Robert Oey

Frank Ruiter

‘Ik dacht nog even: moet ik die revolver beter verstoppen?’

Robert Oey Vader Robert Oey, de man van Femke Halsema, doet zijn verhaal over het wapen waarmee zijn minderjarige zoon werd aangehouden. Het was afkomstig van hem. „Ik overtreed iedere dag de wet.”

Shit happens. Dat is de opdruk van het linnen tasje dat Robert Oey op tafel legt bij binnenkomst in een Amsterdams café. „De naam van een filmproject dat inmiddels een andere titel heeft”, grinnikt hij. Met enige zelfspot: „Maar het is in de huidige situatie wel toepasselijk, ja.”

Oey is documentairemaker, filmproducent – en partner van Femke Halsema, de burgemeester van Amsterdam. Een rol waar hij zich niet altijd gemakkelijk in voelt. „Ik ben níét het verlengstuk van de burgemeester. Ik heb een eigen leven.”

Al sinds Halsema’s tijd als Tweede Kamerlid en partijleider van GroenLinks is Oey gewend aan „een enorme en constante haat”. De hoop dat ze daar met het burgemeesterschap van zouden zijn verlost, bleek ijdel. De eerste tekenen, zegt Oey, waren al niet best: volle blikjes bier naar het hoofd van zijn vrouw bij de Ajax-huldiging en nu al meer demonstraties voor de deur van de ambtswoning dan tijdens het hele burgemeesterschap van Eberhard van der Laan. „Maar dat De Telegraaf een vijftienjarige onder de bus zou gooien, had ik nóóit verwacht.”

Enkele weken geleden pakte het ochtendblad groot uit met een bericht over de minderjarige zoon van Oey en Halsema. De jongen werd op 15 juli gearresteerd toen hij met vriendjes rotzooi trapte op een leegstaande woonboot in Amsterdam-Oost. De zoon bleek een verboden wapen bij zich te hebben, dat hij in paniek weggooide toen de politie op de overlast afkwam. Hij werd ingerekend en verhoord, zijn zaak is in behandeling.

De berichtgeving is volgens Oey het gevolg van „puur seksisme” en „zuivere haat” – alleen omdat er een vrouw in de ambtswoning zit. „En dan kom je in de situatie dat je je zoon moet uitleggen dat hij op de voorpagina van die krant staat omdat ze zijn moeder willen pakken.”

Het artikel over een minderjarig kind leidde tot discussie op de redactie van NRC maar ook tot een journalistiek relevante vraag: hoe kwam de zoon van de burgemeester aan het verboden wapen? Waar lag het voordat hij ermee werd gearresteerd? In een brief aan de Amsterdammers schreef Halsema dat het om een „(verboden) nepwapen” ging. Maar wat voor wapen dan?

De feiten, bevestigd door meerdere bronnen, bleken saillant: het wapen is afkomstig van zijn vader en lag op de ambtswoning op de Herengracht. De politie en het Openbaar Ministerie zijn hiervan op de hoogte. Volgende week wordt Oey gehoord vanwege verboden wapenbezit. Het gaat om een echte revolver die onklaar is gemaakt. Halsema was al snel na de arrestatie op de hoogte van al deze feiten.

De vraag is: waarom liet ze in haar open brief naar aanleiding van de berichtgeving over haar zoon, de betrokkenheid van haar man en de ambtswoning achterwege? Als NRC contact zoekt, verwijst de burgemeester, bij monde van haar woordvoerder naar Oey: „De burgemeester en haar partner zijn niet één en dezelfde persoon.”

En zo belanden we in een bruin café in het centrum van Amsterdam. De filmmaker, gekleed in een beige trui, is rustig, bijna onderkoeld. Hij bevestigt alle feiten – en neemt uitgebreid de tijd om vragen te beantwoorden.

Lees ook: Zoon Halsema opgepakt met nepwapen, burgemeester reageert in brief

Het wapen in kwestie, vertelt Oey, is een echte, onklaar gemaakte revolver, aangeschaft in Duitsland. „Ik ken het wapen al twintig jaar. We hebben het in 1999 gefotografeerd voor het logo van onze toenmalige productiemaatschappij.” Sindsdien is de revolver eigendom van een goede vriend, die ook in de stad woont. Daar heeft Oey het wapen een paar weken voor de aanhouding van zijn zoon opgepikt voor een filmshoot.

Oey werkt als producent aan de documentaireserie Cannabis, over de geschiedenis van wiet sinds de jaren zeventig. „Het ding lag gewoon in de auto, op weg naar de set. Na die shoot ben ik met de revolver naar de ambtswoning gereden. Ik heb het ding in een juten zak gedaan en in een kastje in de woonkamer gelegd. In een la waar ik ook wel eens de telefoons van de kinderen verstop wanneer ze straf hebben.”

Een paar dagen later moet Oey naar Bangkok, voor opnames. „Ik dacht nog even: moet ik die revolver beter verstoppen? Heb ik niet gedaan.” Hij is even stil. „Dat moment is nog heel vaak door m’n hoofd gegaan.”

Oey is nog geen twee dagen in Bangkok als om drie uur ‘s nachts zijn telefoon gaat: zijn vrouw. „Femke zei: onze zoon is gearresteerd, met een verboden wapen. Ik ga hem nu ophalen uit de cel. Ik wist meteen: dat is mijn wapen, mijn zoon heeft hem uit die la gehaald.”

Heeft u dat ook tegen uw vrouw gezegd?

„Nee, niet meteen. Femke wist niet dat er een verboden wapen op de ambtswoning lag. En het grappige is, in alle commotie heeft ook niemand gevraagd: waar komt dat wapen vandaan?”

Oey neemt een slok van zijn bronwater. „Femke zei: ‘Ik wil dat je terugkomt.’ Dat heb ik niet gedaan. Ik ben nog twaalf dagen in Bangkok gebleven. Ik heb het weggestopt en heb me volledig op m’n werk gestort daar. Ik heb gedacht: ik zie wel wat ik straks aantref thuis. Misschien is dat secundair maar zo reageer ik.”

Wanneer heeft u uw vrouw wél verteld dat het uw wapen was?

„Later op die avond van de arrestatie, toen Femke onze zoon had opgehaald bij de politie. Ik belde haar toen ze met hem in de auto zat.” Volgens Oey wist Halsema om welk wapen het ging – dat van het logo van zijn oude productiemaatschappij.

De arrestatie van zijn zoon, vertelt Oey, heeft grote impact gehad op het gezin. Advocaat Peter Plasman werd ingeschakeld en hun zoon is drie uur verhoord. Halsema meldde de arrestatie bij de gemeentesecretaris en het bureau integriteit. Het OM besloot uit eigen beweging de zaak over te dragen aan het parket in Haarlem, om iedere schijn van vooringenomenheid te vermijden.

Oey laat even een stilte vallen. „Femke heeft onze zoon zelfs niet naar het verhoor gereden. Dat heeft een goede vriend van mij gedaan. Om maar niet de indruk te wekken van: kijk, de burgemeester zit ernaast.” Bij het verhoor zelf waren alleen de jongen en Plasman aanwezig. Oey: „Als ik in Nederland was geweest, was ik erbij gaan zitten. Maar ik kwam pas twaalf dagen later thuis.” Van de inhoud van het verhoor weet hij niets. Hij heeft het er nog niet met zijn zoon en vrouw over gehad.

De gebeurtenis hield het gezin wekenlang bezig, vertelt Oey. „Maar we stopten de gebeurtenissen ook weg. We dachten ergens: dit gaat nooit breed uitgemeten worden in de pers. Het is dommigheid van een puber. En net als bij iedere andere puber blijft dit buiten de media.”

Tot half augustus. Het gezin is nét op vakantie op een eiland voor de kust in Kenia („Er komen daar nagenoeg geen Nederlanders”) als Halsema een telefoontje krijgt van haar woordvoerder. „Hij zei: ‘De Telegraaf weet van de arrestatie. Ze gaan morgen breed uitpakken’. Toen we dat aan onze zoon vertelden, zag ik het bloed wegtrekken uit zijn gezicht. Hij zat vol vragen. ‘Heb ik nu een strafblad?’” Hij haalt het moment terug: „We zaten op een idyllische plek maar er werd alleen maar gehuild.”

Nog diezelfde nacht tikt Halsema een brief aan alle Amsterdammers. „Buiten op het terras, op haar smartphone,” vertelt Oey, „want we hadden bewust geen laptops bij ons. Ze heeft de hele nacht zitten typen. Ik ben gewoon gaan slapen en las de brief pas de volgende ochtend.”

In haar brief geeft Halsema openheid van zaken en uit zij haar woede over de wijze waarop De Telegraaf haar minderjarige zoon aanpakt, louter en alleen omdat zijn moeder burgemeester van Amsterdam is. „Voordat er een rechterlijk oordeel is geveld, heeft De Telegraaf hem op de voorpagina veroordeeld voor een delict dat hij niet heeft gepleegd.”

In die brief stond één ding niet.

Lees ook het opiniestuk: De Telegraaf maakt het persoonlijke steeds politieker

„Wat?”

Dat het wapen van u afkomstig is en op de ambtswoning lag.

„Ja.”

Waarom niet?

„Omdat er door de buitenwacht geen vragen werden gesteld over de herkomst van het wapen, was het bij ons thuis ook geen discussie. Het tekent een beetje hoe wij in elkaar steken.”

Is het niet naïef om te veronderstellen dat er vroeg of laat geen vragen zouden komen over de herkomst van het wapen?

„Luister, ik heb voorgesteld dat er een persconferentie zou komen met Femke en onze zoon. Die jongen in een mooi pak. Ik ben heel Amerikaans in dat soort dingen. Maar ie-de-reen zegt: niet de publiciteit zoeken. Ik ken mijn rol in dit soort gevallen. Als er zoiets gebeurt, wordt het direct een zaak tussen de burgemeester, haar woordvoerder en de advocaat. Dan ben ik geen factor van belang meer – en dat snap ik ook.”

Heeft ook niemand in jullie professionele omgeving gevraagd: waar komt dat wapen vandaan?

Oey is even stil. Dan zachtjes: „Nee.”

Is dat niet verbazingwekkend?

„Ik snap wat jullie bedoelen, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik begrijp dat het voor jullie een belangrijk moment is in dit hele proces. Voor mij is het… Ik ben hier heel eerlijk in: deze kwestie is nog niet uitgesproken tussen Femke en mij. Maar ze is natuurlijk heel boos.”

Op u.

„Ja, alleen is dat nog nooit uitgesproken, tot op de dag van vandaag. We kunnen prima ruzie maken, dat is het niet. Maar ze heeft het nog niet tegen me gezegd, al wil ze dat natuurlijk heel graag.”

Ze is nog niet tegen u uitgevallen?

„Nee!, ze heeft nog niet geroepen: ‘Paardenlul, hoe kún je nou…?’” Scherp: „Ze kan dat zeggen, maar dan zeg ik tegen haar: ‘Dit is gewoon mijn werk. Flikker op met je ambtswoning!’ Dat is de ruzie die we nu beiden uit de weg gaan.”

Het gebeurt vaker tijdens het gesprek. Even verliest Oey zijn kalmte en breekt de ergernis over zijn verloren vrijheid door. „Luister, laatst hadden we al ruzie toen ik onze auto neerzette op een parkeerplek voor laden en lossen. ‘Kijk nou!’ gilde Femke, terwijl ze op het bord wees. ‘Nou én!’, zei ik.” Oey lacht. „Dat is de situatie. Ik wíl dat kunnen doen en daar hebben we dan ruzie over. En dus hebben we tot op heden nog niet over dat wapen gesproken.” Hij glimlacht. „We hebben hier nu een intiemer gesprek dan ik met mijn vrouw heb gehad.”

„Ik hoop dat je op basis van dit gesprek snapt dat Femke écht niet van dat wapen heeft geweten. Ze was gaan gíllen. ‘Dit is reden voor ontslag!,’ zou ze hebben gezegd.”

Kunt u uitsluiten dat er op dit moment nog meer illegale wapens bij jullie in huis liggen?

„Ik ben door jullie vragen ook aan het denken gezet. Er staan op de zolder van de ambtswoning nog een heleboel onuitgepakte dozen. Ik moet even goed nadenken wat daar allemaal inzit. Want ik heb dozen waar allemaal gereedschap in zit, tot en met een Japans mes. Ik heb geen idee wat de wettelijk toegestane lengte van een lemmet mag zijn. Al dat soort dingen zit nog in koffers. En weet ik veel wat allemaal nog meer. Femke zal zeggen: beetje onhandig, Robert, om dat allemaal te vertellen. Maar dit is zoals het is.”

Dit raakt, zegt Oey, aan de essentie van wie hij is en hoe hij zijn leven wil leiden. „Het is mijn wérk. Als je de zoekgeschiedenis op mijn laptop nagaat, loopt die van pedofilie via terreur tot drugs – alles! Dat daar een onklaar gemaakt wapen bijhoort, is voor mij volstrekt evident. Een cameralens of een wapen, dat is voor mij precies hetzelfde.” Lachend: „Ja, een kalasjnikov meenemen naar de ambtswoning, daar zou ik wel wat beter over nadenken.”

Lees ook: Halsema scheidt ambt van moederschap

Feit blijft dat uw zoon toegang heeft gehad tot een echt wapen dat onklaar is gemaakt.

„Ja, maar in de volle overtuiging dat hij het wapen op geen enkele manier verkeerd zou gebruiken. Dat is wat iedere ouder denkt. En dat is ongelooflijk naïef. Maar die naïviteit houdt je als ouder wel overeind. Doe mij een vader die bereid is in zijn denken toe te laten dat zijn zoon wél in staat is tot zoiets idioots als een wapen meenemen naar een woonboot!”

Hebben jullie als gezin ooit een gesprek gehad met elkaar over de vraag: wat verandert er allemaal nu Femke burgemeester wordt? Welke gevoeligheden komen daar bij kijken?

„Nee. Wij zijn hele impulsieve, emotionele mensen. De consequenties van dat soort dingen denken we niet echt door. We gaan niet, zoals andere ouders, met z’n allen zitten en zeggen: wat betekent zo’n openbaar ambt nou voor ons als gezin?”

Niemand heeft gezegd: pas op Femke, pas op Robert?

„Nee, nee. Er zijn echt heel weinig mensen in onze omgeving die dan durven te zeggen: ‘Pas op!’ Bovendien: ze kennen ons een beetje. Ze weten: die twee nemen die beslissing op een achternamiddag en dan is ze opeens burgemeester.”

Aan het einde van het gesprek wil Oey nog iets kwijt. Hij voelt „een discrepantie” tussen hem en de journalisten. „Jullie houden je bezig met iets dat voor mij heel privé voelt. Ik vind het nog steeds een lulverhaal. Dat is mijn naïviteit. Maar die eis ik wel op.”

U wilt naïef kunnen blijven, ook al is uw vrouw burgemeester?

„Ja. En dat is ook een reactie op de onvoorstelbare keurigheid van Femke, waar ik af en toe echt helemaal gek van word. Ik ben al strafbaar als ik straks op de Herengracht een stukje tegen het verkeer in fiets. Maar ik doe het gewoon. Ik overtreed iedere dag de wet.”