Opinie

Bliksems in het Weesperplantsoen

Al ruim een maand is het Weesperplantsoen nu kaal en leeg. Alleen de stronken in de twaalf halve bakstenen cilinders lags het fietspad resteren er van de 24 bomen die er stonden. De bomen in de grasperken aan weerszijden van het kleine monument uit 1950 voor „de beschermers der Nederlandse joden in de bezettingsjaren” zijn met wortels en al verwijderd. Alleen de houtsnippers in het gras verraden waar ze stonden.

Van het Holocaust Namenmonument dat in het Weesperplantsoen komt, is nog geen spoor te bekennen. Ruim twee maanden na dat de rechter na een lange juridische strijd bepaalde dat de bezwaren van omwonenden tegen de bouw van het monument niet opwegen tegen het belang ervan, is er nog niet begonnen met de aanleg van de fundamenten van de schuin oplopende muren. Die worden grotendeels van bakstenen die elk de naam, geboortedatum en leeftijd bij overlijden dragen van een van de 102.000 Nederlandse joden en 220 Sinti en Roma die in de Holocaust werden vermoord.

Het voornaamste bezwaar van de omwonenden van het Weesperplantsoen is dat het Namenmonument veel te groot is voor de plek. Wie het lege Weesperplantsoen nu bezoekt, kan ze moeilijk ongelijk geven. Tweehonderdvijftig meter muur met een gemiddelde hoogte van 4 meter 38 betekent dat het hier barstensvol baksteen en staal komt te staan. Met het voorbijrazende verkeer op enkele meters afstand – de Weesperstraat is een van de drukste straten van Amsterdam – wordt gedenken en bezinnen bij het monument straks heel moeilijk. Het Namenmonument heeft ruimte en stilte nodig en beide ontbreken in het Weesperplantsoen, dat de omvang van een perk heeft.

Met het Namenmonument staat het Weesperplantsoen straks barstensvol muren

Bovendien is het monument alleen door zijn omvang indrukwekkend. De opdrachtgever van het Holocaustmonument, het Nederlands Auschwitz Comité, nam voor het ontwerp Daniel Libeskind in de arm, en deze Amerikaanse starchitect heeft zich ontwikkeld van een deconstructivistische ontwerper van schots en scheve gebouwen tot een leverancier van avant-gardekitsch, een combinatie van abstracte decon-vormen en banale symboliek. Zo heeft zijn bekendste gebouw, het Joods Museum in Berlijn, de vorm van een driedimensionale bliksemschicht die niet zomaar zigzagt maar een uitgeklapte Davidsster moet voorstellen. Probleem hierbij is wel dat dit alleen ervaarbaar is vanuit een luchtballon – en zelfs dan is het moeilijk te zien.

Ook de muren van het Namenmonument worden schichten. Dit keer hebben de vier bliksems de vorm aangenomen van de Hebreeuwse letters die ‘in memoriam’ betekenen. Maar net als bij het Joods Museum is dit alleen leesbaar vanuit de lucht – en dan moet je wel Hebreeuws kennen.

Ook de beruchte vergelijking van de procederende omwonenden met Holocaustontkenners die Libeskind aan het einde van de lange strijd om het Weesperplantsoen maakte, heeft trouwens een voorganger. Toen Libeskinds inzending voor de prijsvraag voor een ontwerp voor de bebouwing rondom de Alexanderplatz in Berlijn in 1995 niet werd bekroond, bracht hij zijn verlies ook al in verband met de Holocaustontkenning. „Er doet zich nu een vergelijkbaar verschijnsel voor in de architectuur”, zei Libeskind toen over het winnende ontwerp van Hans Kollhoff. „Er is een tendens om de nazi-architectuur, van 1933 tot 1945, te herwaarderen. Men kijkt terug op die tijd en zegt dat er eigenlijk niks mis was met die periode.”

Redacteur Bernard Hulsman vervangt op deze plek tot half oktober Auke Kok, die de laatste hand legt aan zijn boek over Johan Cruijff.
Lees ook: Bouw Holocaustmonument in Amsterdam mag beginnen

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.