Zorgenkind werd uitvinder in de zorg

Necrologie In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Uitvinder Huibert Pollmann (1947-2019) zette zijn kunde in voor revaliderende patiënten, absurde films en vissen op Terschelling.

Pollmann, man van techniek – ook privé. Voor zijn filmclub zorgde hij voor de special effects. Foto uit 2017 na de eerste operatie.
Pollmann, man van techniek – ook privé. Voor zijn filmclub zorgde hij voor de special effects. Foto uit 2017 na de eerste operatie. Foto Allard Willemse

Met zijn karakteristieke zwarte en later witte baard, overhemd met zwarte pen in borstzak, broek met zakmes aan een touwtje en Birkenstock-sandalen was Huibert Pollmann het prototype van een uitvinder. Al noemde hij zichzelf liever product-ontwikkelaar – uitvinder vond hij een te romantisch woord.

Pollmann werd op 28 januari 1947 geboren in Amsterdam, als jongste van vijf. Waar zijn familie makkelijk leerde, was dat voor Huibert nogal een martelgang. „Hij ging met lezen heel traag”, zegt zijn broer Arnoud. „Nu zouden we dat misschien woordblindheid noemen. Hij was erdoor een stille jongen in een familie van praters en geleerden.”

Waar hij wel aanleg voor had, was met zijn handen werken. Met diezelfde broer bouwde hij een kristalradio in een jampot, met een zeer lange antenne op het dak van het ouderlijk huis. Hij leerde zichzelf geluid monteren, met de zware bandrecorder die de familie in huis had.

Revalidatie

Huibert doorliep uiteindelijk met succes de Uitgebreid Technische School en met hangen en wurgen ook de Hogere Technische School. Tijdens een stage bij de VU maakte hij kennis met biomechanica, en dat beviel. Hij vroeg zijn zwager een open sollicitatiebrief te schrijven. Op die manier kwam hij terecht bij het Revalidatie Instituut Muiderpoort (RIM).

Uiteindelijk werkte Huibert Pollmann zijn hele werkende leven, vanaf 1973 , als technicus en product-ontwikkelaar in de revalidatiesector. Zijn afdeling was in eerste instantie gericht op het testen van revalidatieapparatuur van andere partijen. Werkte die rolstoel naar behoren? Deed dat anti-doorligkussen wat het moest doen? Pollmann maakte daar meetapparatuur voor, zoals een ‘meetbil’.

Huibert Pollmann op zeilvakantie in 1976.

Foto: privécollectie

Waar hij begon als techneut, kwam hij via collega’s die industrieel ontwerpen hadden gestudeerd in aanraking met zelf ontwerpen. Ook bij zijn werkgever werd er niet langer alleen gemeten, er werden ook producten ontwikkeld, die daarna werden aangeboden aan de industrie.

Pollmann begon bij zijn ontwerpen niet aan de tekentafel. Hij maakte het liefst zo snel mogelijk een prototype van heel simpele materialen. De kennis die hij opdeed met de meetbil, inspireerde hem om zelf een kussen te ontwerpen tegen doorliggen. Hij kwam uiteindelijk tot een ontwerp met onconventioneel materiaal: lucht verpakt in kussentjes van gladde spinnakerstof. Dezelfde spinnakerstof vormde de basis voor een andere vinding: een systeem waarmee je met weinig kracht steunkousen kunt aantrekken. Vriend John Smal: „Huibert had de gave om de eigenschappen van materiaal te abstraheren, los te maken van het oorspronkelijke gebruik en de toepassing te vinden voor onvermoede mogelijkheden.”

Een zakelijk partner vinden voor die producten bleek niet gemakkelijk, en dat vond Pollmann frustrerend. Zijn eigen meetapparatuur wees uit dat zijn kussen goed was, maar menig revalidatiearts wilde met eigen ogen zien dat het werkte. Uiteindelijk vond hij voor beide producten toch een partner.

Erik Joosten, die met Pollmann de kousaantrekhulp verder ontwikkelde tot het product Easy-Slide: „Hij dacht aan de patiënten, was technisch, dacht na over de markt. Hij kon én met de professor praten, én met de man bij de werkbank. En hij vond beide leuk.”

De materiaalman

Ook buiten zijn werk was Huibert Pollmann bezig met techniek. Hij was degene die alle familiebijeenkomsten en vakanties met vrienden vastlegde op geluid en beeld. Met een vriendengroepje van vier maakte hij films onder de naam Cine Klifman, en Huibert was daarbij cameraman, geluidsman en hoofd technische dienst.

Voor filmclub Cine Klifman, opgericht begin jaren tachtig, was Pollmann cameraman, geluidstechnicus en materiaalman.

Foto: privécollectie

Als de vrienden special effects wilden, ging Pollmann aan de slag. Hij liet mensen op water lopen en water branden. Voor de camera stond hij zelden, al had hij kleine rolletjes als chauffeur, cameraman en visser.

De films waren absurdistisch van aard. „De scenario’s kwamen met zeer veel drank tot stand, waardoor er een collectieve creativiteit ontstond”, vertelt het enige nog levende lid van de filmclub, Folkert Haanstra. „Niemand had dit alleen kunnen verzinnen.”

Waar Pollmann in zijn werk een revolutionaire geest was, was in zijn dagelijkse leven traditie een belangrijke pijler. Vanaf 1984 legde hij alle zeiltochten met zijn vrouw Ida in een logboek vast. Terschelling was meer dan dertig jaar de uitvalsbasis voor een vakantie met vrienden. Er werden cranberry’s geplukt en er werd gevist met een – uiteraard zelfgemaakt – garnalennet; alle vangsten nauwkeurig genoteerd in een visdagboek.

In 2016 bleek Huibert kanker in zijn tong en kaak te hebben. Een negen uur durende operatie was succesvol. In 2018 bleek de kanker terug te zijn en niet meer te genezen. Afgelopen winter leek hij goed te reageren op palliatieve bestraling. In deze ‘tijd van toegift’, zoals zijn vrouw Ida het noemt, voelde Huibert zich energiek en fit. Als een laatste cadeautje aan zijn vrouw maakte hij nog een kast voor de volkstuin, gemaakt van oude deuren. Op 3 augustus overleed hij in zijn slaap, thuis in Amsterdam.