een denktank voor duurzame ontwikkeling. Hij vervangt deze week Luuk van Middelaar.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.