‘Als je iets mankeert, kun je ophoepelen’

Flexwerk Sinds de crisis is het aantal zzp'ers in de bouw gestegen. Onvoorspelbaarheid hoort nu bij het leven van veel bouwvakkers. Eén tegenslag en financiële problemen dreigen.

Bouwplaats in de Tilburgse wijk Broekhoven.
Bouwplaats in de Tilburgse wijk Broekhoven. Foto Merlin Daleman

Wat hij jammer vindt, zegt Jacky Bellemakers (60), is dat hij als zzp'er zijn collega’s niet meer kent. Het is half één, schafttijd, en Bellemakers schudt poedersoep in een beker met kokend water. In het kleine keukentje van de bouwkeet zitten nog drie andere bouwvakkers, ze kennen elkaar niet zo lang. Met elk project werk je weer met anderen, zegt hij. Voor de crisis maakte je met een kleine groep iets moois, je was trots op wat je afleverde. Nu is alles gejaagder. „Haastig gedoe, weinig tijd. Je werk doen en patsboem weer wegwezen.” Hij slaat erbij met zijn handen op tafel. „Zo is dat tegenwoordig een beetje.”

Op de bouwplaats zo’n driehonderd meter verderop zeggen de bouwvakkers hetzelfde. Een imposant ogende zzp'er houdt een broodje boterhamworst in z’n ene hand en dirigeert met de andere een meterslange oplegger met heipalen de bouwplaats op. „We hebben geen pauze”, zegt hij. Inderdaad blijft de keet tijdens lunchtijd nagenoeg leeg. De man die ernaast op een koelbox een broodje zit te verschalken, blijkt in loondienst te zijn.

In de bouw werken sinds de crisis veel meer flexwerkers, zegt Joke de Kock, hoofd van de schuldhulpverlening in Tilburg. Op het gemeentehuis vertelt ze hoe het profiel van de mensen die bij hen aankloppen, heeft zien veranderen sinds ze begon in 2001. Eerst vooral mensen aan de onderkant van de samenleving, tijdens de crisis ook werkenden. En de laatste tijd ook veel zzp’ers, vaak uit de horeca en de bouw. „In de crisistijd hadden bouwbedrijven het moeilijk. Die dachten: misschien heb ik over drie maanden geen opdrachten meer, ik ontsla jou en neem je terug als zzp'   er.’’

Terug naar de bouwkeet op het Pater van den Elsenplein, een paar kilometer van het gemeentehuis. Op de borst van Jacky Bellemakers staat de naam van zijn eenmanszaak geborduurd: BTW Bellemakers Timmer Werkzaamheden. Hij begon zijn loopbaan in loondienst, maar sinds zijn baas ermee ophield, is hij zelfstandige. „Zolang je kunt werken, is het goed. Als je iets mankeert, kun je ophoepelen.” Ook moeilijk: al jaren is er geen baas die zegt dat hij iets moois heeft gemaakt. Maar ja: „Moet ik nu ook nog gaan huilen?” Hij zegt het hard. De anderen lachen.

Ze bouwen een appartementencomplex in Broekhoven, een wijk die niet zo lang geleden bekendstond als een van de slechtste van de stad. Nu worden er huizen met zonnepanelen op het dak gebouwd en zijn de straten aangeveegd. In het hoekhuis waar tot drie jaar geleden No Surrender-kopstuk Corin Denis woonde, zitten nu vrijwilligers. Ze doen klusjes voor mensen in de buurt die dat zelf niet kunnen.

Bedrijven nemen geen risico meer

Metselaar

Niet voor niets metselaar

Martijn Peters, met 22 jaar de jongste in de bouwkeet, werkt via een uitzendbureau. De timmerman heeft wel de naam van een bouwbedrijf op zijn t-shirt staan. Maar het bouwbedrijf heeft een eigen uitzendbureau opgezet, zegt hij. „Als het dadelijk slecht gaat, laten ze het uitzendbureau klappen. Zijn ze in één keer van al hun personeel af.” Een metselaar met een blauw T-shirt, die ook niet met zijn naam in de krant wil, heeft een nulurencontract. „Bedrijven nemen geen risico meer.’’

De oudste twee beginnen door elkaar te praten. „Een jonge goeie kracht’’ ging weg omdat hij niet kon samenwonen met zijn nulurencontract. „Als je een huis wil kopen moet je 20.000 euro meenemen.’’ De onvoorspelbaarheid van het werk veranderde hun leven. De man met het blauwe T-shirt zat zichzelf in de crisis „maandenlang thuis op te vreten’’. Bij het UWV zei een „ventje achter zo’n bureau” dan tegen hem dat hij ook buizen kon graven of kabels gaan leggen. Dat wilde hij niet. Hij is niet voor niets metselaar geworden.

Joke de Kock zegt dat het toelagensysteem voor veel zzp'ers een bron van stress is. Om in aanmerking te komen voor huur- en zorgtoeslag moet een zelfstandige opgeven wat hij gaat verdienen – maar vaak is dat moeilijk in te schatten. Gaan de inkomsten na een paar maanden onverwacht omhoog, dan moet iemand de ontvangen toeslagen weer terugbetalen. Dat geld hebben mensen vaak niet. „De Belastingdienst kan tot vijf jaar geleden terugvorderen, dus soms gaat het om bedragen van 20.000, 30.000 euro.’’

Eén tegenslag en een beetje pech en een zzp'er kan in financiële problemen komen. Jacky Bellemakers heeft een schuld sinds hij een nieuwe schuur moest bouwen. De oude, waarin hij meubels maakte – zijn andere nijverheid – brandde deels af. Hij dacht dat hij goed verzekerd was, maar dat viel tegen: 20.000 van de 90.000 euro kreeg hij terug. Over de lening bij de bank betaalt hij 11 procent rente: 500 euro per drie maanden.

André Rozendaal (58) loopt de keet binnen om zich om te kleden. Hij verwisselt zijn kaki werkbroek voor een spijkerbroek en zet een Gaastra-pet op zijn hoofd. Zelf heeft hij geen problemen met het zzp-bestaan, maar hij ziet wel „jonge gasten’’ die snel geld denken te verdienen en binnen de kortste keren een grote werkbus aanschaffen. „Op papier is het geweldig. Je krijgt het geld misschien bruto bijgeschreven, maar zo werkt het niet.’’ Als de Belastingdienst na drie jaar op de stoep staat, blijken ze niets aan de kant te hebben gezet.

Lees ook: Groot loonverschil tussen flex en vast

Budget-workshops

Het is ook wat Joke de Kock zegt. „Kortetermijndenken, dat komen we vaak tegen. Mensen kunnen geen twee maanden overbruggen, want de reserve hebben ze in het busje gestopt.” Daarom geven ze bij de schuldhulpverlening budgetworkshops aan zzp’ers. „In de bouw zijn ze goed in timmeren en metselen, maar niet in administratie. In de workshop leren we mensen om geld te reserveren. En om te factureren, want sommigen hebben nog geen idee hoe ze een rekening uitschrijven. En wat moet je doen als je niet, of pas na twee maanden, betaald krijgt? Zzp'ers hebben geen hele incasso-afdeling achter zich.’’

Jacky Bellemakers en zijn keetgenoten zijn er gelaten over. Wat je hier ziet, zeggen ze, is de toekomst. „Over tien jaar is iedereen zzp'er.”