Vieze bankbiljetten zijn soms schoner dan knisperend nieuwe biljetten

Ig Nobelprijzen Eerst lach je erom, dan ga je nadenken. De Ig Nobelprijzen zijn voor de 29ste keer uitgereikt.

Foto’s iStock

Op reis in China stond microbioloog Andreas Voss met een stapel groezelige bankbiljetten in zijn handen. Ze voelden smerig, maar waren ze dat ook? Lopen we er ziekteverwekkende bacteriën door op?

Samen met zijn zoon en Habip Gedik, een Turkse collega die toevallig op bezoek was, tuigde Voss een onderzoek op. „Mijn zoon Timothy moest destijds een profielwerkstuk maken voor zijn eindexamen. Samen zetten we het onderzoek op, met euro’s, Amerikaanse dollars, Indiase roepies, Kroatische kuna’s en andere valuta die ik nog in een la had liggen”, vertelt Voss aan de telefoon.

Het onderzoek van Gedik en vader en zoon Voss werd donderdagavond op de Amerikaanse Harvard Universiteit bekroond met de Ig Nobelprijs, samen met negen andere studies. De Ig Nobelprijs is voor ‘onderzoek dat je eerst laat lachen, en dan aan het denken zet’. De ‘echte’ Nobelprijzen worden over vier weken uitgereikt.

Twee dagen voor de uitreiking was Voss er nog van overtuigd dat hij de Ig Nobelprijs voor de Geneeskunde zou krijgen. Pas donderdagavond hoorde hij dat hij de Economieprijs heeft gewonnen. De organisatie houdt ervan hun winnaars te verrassen.

Voss is hoogleraar infectiepreventie aan het Radboud UMC in Nijmegen en is gespecialiseerd in het bestrijden van multiresistente ziekenhuisbacteriën zoals MRSA (methicilline-resistente S. aureus): bacteriestammen die niet op antibiotica reageren. Zijn stokpaardje? Handenhygiëne.

Gedik, Voss en Voss steriliseerden eerst alle biljetten en smeerden er drie resistente bacteriestammen op, waaronder MRSA en een resistente stam van de poepbacterie E. coli.. Na een paar uur en na een dag keken ze welke bacteriën erop overleefden.

In een tweede experiment smeerden ze niet-resistente varianten van dezelfde stammen op de biljetten, en moesten drie proefpersonen het geld dertig seconden lang tellen met van tevoren ontsmette handen.

„De Roemeense Leu-biljetten zagen er vies uit en bleken ook duidelijk vies. Alle stammen overleefden erop, en kwamen ook op de handen van de geldtellers terecht”, aldus Voss. De Indiase roepies voelden ook viezig, maar bleken tot zijn verbazing juist schoon, net als Kroatische kuna’s. „Groezelige biljetten zijn dus niet altijd infectiebronnen.”

Op de euro’s overleefden alleen de poepbacterieën, maar die kwamen niet op de handen van de geldtellers terecht. „We moeten naar hopen dat eurobezitters hun handen goed wassen na een bezoek van de WC.”

„De crispy Amerikaanse dollarbiljetten vind ik het smerigst”, zegt Voss. Ze wekken de schijn van schoon, maar de gevaarlijke MRSA-bacterie bleef erop leven en de niet-resistente vorm kwam ook op de handen terecht.

Het gebruikte papier voor de biljetten zou een rol kunnen spelen bij de bacteriegroei. „Ik ben door verschillende banken gebeld voor advies over welke papiersoort het beste is. Daarover geeft dit onderzoek echter geen uitsluitsel”, zegt Voss.

Voss is verguld met de onderscheiding. „Deze prijs past bij mij”, zegt hij. „Ik probeer altijd infectiepreventie met humor te verkopen, om zo de serieuze boodschap over te brengen. Alles in onze omgeving brengt ons in contact met micro-organismen.” Zijn kinderen heeft hij dan ook al jong geleerd om altijd hun handen te wassen als ze in een publieke ruimte zijn geweest. „Zelf hoor ik ook bij de magere 15 procent van de mensen die de handen wassen na toiletbezoek.”

Zoon Timothy leverde op school overigens uiteindelijk een ander onderzoek als profielwerkstuk in. De categorie van hun gewonnen Ig Nobelprijs zal hem minder hebben verbaasd dan zijn vader: junior wisselde na een studiejaar Geneeskunde in voor Econometrie.

Ig Nobel-winnaars krijgen naast eeuwige roem ook een biljet van tien biljoen (een 1 met dertien nullen) Zimbabweaanse dollar. Voss zal zijn toehoorders tijdens zijn zestig seconden durende acceptance speech op het hart drukken om, als ze van het risico in hun portemonnee af willen, hun biljetten tot vliegtuigje te vouwen en naar hem te gooien. Een jaarlijks terugkerend ritueel tijdens de absurdistische IgNobel-ceremonie is het gooien van papieren vliegtuigjes naar het podium.

Natuurkundeprijs Wombats poepen stevige kubuskeutels

Wombatkeutels uit Tasmanië. Foto iStock

Kubusvormige keutels kunnen handig zijn. Bijvoorbeeld als je er, zoals Australische wombats, je territorium mee wilt afbakenen: vierkante drollen rollen minder snel van stenen af. Maar hoe krijgen die wombats hun poep zo uniek hoekig? Die vraag beantwoordden vier Amerikaanse en Australische natuurkundigen eind 2018 op een vloeistofdynamicacongres van de American Physical Society.

Ze onderzochten de maag-darmstelsels van twee wombats die in Tasmanië waren doodgereden. In de laatste 8 procent van de dikke darm verhardde vloeibare poep tot stevige blokjes van zo’n 2 centimeter. Dat kwam, zo concluderen de onderzoekers, door de wisselend elastische eigenschappen van de darmwand. Door de (lege) darm op te blazen met een lange ballon, ontdekten ze dat de druk van de wand op de poep varieerde van 20 procent bij de hoeken van de kubuskeutels tot 75 procent langs de randen. In andere woorden: de darmwand rekt niet overal evenveel uit en kneedt daardoor de poep tot blokjes.

Twee van de onderzoekers, Patricia Yang and David Hu, wonnen in 2015 ook al de Ig Nobelprijs voor de natuurkunde. Destijds kregen ze de prijs voor hun ontdekking dat alle zoogdieren die meer dan 3 kilo wegen hun blaas in zo’n 21 seconden legen (met een afwijking van plusminus 13 seconden).

Psychologieprijs

Een pen in de mond maakt wel/niet gelukkig

Wie glimlacht, wordt vanzelf vrolijker. Een bekend psychisch mechanisme, maar hoe bewijs je dat wetenschappelijk? Met een pen in je mond! Want zo kun je proefpersonen laten glimlachen, zonder dat je ze vráágt te glimlachen. Door zo’n directe glimlach-vraag weten de proefpersonen al direct wat er van ze verwacht wordt. Eind jaren tachtig bewezen drie psychologen onder leiding van de Duitser Fritz Strack met zo’n pennenexperiment dat het ‘glimlach-effect’ echt een lichamelijk effect is. Proefpersonen met een pen tussen de tanden (glimlach) vonden cartoons duidelijk grappiger dan proefpersonen met een pen tussen de lippen (geen glimlach). Verklaring, kort gezegd: het brein merkt de glimlach, denkt: ‘kennelijk ben ik vrolijk’ en wordt dat dan ook.

Mooi dus, behalve dat Fritz Strack 25 jaar later meedeed met een groot replicatie-project, om klassieke psychologische onderzoeken nog eens indringend over te doen. Uitkomst, in 2016: geen duidelijke conclusie. Negen onderzoeksgroepen vonden een gelukseffect van de pen tussen de tanden, acht groepen vonden juist het omgekeerde. Voor die dubbele ontdekking: dat een pen gelukkig maakt, en dat dat toch niet zo is, krijgt Strack nu de Ig Nobelprijs voor psychologie. Grappig genoeg schrijft Strack in een ‘Personal perspective’ artikel juist dat het nog maar helemaal de vraag is of het opvrolijkende effect van de glimlach echt niet bestaat. Misschien zit er in precies deze experimentele procedure toevallig veel ruis. In plaats verwerpen kan je dan „ook proberen de ruis te verminderen of gaan zoeken naar een meer robuuste procedure.”

Chemieprijs Hoeveel speeksel vloeit er uit de kleutermond?

Kleuterspeeksel is ‘the claim to fame’ van Shigeru Watanabe, die met zijn onderzoek de Ig Nobelprijs voor de Chemie 2019 in de wacht sleept. Watanabe de kindertandarts van Hokkaido University wel te verstaan, niet te verwarren met zijn naamgenoot die psycholoog is aan de Keio University. Deze kreeg in 1995 een Ig Nobel voor zijn onderzoek naar duiven die net als kunstkenners in staat bleken een Monet van een Picasso te onderscheiden.

In datzelfde jaar publiceerde de kindertandarts Watanabe een onderzoek naar de speekselproductie bij kleuters, onder wie zijn eigen kinderen. Die zijn inmiddels volwassen en zullen hun vader vergezellen bij de prijsuitreiking in Boston.

Watanabe had eerder 24-uurs speekselproductiemetingen gedaan bij volwassenen en was uitgekomen op een debiet van gemiddeld 570 milliliter. Dat was veel minder dan de één tot anderhalve liter per dag waarvan handboeken en andere onderzoeken spraken. Kijkend naar zijn eigen kroost vroeg hij zich af of kleuters misschien meer speeksel produceren.

Hij liet vijftien jongens en evenzoveel meisjes vijf minuten met hun open mond boven een lekbakje hangen, waarbij ze niet mochten slikken, om de normale ongestimuleerde speekselvloed te meten. Na een korte rust kregen de kinderen hapjes van zes alledaagse bestanddelen van de Japanse kost: gestoomde rijst, worst, gestampte aardappel, koekjes, appel en ingelegde witte rammenas (daikon). Ze moesten het hapje goed kauwen maar niet doorslikken. Het doorgekauwde hapje moesten ze met resterend speeksel weer in een bakje uitspugen. In combinatie met de gemeten eettijd van de kleuters, en ervan uit gaande dat de speekselaanmaak tijdens de slaap nagenoeg nul is, kon Watanabe de dagproductie berekenen. Hij kwam uit op een halve liter, niet zoveel verschillend van de volwassen speekselproductie.

Vredesprijs Krabben aan een jeukende enkel is het fijnst

Bij de Ig Nobel-uitreiking heeft ook de Vredesprijs een wetenschappelijk tintje. Dermatologen en neurobiologen uit het Verenigd Koninkrijk, Saoedi-Arabië, Singapore en de Verenigde Staten brachten in 2012 in kaart wáár op het menselijk lichaam krabben aan een jeukend plekje voor de meeste voldoening zorgt.

Allereerst veroorzaakten ze bij achttien proefpersonen jeuk op drie verschillende plekken – de onderarm, de enkel en de rug – met haren van de fluweelboon. Vervolgens werden de proefpersonen met een speciaal borsteltje gekrabd door een onderzoeksassistent, en moesten ze aangeven hoe intens ze de jeuk en de daaropvolgende opluchting na het krabben ervoeren. De jeuk bleek het sterkst bij de enkel te zijn, en ook de initiële ‘krabvreugde’ lag daar het hoogst. Effectief was het enkelkrabben niet: bij de rug en de onderarm daalde de jeukintensiteit in 5 minuten veel sterker dan bij de enkel. Toekomstige studies zouden zich ook kunnen richten op andere ‘jeukgebieden’ zoals de hoofdhuid, de anus en de genitaliën, adviseren de onderzoekers.