Opinie

Waar blijft, na handel, de valuta-oorlog?

Maarten Schinkel

China manipuleert zijn wisselkoers. Dat concludeerde de Amerikaanse regering op 6 augustus van dit jaar. De waarde van de Chinese munt, de renminbi, steeg voor het eerst sinds 2008 door de grens van 7 renminbi per dollar, en hoe meer Chinese munten er in een dollar gaan, hoe zwakker de wisselkoers.

Ironisch genoeg zat het eigenlijk precies andersom. China staat niet toe dat de renminbi te veel fluctueert tegenover een mandje van internationale valuta, waarvan overigens de samenstelling onbekend is. Die zesde augustus werd dat regime even losgelaten, en de renminbi zakte weg. De eerste keer in tijden dat China zijn wisselkoers juist niet manipuleerde, was precies de keer dat het door het Witte Huis als ‘manipulator’ werd bestempeld.

Niet dat het veel uitmaakt. Tot anderhalf jaar geleden zou dit tot forse sancties hebben geleid. Maar de maatregelen over en weer in de Amerikaans-Chinese handelsoorlog die sindsdien uitbrak, overstijgen die nu al ver.

Toch valt het op hoe rustig het nog steeds is op het front van de valutamarkt. In de jaren dertig leidde de crisis ertoe dat landen één voor één de Gouden Standaard loslieten, waarbij munten gekoppeld waren aan goud. Het laten varen van die koppeling kwam neer op een ‘concurrerende devaluatie’. Landen die er te laat mee waren, leden extra onder de inmiddels goedkope munten van de concurrentie. Zoals Nederland, dat onder Colijn pas in de nacht van 26 op 27 september 1936 de gulden loskoppelde van het goud.

Van letterlijke devaluaties is nu geen sprake, omdat er vrijwel geen wisselkoersregimes meer zijn. China heeft een zogenoemde ‘managed float’, waarbij de koers van de munt een beetje zweeft, maar grote fluctuaties worden beperkt.

Voor de rest zijn er bij de belangrijkste wereldmunten vrij zwevende wisselkoersen. En gebrek aan wisselkoersregimes betekent niet dat economisch of monetair beleid de munten niet kan beïnvloeden. Eerst de Chinezen: die kijken wel uit. Toen de renminbi in de zomer van 2015 plots daalde, ging dat ten koste van het vertrouwen in de stabiliteit van die munt. China’s strategie om van de renminbi een rivaal van de dollar te maken, werd er jaren door teruggeworpen. Beijing zal er alles aan doen om een herhaling van die vertrouwensschok te voorkomen.

In Europa was een verzwakkende euro ten aanzien van de dollar een van de belangrijkste neveneffecten van het ruimhartige monetaire beleid van de Europese Centrale Bank van de afgelopen jaren. Ook al is dat het doel niet geweest van het beleid, de zwakke euro heeft wel geholpen om via de invoerprijzen de inflatie omhoog te krijgen, en was goed voor de export. Woensdag, toen de markten rekening hielden met een nieuw monetair offensief in Frankfurt, zakte de koers van de euro naar onder 1,10 dollar per euro. Dat is afgezien van een zwakte vorige week, de laagste koers in ruim twee jaar.

De herhaalde oproep van de Amerikaanse president Trump aan de Amerikaanse centrale bank om de rente te verlagen, mag best in dit licht worden bezien. Een lage rente stimuleert niet alleen de economie, maar kan ook de hoge wisselkoers van de dollar helpen verzwakken.

Woensdag deed Trump er nog een schep bovenop: hij eist per tweet nu zelfs negatieve rentes in de Verenigde Staten, in navolging van de eurozone. Dat kan erop wijzen dat de relatieve rust op het valutafront binnenkort wel eens voorbij zou kunnen zijn. Na een handelsoorlog een valuta-oorlog? Munten kunnen moeilijk per decreet van waarde veranderen. Maar met psychologie kom je op de financiële markten ook een heel eind. Het zou opmerkelijk zijn als het Witte Huis die mogelijkheid nog lang laat liggen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.