Vogelthriller op Rottumerplaat

Dieren

Een scholeksterkuiken koos een bontbekplevier als moeder, die dat accepteerde, schrijft Maar het liep toch slecht af.

Op het onbewoonde Groningse waddeneilandje Rottumerplaat hield vogelwachter Harry Horn vorig jaar de broedvogels in de gaten. Op een dammetje dat als golfbreker de zee insteekt, broedden veertig paar Noordse sterns, vijf paar scholeksters en twee paar bontbekplevieren. Horn schrijft er samen met onderzoeker Romke Kleefstra over in vogeltijdschrift Limosa (jaargang 92, nr. 1).

Scholeksters zijn veel groter dan bontbekplevieren. Van beide soorten lopen de kuikens kort nadat ze uit het ei kruipen al rond – ze worden met grote poten geboren. Eén van de plevierenpaartjes broedt op twee meter afstand van een scholeksternest. Dat scholeksternest bevat drie eieren, waarvan het eerste op 16 juni uitkomt. Het kuiken droogt op, werkt zich omhoog en stommelt rond – een donsbolletje op stelten. Het loopt nog aarzelend, wankelt de helling af en botst tegen de broedende bontbekplevier aan. De plevier pikt een paar keer, maar het scholeksterkuiken wijkt niet. Integendeel: het probeert zich onder de op twee eitjes zittende bontbekplevier te wurmen.

De biologische ouders van de jonge scholekster roepen hun dwalende kuiken niet terug. Ze blijven hun twee andere eieren warmhouden. Ook een pasgeboren scholekster moet nog af en toe opgewarmd worden. Die warmte zoekt het onder de bontbekplevier, die na een tijdje voor de toenaderingspogingen zwicht. Het scholeksterjong is alleen te groot voor de kleine bontbek en puilt onder diens koesterende vleugel uit.

Hoewel er gevallen bekend zijn van scholeksters die kuikens van andere soorten adopteren, is er nog nooit een adoptie van een scholekstertje door bontbekplevieren of welke soort dan ook gemeld. De kans van slagen is klein, want jonge scholeksters krijgen van hun ouders les in voedsel zoeken, terwijl jonge plevieren meteen hun eigen kostje opscharrelen.

Toch blijft het kuiken de hele dag bij de bontbekplevier en overnacht hij ook bij zijn pleegouder in het nest. De volgende dag dribbelt hij op zijn al meer getrainde poten met die pleegouder mee. Zodra hij de kans krijgt, kruipt de jonge scholekster onder de pleegplevier. Dit duurt tot ver in de middag, maar dan grijpt een volwassen scholekster in, een andere dan zijn biologische ouders. Die zijn intussen in de weer met hun tweede uitgekomen jong, dat ze wél begeleiden.

De derde volwassen scholekster komt dichtbij. Scholeksters kunnen agressief doen, ook tegen kuikens van soortgenoten. De bontbekplevier beschouwt het scholekstertje blijkbaar al als zijn eigen kuiken, want als hij het gevaar ziet, probeert hij die scholekster weg te lokken, door er met hangende vleugel vandaan te hinken. Een vos of kat zou zich daardoor laten afleiden, maar de scholekster stapt op het scholeksterkuiken af en pikt het kuiken onder het oog van zowel biologische als adoptieouders dood. Hij blijft er nog een tijdje met zijn enorme, oranjerode snavel op inhakken.

De scholekster had zelf jongen en het kuiken was zijn terrein binnen gewandeld. Scholeksters kunnen hun territorium fanatiek verdedigen, maar zo’n dodelijke aanval op een kuiken is nooit opgetekend.

De bontbekplevier is zijn pleegkind kwijt, en zijn eigen eitjes komen allebei niet uit.